---
title: "Parlementaire vraag 331 · De btw bij digitale kranten en tijdschriften"
description: "De btw bij digitale kranten en tijdschriften, tarief, digitaal tijdschrift. Parlementaire vraag nr. 331 van 11 mei 2015 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/331-btw-digitale-kranten-tijdschriften-servais-09fc"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/331-tva-journaux-magazines-ligne-servais-ff3f"
---

# De btw bij digitale kranten en tijdschriften

**Nummer**

331

**Datum**

11 mei 2015

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/031 d.d. 29.06.2015, blz. 329**

*De btw bij digitale kranten en tijdschriften*

## **VRAAG**

Uitgevers van kranten, tijdschriften en boeken moeten op de verkoop btw aanrekenen aan de eindverbruiker, namelijk de consument. Dit is zo bepaald in ons BTW-wetboek, aangezien het hier gaat om de levering van goederen die belastbaar zijn binnen de btw.

Het btw-tarief in ons land bedraagt principieel 21 %. Daarop bestaan uitzonderingen die limitatief in de uitvoeringsbesluiten zijn opgesomd en die ook moeten voldoen aan de vereisten van de Europese btw-richtlijn en de Europese rechtspraak hieromtrent.

De btw-richtlijn bepaalt dat er een uitzonderlijk tarief mag worden ingesteld voor gedrukte dagbladen en kranten. Dit uitzonderlijk tarief bedraagt in ons land 0 %, dus is het de facto onbelast.

Hoewel, als dezelfde dagbladen en kranten digitaal worden gereproduceerd bestaat er een btw-tarief van 21 %, omdat het hier gaat om de levering van elektronische diensten (artikel 98, § 2, tweede lid). Elektronische diensten zijn in ons land belastbaar aan het normale btw-tarief en worden door de Europese regels ook niet ondergebracht in een mogelijk uitzonderlijk tarief, zoals dat bestaat voor de geschreven versies.

Deze tarieven komen niet overeen, ook al gaat het om dezelfde dagbladen, kranten of boeken. Hoewel, er wordt een ander medium gebruikt en blijkbaar is dit het juridische criterium om een ander btw-tarief te rechtvaardigen. In de context van verdere digitalisering is dit wel een bedenkelijke piste.

**1.** Is deze situatie volgens u correct geschetst?

**2.** Indien ja, in hoeverre overweegt u om deze ongelijkheid aan te pakken?

**3.** Gaat u, zoals uw voorgangers, dit aankaarten bij Europa om de tarieven gelijk te schakelen?

## **ANTWOORD**

**van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 23.06.2015**

De Europese Commissie heeft altijd gesteld dat overeenkomstig [artikel 98, lid 2, van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-98) 2006/112/EG de lidstaten het normale btw-tarief moeten toepassen op digitale publicaties. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de zienswijze van de diensten van de Europese Commissie in expliciete bewoordingen bevestigd, niet alleen ten aanzien van de toepassing van een normaal verlaagd btw-tarief op grond van [artikel 98](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-98) van deze richtlijn maar ook ten aanzien van de toepassing van een superverlaagd btw-tarief of een nultarief dat gegrond zou zijn op de tarifaire overgangsbepalingen van deze richtlijn.

De fiscale behandeling van online publicaties en papieren publicaties is verschillend, niet alleen omdat deze publicaties voor btw-doeleinden anders worden gekwalificeerd (dienst versus levering van een goed), maar ook omdat er wordt van uitgegaan zij naar aard en functionaliteit verschillen.

Tijdens de laatste Benelux-top op 29 april 2015 heb ik samen met mijn collega's uit Nederland en Luxemburg een gemeenschappelijke politieke verklaring aangenomen, met name "Een Benelux-actieplan voor banen en groei". Hierin nemen we het engagement om ervoor te ijveren om de fiscale neutraliteit in de culturele sector uit te breiden door het ondersteunen en verdedigen van initiatieven die tot neutrale btw-tarieven in deze sector leiden.

Niettemin wordt erop gewezen dat een wijziging van de Europese wetgeving maar mogelijk is mits de Europese Commissie ertoe gebracht kan worden om een voorstel in die zin goed te keuren.

Bovendien zal het moeilijk zijn om tussen alle lidstaten overeenstemming te bereiken over de problematiek van de verlaagde tarieven, aangezien deze kwestie niet louter politiek maar eveneens budgettair zijn weerslag heeft. Toch ben ik bereid om dit standpunt te blijven verdedigen.

## Aangehaalde teksten

1

[btw-richtlijn 2006/112 art. 98](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-98) 2 voorkomens
