Geneesheren die gemachtigd werden een geneesmiddelendepot te houden · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

32 29 februari 1972

Zoeken

Geneesheren die gemachtigd werden een geneesmiddelendepot te houden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/32-geneesheren-gemachtigd-werden-geneesmiddelendepot-houden-3065

Nummer
32
Datum
29 februari 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Geneesheren die gemachtigd werden een geneesmiddelendepot te houden

VRAAG

In toepassing van artikel 5 en artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zijn de veeartsen vrijgesteld van BTW voor de geneesmiddelen die zij leveren in het kader van een behandeling die zijzelf voorschrijven.

Geldt dit evenzeer voor de geneesheren, die een geneesmiddelendepot houden?

ANTWOORD

De activiteit van geneesheer wordt gereglementeerd door het koninklijk besluit nr. 78, van 10 november 1967, en begrijpt als dusdanig niet de levering van geneesmiddelen. Krachtens artikel 1 van de wet van 12 april 1958 betreffende de medisch-farmaceutische cumulatie is de gelijktijdige uitoefening van de geneeskunde en de farmacie overigens in regel verboden, maar de artikelen 3 en 4 van dezelfde wet laten zekere afwijkingen toe van dit verbod.

Wanneer een geneesheer gemachtigd wordt geneesmiddelen aan zijn zieken te verkopen, is er, overeenkomstig deze laatste wet, cumulatie van twee wel onderscheiden werkzaamheden. De verkopen van geneesmiddelen moeten worden beschouwd als zijnde niet gedaan in de uitoefening van een werkzaamheid als geneesheer, maar in de uitoefening van een onderscheiden werkzaamheid als apotheker. Welnu, deze laatste werkzaamheid verleent aan de betrokkene de hoedanigheid van belastingplichtige; bijgevolg zijn de verkopen van geneesmiddelen door de geneesheren met geneesmiddelendepot onderworpen aan de belasting. Om die reden zijn overigens na raadpleging van de betrokken beroepsgroeperingen forfaitaire grondslagen van aanslag vastgesteld voor de geneesheren met geneesmiddelendepot.

De toestand van de veeartsen, die zich beperken tot het afleveren van geneesmiddelen in het kader van een behandeling die zij voorschrijven, is verschillend, aangezien zij niet bedoeld zijn in de wet van 12 april 1958 en zij geen houder hoeven te zijn van een bijzondere vergunning. De leveringen van geneesmiddelen, die zij verrichten, hebben wel degelijk plaats in de uitoefening van hun gebruikelijke activiteit als veearts en ontsnappen bijgevolg aan de toepassing van de BTW (z. artikelen 5 en 44, § 1, 3°, van het Wetboek). Hieruit volgt evenwel niet dat deze geneesmiddelen niet onderworpen zijn aan de BTW aangezien de veearts bij de aankoop ervan de BTW heeft moeten betalen en deze betaling definitief is.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 442 voorkomens
WBTW art. 51 voorkomen