Parlementaire vraag nr. 34 van De heer Stéphane Lesseaux d.d. 26 februari 2025
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/009 d.d. 01.04.2025, blz. 213
Vraag nr. 34 van De heer volksvertegenwoordiger Stéphane Lasseaux van 26 februari 2025 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:
Verhuur van individuele garages - Toepassing van de btw
VRAAG
Een persoon die over een onroerend patrimonium beschikt, wordt hetzij op basis van het kadastraal inkomen, hetzij op basis van de ontvangen huur belast. Une personne disposant d'un patrimoine immobilier est imposable soit sur la base du revenu cadastral, soit sur la base des loyers perçus. Voor individuele garages (garageboxen) die samen met een woning verhuurd worden, zijn de eigenaars niet btwplichtig. Als een eigenaar echter meerdere garages bezit en die afzonderlijk verhuurt om bijkomende inkomsten te genereren, is hij wel btw-plichtig voor die huurgelden.
1.Moeten de inkomsten uit de verhuur van garages aangegeven worden op basis van het kadastraal inkomen of op basis van de ontvangen huur?
2. Op basis van welke precieze criteria (aantal verhuurde garages, aard van de huurders enz.) wordt de btw-plicht bepaald?
3. Beschouwt de fiscus die inkomsten als onroerende inkomsten of als beroepsinkomsten?
4. In beide gevallen gaat het over inkomsten uit de verhuur van onroerende goederen. Is het dan niet gepast om een verschil in behandeling te voorkomen dat mogelijk indruist tegen het gelijkheidsbeginsel waarin artikel 10 van de Grondwet voorziet?
5. Kunt u het standpunt van de fiscus ter zake toelichten?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 28 maart 2025, op de vraag nr. 34 van De heer volksvertegenwoordiger Stéphane Lasseaux van 26 februari 2025 (Fr.):
1. Ingeval een garage aan een natuurlijke persoon wordt verhuurd die deze geheel noch gedeeltelijk gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid, is het onroerend inkomen belastbaar op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen verhoogd met 40 %, overeenkomstig artikel 7, § 1, 2°, a, tweede streepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). In dit geval moet de eigenaar alleen het kadastraal inkomen aangeven.
Ingeval een garage in andere omstandigheden wordt verhuurd, zoals bijv. aan een natuurlijke persoon die deze voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt, aan een rechtspersoon of aan een vennootschap, is het onroerend inkomen belastbaar op basis van het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat niet lager mag zijn dan het geïndexeerd kadastraal inkomen verhoogd met 40 %, overeenkomstig artikel 7, § 1, 2°, c, WIB 92. In dit geval moet de eigenaar, naast het kadastraal inkomen, het totale bedrag van de huurprijs en de huurvoordelen aangeven.
De inkomsten van onroerende goederen worden, overeenkomstig artikel 37, eerste lid, WIB 92, als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer die goederen door de eigenaar worden gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid.
In deze situatie maken de huurprijs en de huurvoordelen beroepsinkomsten uit, namelijk winst of baten, zoals bedoeld in artikel 23, § 1, 1° of 2°, WIB 92.
2. Eenieder die één of meerdere parkeerplaatsen voor voertuigen ter beschikking stelt onder de voorwaarden van de artikelen 2 en 4 van het Btw-Wetboek, is een belastingplichtige.
Artikel 2 van het Btw-Wetboek bepaalt dat de diensten die onder bezwarende titel worden verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige, aan de belasting zijn onderworpen wanneer zij in België plaatsvinden. De terbeschikkingstelling van een parkeerplaats voor voertuigen is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8°, van het Btw-Wetboek en wordt geacht onder bezwarende titel te worden verricht wanneer de verhuurder een vergoeding ontvangt als daadwerkelijke tegenprestatie.
Artikel 4, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek definieert een belastingplichtige als eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit, geregeld en zelfstandig, hoofdzakelijk of aanvullend, met of zonder winstoogmerk, goederen levert of diensten verricht die onder het BtwWetboek vallen, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Hieruit volgt dat het begrip belastingplichtige moet worden gedefinieerd in relatie tot het begrip "economische activiteit", dat op haar beurt in artikel 1, § 21, van het BtwWetboek wordt omschreven als "alle werkzaamheden van een fabrikant, leverancier van goederen of dienstverrichter, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmede gelijkgestelde beroepen. Als economische activiteit wordt in het bijzonder beschouwd de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen." Gezien het ter beschikking stellen van een parkeerplaats een handeling is waarbij een lichamelijk goed wordt geëxploiteerd vormt het een economische activiteit die de hoedanigheid van belastingplichtige verleent aan de persoon die de handeling verricht.
Eenieder die één of meer parkeerplaatsen voor voertuigen ter beschikking stelt onder de hierboven beschreven voorwaarden - of het nu gaat om een open ruimte gemarkeerd op de grond of om een gesloten ruimte zoals een garage - is dus een belastingplichtige voor btw-doeleinden. In principe is hij schuldenaar van btw geheven over de ontvangen huuropbrengsten tegen het standaardtarief van 21 %. Het aantal verhuurde standplaatsen en de hoedanigheid van de huurder(s) doen niet ter zake.
Bij wijze van uitzondering is er geen btw verschuldigd in de volgende twee gevallen:
- wanneer de terbeschikkingstelling van één of meer parkeerplaatsen voor voertuigen nauw samenhangt met een verhuur die is vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek. Dit veronderstelt dat de betrokken partijen dezelfde zijn en in dezelfde hoedanigheid optreden (dit wil zeggen dezelfde verhuurder en dezelfde huurder) en dat de parkeerplaats zich in de nabijheid bevindt van het perceel waarop het "hoofdgebouw" is gelegen;
- wanneer de verhuurder voldoet aan de toepassingsvoorwaarden van de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen (beoogd door artikel 56bis van het Btw-Wetboek) en daadwerkelijk opteert voor de toepassing van deze regeling.
3. Het WIB 92 kent geen criteria om uit te maken of de goederen al dan niet worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten.
Inzake personenbelasting moet deze vraag worden beantwoord aan de hand van het geheel van de feitelijke en juridische gegevens van elk geval afzonderlijk. Het feit dat de betrokkene voor deze verhuuractiviteit de hoedanigheid van btw-belastingplichtige heeft impliceert niet dat de eruit verkregen inkomsten ipso facto beroepsinkomsten in de zin van artikel 23, § 1, 1° of 2°, WIB 92 zijn.
4 en 5. Het gelijkheidsbeginsel sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van belastingplichtigen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op objectieve criteria berust en het redelijk verantwoord is.
De fiscale behandeling van inkomsten uit de verhuur van onroerende goederen verschilt naargelang deze goederen al dan niet worden aangewend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de eigenaar.
In dit geval gaat het om belastingplichtigen die zich in objectief verschillende situaties bevinden en is er geen verschil in fiscale behandeling dat in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.