Strijd tegen de fiscale fraude. niet-betaling van de belasting. invordering · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

325 2 maart 2009

Zoeken

Strijd tegen de fiscale fraude. niet-betaling van de belasting. invorderingstrijd tegen de fiscale fraude. niet-betaling van de belasting. invordering van de BTW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/325-strijd-tegen-fiscale-fraude-betaling-2b79

Nummer
325
Datum
2 maart 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

7 paragrafen

Strijd tegen de fiscale fraude

Niet-betaling van de belasting

Invordering van de BTW

VRAAG

In het kader van de strijd tegen de fiscale fraude heeft de regering bij de programmawet van 27 december 2006 verscheidene maatregelen ingevoerd teneinde de fiscale administratie meer middelen te verschaffen om de herhaaldelijke niet-betaling van de btw of de bedrijfsvoorheffing beter te kunnen bestrijden. Aldus kan de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, krachtens artikel 88ter dat in het btw-wetboek werd ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2006, bij gemotiveerde beslissing voor een bepaalde periode de sluiting bevelen van de vestigingen waar de belastingplichtige zijn economische activiteit uitoefent in geval van herhaaldelijke niet-betaling van de belasting over de toegevoegde waarde. Het nieuwe artikel 421bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voorziet onder dezelfde voorwaarden in een soortgelijke maatregel voor de herhaaldelijke niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing. Hoewel fraudebestrijding lofwaardig is en alle regeringspartners daar werk willen van maken, stellen vele ondernemers het nut van zulke administratieve sancties in vraag. 1. Vindt u het, zuiver rationeel gesproken, steek houden dat de vestiging van een belastingplichtige die ternauwernood aan zijn verplichtingen kan voldoen, voor een bepaalde duur gesloten wordt terwijl zijn situatie hoogstwaarschijnlijk niet zal verbeteren wanneer zijn vestiging eenmaal gesloten is? 2. Vindt u het voorts redelijk dat er bij de toepassing van deze sluitingsmaatregel geen rekening wordt gehouden met de omvang van de schulden of de gedeeltelijke aflossing ervan?

ANTWOORD

1 en 2 . De ambtenaren van mijn administratie belast met de invordering worden meer en meer geconfronteerd met belastingschuldigen die zich, door het stellen van allerlei handelingen om te ontsnappen aan de betaling van de belasting, onttrekken aan hun fiscale verplichtingen. Terwijl zij hun economische activiteit voortzetten, organiseren deze belastingschuldigen hun quasi-insolvabiliteit zodat het zeer moeilijk wordt de bedragen die verschuldigd zijn aan de Staat in te vorderen. Met het oog op de versterking van de wettelijke middelen ter beschikking van de administratie in de strijd tegen deze vorm van fraude, voegt de Programmawet van 27 december 2006 een nieuw artikel 88ter in, in het BTW-Wetboek en een nieuw artikel 421bis in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Deze bepalingen laten de gewestelijke directeurs toe, voor een bepaalde periode, de sluiting te bevelen van de vestigingen waar de belastingschuldige zijn economische activiteit uitoefent wanneer er sprake is van herhaalde niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing of van de BTW. Rekening houdend met de sociale en economische gevolgen, zal deze maatregel voornamelijk worden toegepast in fraudegevoelige sectoren en zal deze beperkt worden tot de situaties waarin de belastingschuldige doelbewust handelingen verricht om zich te onttrekken aan de betaling, wat daarenboven tot concurrentievervalsing zou leiden. De ambtenaren belast met de invordering werden bijgevolg gevraagd met omzichtigheid te handelen. Dienvolgens wordt benadrukt dat: - het moet gaan om een herhaalde niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing of van de BTW; - uit de wettelijke bepalingen blijkt dat deze maatregel niet wordt toegepast wanneer de herhaalde niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing of van de BTW door de belastingplichtige het gevolg is van laattijdige betalingen of van het manifest in gebreke blijven van zijn klanten; - het nut om de sluiting te bevelen beoordeeld wordt in het licht van verschillende criteria zoals de algemene houding van de belastingschuldige ten aanzien van zijn fiscale verplichtingen, het al dan niet bestaan van andere onbetaalde belastingen en de omvang ervan, enz.; de ambtenaren belast met de invordering voeren voorafgaandelijk een onderzoek naar de solvabiliteit en gaan na of er zich nog eerst andere invorderings- of waarborgmaatregelen opdringen; - tenslotte, omwille van de eerbiediging van de rechten van de verdediging, de belastingschuldige de maatregel kan betwisten voor de bevoegde rechtbank die zowel de wettigheid als de proportionaliteit van de beslissing kan beoordelen.