---
title: "Parlementaire vraag 33 · Boetes en nalatigheidsinteresten btw"
description: "Boetes en nalatigheidsinteresten btw, fiscale boete. Parlementaire vraag nr. 33 van 4 november 2020 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/33-boetes-nalatigheidsinteresten-btw-steven-mathei-f989"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/33-amendes-interets-retard-matiere-tva-31a4"
---

# Boetes en nalatigheidsinteresten btw

**Nummer**

33

**Datum**

4 november 2020

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 33 van de heer Steven Matheï d.d. 04.11.2020

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/030 d.d. 09.12.2020, blz. 178**

Vraag nr. 33 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 04 november 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Boetes en nalatigheidsinteresten btw.*

## **VRAAG**

We zijn nu bijna zeven maanden na de start van de coronacrisis in ons land. Heel wat ondernemingen blijven vrezen voor een liquiditeitscrisis. Een liquiditeitscrisis zou onvermijdelijk leiden tot een groot aantal faillissementen. Uw voorganger nam daarom tal van maatregelen om ervoor te zorgen dat ondernemingen financieel gezond blijven. Denk maar aan het uitstel voor het indienen van de btw-aangifte en het uitstel van betaling van btw.

De meest recente cijfers van de Nationale Bank (september 2020) tonen aan dat het gevaar nog niet geweken is. Het consumentenvertrouwen is opnieuw gestegen maar blijft op een erg laag niveau hangen. Ook blijkt het trage herstel van de inkomsten van ondernemingen tot stilstand gekomen in september en wordt er geen grote verbetering verwacht voor 2021. Het inkomstenverlies blijft vooral zeer hoog in de eventsector, recreatiesector en horeca en is toegenomen in de vastgoedsector, detailhandel, ICT-sector en transportsector.

Wanneer ondernemingen geconfronteerd worden met klanten die facturen niet (kunnen) betalen, komen ze onvermijdelijk zelf ook in de problemen. Ook al is de factuur nog niet betaald door de klant, de onderneming moet wel de btw afdragen bij de eerstvolgende btw-aangifte. Wanneer men dit niet op tijd betaalt, riskeert men een boete van 15 % en nalatigheidsinteresten van 9,6 %. Iets wat erg zwaar om dragen is wanneer men als onderneming in een liquiditeitscrisis terecht komt.

In Nederland riskeert men geen boete bij laattijdige betaling van btw. Nalatigheidsinteresten kunnen daarentegen wel aangerekend worden. Ten gevolge van de coronacrisis zakte dat percentage in Nederland naar 0,01 %.

Kan u verduidelijken of er bijkomende maatregelen gepland worden met betrekking tot het laattijdig betalen van btw? Zo ja, welke maatregelen worden onderzocht en op welke termijn worden deze gepland? Zo nee, waarom niet?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 03.12.2020:**

Niet alle ondernemingen worden in een gelijke mate en sommige al helemaal niet getroffen door de coronacrisis. Algemeen geldende afwijkingen inzake aangifte- en betaalplicht, die een wetswijziging impliceren, zullen dus altijd voor de ene onvoldoende en voor de andere niet noodzakelijk zijn.

Afwijkende betaalregelingen die blijven beperkt tot bepaalde sectoren waarvan u er een aantal opsomt, stoten dan weer op de moeilijkheid om deze sectoren feitelijk maar ook wettelijk, correct af te bakenen zonder een ongelijke behandeling te veroorzaken. En zelfs wanneer dit zou lukken, blijft het voor een deel van de ondernemingen moeilijk te bepalen of zij al dan niet exclusief tot de afgebakende sectoren behoren. Volgens hun oprichting, hebben de meeste ondernemingen meerdere en sterk uiteenlopende activiteiten (NACE-codes).

Omzetverlies hanteren als wettelijk criterium voor de toepassing van afwijkende betaalregels zal leiden tot oeverloze discussies (bewijs, referentieperiodes, sommige sectoren hebben een cyclische omzet die niet noodzakelijk geheel samenvalt met de coronaperiode of juist wel).

De huidige door de FOD Financiën uitgewerkte specifieke procedure, die op aanvraag een reeks van individuele maatregelen toestaat (een afbetalingsplan met kwijtschelding van eventuele nalatigheidsintresten en al opgelopen boeten en/of het vermijden van deze boeten) blijft daarom de beste optie om maximaal en op maat in te spelen op de specifieke problemen die ondernemers omwille van de coronacrisis ondervinden. De toepassing van deze specifieke procedure, die normaal afliep op 31 december 2020, werd intussen verlengd tot 31 maart 2021.
