Leveringen van goederen aan particulieren. Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

34 21 november 1989

Zoeken

Leveringen van goederen aan particulieren. Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangstenLeveringen van goederen aan particulieren. Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten voor leveringen van meer dan 5000 frank

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/34-leveringen-goederen-particulieren-afzonderlijke-inschrijvingen-3c23

Nummer
34
Datum
21 november 1989

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Leveringen van goederen aan particulieren - Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten voor leveringen van meer dan 5000 frank

VRAAG

Artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 betreffende de maatregelen die de betaling van de BTW moeten verzekeren, bepaalt dat de ontvangsten ten gevolge van de levering van goederen waarvan de prijs per gewone handelseenheid meer dan 5000 frank inclusief BTW bedraagt, afzonderlijk ingeschreven moeten worden, met vermelding van de aard van de verkochte goederen.

Daar bedoeld bedrag sinds twintig jaar niet meer aangepast is, heeft die maatregel geen betekenis meer en is hij mijns inziens zinloos.

De KMO's moeten daarvoor werk leveren dat geen nut heeft voor de juiste heffing van de belasting.

Is u voornemens het vermelde bedrag aan te passen en te actualiseren?

ANTWOORD

Bij de invoering van het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde, heeft de toepassing ervan in de kleinhandel de maximale vereenvoudiging verantwoord van de boekhouding die moet worden gevoerd door de belastingplichtigen in die sector, in de mate dat de jaarlijkse omzet vijf miljoen frank niet overschreed. In twintig jaar werd dit bedrag stelselmatig opgetrokken tot twintig miljoen frank.

De maatregel die het voorwerp uitmaakt van de door het geachte Lid gestelde vraag, vervangt in zekere zin de afwezigheid van de factuur en van de andere stukken die normaal geëist worden ter verantwoording van de inschrijvingen in de boekhouding. Behalve dat de bewijskracht van de boekhouding hierdoor wordt versterkt, zijn die inschrijvingen tevens onontbeerlijk voor de ambtenaren belast met de controle van de aangegeven omzet.

Niettemin zal deze maatregel terug worden onderzocht in het kader van de herziening van de boekhoudkundige verplichtingen van de belastingplichtigen die overwogen wordt in functie van de werkmiddelen waarmee de belastingplichtigen zich hebben uitgerust met het oog op een beter beheer van hun onderneming (z. parl. vr. Senator de Clippele nr. 132 van 6 februari 1984 Z. Revue nr. 63, blz 389. ).