---
title: "Parlementaire vraag 323 · Verkoop van tweedehandse voertuigen. Belgische BTW-belastingplichtigen. Uitvoer naar een plaats buiten"
description: "Verkoop van tweedehandse voertuigen. Belgische BTW-belastingplichtigen. Parlementaire vraag nr. 323 van 5 maart 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/323-verkoop-tweedehandse-voertuigen-belgische-btw-59d5"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/323-exportation-preuve-attestation-document-communication-a7f0"
---

# Verkoop van tweedehandse voertuigen. Belgische BTW-belastingplichtigen. Uitvoer naar een plaats buiten · Verkoop van tweedehandse voertuigen. Belgische BTW-belastingplichtigen. Uitvoer naar een plaats buiten de Gemeenschap

**Nummer**

323

**Datum**

5 maart 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, nr. 33, 1995-1996, blz. 4125-4128**

**BTW-Revue nr. 122, blz. 561**

*Verkoop van tweedehandse voertuigen - Belgische BTW-belastingplichtigen - Uitvoer naar een plaats buiten de Gemeenschap*

## **VRAAG**

Op grond van [artikel 39, § 1, 1°, 2° en 4°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) zijn de leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de gemeenschap en/of die deze goederen in België in bezit neemt en ze naar een plaats buiten de gemeenschap uitvoert, vrijgesteld van de BTW. Krachtens [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art1) van 29 december 1992 wordt die vrijstelling onder meer afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de leverancier in het bezit is van de in artikelen [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art3), [5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art5) en [8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art8) van hetzelfde koninklijk besluit bedoelde stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt. Ten laste van een bonafide garagist, verkoper van tweedehandsauto's, werd onlangs voor het jaar 1993 een proces-verbaal opgesteld door een hoofdcontroleur BTW uit West-Vlaanderen, waarin als reden van inbreuk op het voormeld koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 wordt opgegeven "de echtheid van de uitvoer is niet bewezen omwille van het feit dat de desbetreffende uitvoerdocumenten EX1 een niet-regelmatige douanestempel van de kantoren Frankfurt/Oder n° 28 en 48 of Neubrandenburg n° 22 dragen, onder meer de diameter van de afdruk is kleiner dan die van de authentieke afdruk". Het gaat om de verkoop van tweedehandsauto's aan Poolse kopers, die de wagens zelf ophalen, ze uitvoeren en het bewijs van de uitvoer naderhand aan de Belgische garagist verstrekken, aan wie voor het jaar 1993 een naheffing van 90.000 frank BTW wordt geëist, te verhogen met fiscale geldboeten en interesten. Op de vraag van de te goeder trouw zijnde garagist hoe hij de echtheid van de afdruk van de douanestempel uit Frankfurt/Oder n° 28 en 48 en Neubrandenburg n° 22 kon controleren, bleef de hoofdcontroleur het antwoord schuldig.

Ik weet dat de BTW-controlediensten over een massa voorbeelden van valse vreemde douanestempels beschikken en dat in dergelijke gevallen slechts sporadisch wordt opgetreden, onder meer omdat de Belgische verkopers hierover niet beschikken en niet deskundig zijn in vervalsingen van stempels.

1\. a) Hoe kan de reeds voor de verrichtingen van het jaar 1993 geverbaliseerde garagist, zich verweren of indekken tegen eventuele gelijkaardige vaststellingen van de jaren 1994 en 1995 ?

1\. b) Hij kan immers onmogelijk zelf vaststellen of sommige afdrukken van stempels al dan niet echt zijn. Of hoe zou hij dit dan wel tijdig kunnen doen ?

2\. Vele garagisten verkopen tweedehandsauto's aan Poolse en andere kopers uit Oost-Europa. Deze uitvoer buiten de EU is niet te verwaarlozen. Acht u het opportuun maatregelen te treffen om die toch meestal bonafide kleine zelfstandige garagisten te behoeden voor zware BTW-naheffingen, boeten en interesten ?

## **ANTWOORD**

De door het geacht lid gestelde vraag beoogt de verkoop van tweedehandse voertuigen door Belgische BTW-belastingplichtigen aan buitenlandse kopers die de voertuigen zelf uitvoeren naar een plaats buiten de gemeenschap.

Dergelijke verkoop maakt de Belgische BTW in principe opeisbaar. Op grond van [artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) is de verkoper schuldenaar van deze BTW tegenover de Staat.

[Artikel 39, § 1, 2°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) voorziet in een vrijstelling van de BTW ten aanzien van de leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de gemeenschap.

De materiële uitvoer van de goederen uit de gemeenschap is een absolute voorwaarde om de vrijstelling te mogen toepassen.

De verkoper zal bijgevolg de echtheid van de uitvoer van de voertuigen moeten kunnen bewijzen. Dit bewijs moet worden geleverd door middel van een geheel van overeenstemmende documenten zoals, onder meer, de bestelbons, de vervoerdocumenten, de betalingsstukken, het door de koper verstrekte ontvangstbewijs, alsmede de door het douanekantoor van uitgang uit de gemeenschap geviseerde uitvoeraangifte.

Het visum van het douanekantoor van uitgang geeft aan dat de materiële uitvoer van de voertuigen uit de gemeenschap werd vastgesteld. Het aanbieden van de goederen aan de buitengrens van de gemeenschap is trouwens een verplichting die voorzien is in de communautaire douanewetgeving.

De geviseerde uitvoeraangifte is bijgevolg het belangrijkste bewijsstuk, zowel voor de verkoper als voor de administratie.

Het voorleggen door de verkoper van een aangifte die niet behoorlijk voor uitvoer is geviseerd, doet gegronde twijfels rijzen omtrent de echtheid van de materiële uitvoer in die zin dat de administratie bij ontstentenis van andere documenten die deze twijfels wegnemen, zich verplicht ziet de toegepaste BTW-vrijstelling te verwerpen.

In deze context is het dan ook geraadzaam dat de verkoper, bij verkoop aan toevallige buitenlandse klanten, eerst de BTW aanrekent aan zijn koper en die BTW terugbetaalt op het ogenblik dat hij zekerheid heeft over de effectieve uitvoer van de voertuigen.

Bovendien kunnen belastingplichtige wederverkopers op de door hen verrichte leveringen van tweedehandse vervoermiddelen bedoeld in [artikel 58, § 4, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58), de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge toepassen voor zover zij voldoen aan de voorwaarden en modaliteiten die voor de toepassing van deze bijzondere regeling zijn gesteld, en dit zelfs wanneer deze tweedehandse vervoermiddelen worden uitgevoerd.

Het spreekt voor zich dat indien bovenbedoelde vrijstelling door de belastingplichtige wederverkoper niet kan worden bewezen, of hij de vrijstelling wegens uitvoer niet wenst toe te passen, het tweedehands vervoermiddel moet worden verkocht BTW inbegrepen.

Wat de concrete vraag van het geacht lid betreft om kleine zelfstandige garagisten te behoeden voor zware BTW-naheffingen, boeten en interesten, is het mij onmogelijk om bijzondere maatregelen te nemen die ertoe zouden leiden dat de verkoper niet meer aansprakelijk kan worden gesteld voor de BTW wanneer gebruik wordt gemaakt van valse douane-stempels. Dit zou de fraude en de misbruiken immers nog stimuleren.

Indien het evenwel vaststaat dat de verkoper volledig te goeder trouw heeft gehandeld, zal mijn administratie de verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van de opgelegde administratieve boeten met de nodige bereidwilligheid onderzoeken wanneer deze verzoeken werkelijk bijzondere omstandigheden bevatten.

Aangezien het geacht lid blijkbaar een concreet geval beoogt, ben ik uiteraard bereid deze zaak door mijn administratie te laten onderzoeken wanneer hij me de volledige identiteit van de betrokken belastingplichtige ter kennis brengt.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 2 voorkomens

[KB nr. 18 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 1 voorkomen

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 1 voorkomen
