Vr. en Antw., Senaat
Verkoop van nieuwe personenauto's - Arrest van 10 april 1984 van het Europese Hof van Justitie - BTW-heffing op de werkelijke prijs en niet op de catalogusprijs - Overgangsbepaling - Aanrekening van de ten onrechte betaalde BTW in mindering van de verschuldigde inschrijvingstaks
VRAAG
Het Europese Hof van Justitie besliste op 10 april 1984, en veroordeelde België, dat de BTW niet mag worden geheven over catalogusprijs (voor de nieuwe auto's) of een fractie daarvan (voor de tweedehandse auto's) maar enkel op de werkelijke prijs.
Krachtens een advies van de Raad van State is niet alleen de BTW-inning over de catalogusprijs fout voor het arrest, maar ook de inningen die sedert de invoegetreding van de zesde BTW-richtlijn zijn.
Dit zou betekenen dat elke koper te veel BTW betaalde bij de aankoop van een personenwagen, wanneer de cataloguswaarde hoger lag dan de werkelijke aankoopprijs.
De te veel betaalde en aangerekende BTW kan worden teruggevorderd van de verkoper, die krachtens voornoemd arrest te veel betaalde (na datum uitvaardiging zesde BTW-richtlijn).
Graag vernam ik van de geachte Minister of de verkoperbelastingplichtige:
1) voor dit te veel betaalde bedrag een kredietnota mag opstellen en dit bedrag opnemen in het vak 32 (herzieningen) van zijn aangifte. Zo neen, waarom niet;
2) indien negatief wordt geantwoord op vraag 1, bij wie moet belastingplichtige bezwaar indienen en welke procedure dient te worden in acht genomen.
ANTWOORD
Vooraf dient de aandacht van het geachte Lid gevestigd op het feit dat het arrest van 10 april 1984 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg uitsluitend betrekking heeft op de heffing van de BTW over de catalogusprijzen wat nieuwe personenauto's betreft, en geenszins op het gebruik van een fractie van de catalogusprijs als minimummaatstaf van heffing voor tweedehandse auto's.
Wat het standpunt van de Raad van State aangaat met betrekking tot de terugwerkende kracht die aan de aangepaste wetgeving moet worden gegeven, ben ik zo vrij te verwijzen naar de uitvoerige uiteenzetting die ik daaromtrent in de Kamercommissie voor de Financiën heb gegeven en die is weergegeven in het verslag van die commissie (Gedr. Stuk Kamer 968, 1983-1984, nr. 2, blz. 7 tot 10).
De wet van 31 juli 1984 tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten werden gepubliceerd in het Belgische Staatsblad van 3 januari 1985. De verkopers van nieuwe personenauto's zouden, wat de leveringen betreft die vanaf 10 april 1984 werden verricht, mits zij aan hun medecontractant een creditnota uitreiken voor de volgens de eerder uitgereikte factuur te veel betaalde BTW, de teruggave van de aldus aan hun klanten terugbetaalde BTW kunnen opnemen in hun periodieke BTW-aangifte. In dat geval zou van die klanten dan wel een aanvullende inschrijvingstaks gevorderd worden.
Precies om deze dubbele operatie te vermijden werd in artikel 5 van bovengenoemde wet een overgangsbepaling voorzien die het mogelijk maakt de aanrekening te verrichten van de sommen die ten onrechte als belasting over de toegevoegde waarde werden gestort, door ze in mindering te brengen van de als inschrijvingstaks verschuldigde bedragen voor de inschrijvingen die verricht werden tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.