---
title: "Parlementaire vraag 315 · Werk in onroerende staat. Belastingplichtigen zonder recht op aftrek. Maatstaf van heffing"
description: "Werk in onroerende staat. Belastingplichtigen zonder recht op aftrek. Parlementaire vraag nr. 315 van 29 februari 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/315-werk-in-onroerende-staat-belastingplichtigen-9881"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/315-exemption-art-44-assujetti-droit-818e"
---

# Werk in onroerende staat. Belastingplichtigen zonder recht op aftrek. Maatstaf van heffing. · Werk in onroerende staat. Belastingplichtigen zonder recht op aftrek. Maatstaf van heffing. Recht op aftrek.

**Nummer**

315

**Datum**

29 februari 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 31, blz. 3866-3867**

**BTW-Revue nr. 122, blz. 553**

*Werk in onroerende staat - Belastingplichtigen zonder recht op aftrek - Maatstaf van heffing - Recht op aftrek.*

## **VRAAG**

Een belastingplichtige die onder de vrijstellingen van [artikel 44 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) valt, verricht voor de doeleinden van zijn economische activiteit zelf een werk in onroerende staat. Volgens het principe van [artikel 19, § 2, BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) wordt dit werk in onroerende staat gelijkgesteld met een dienst en is de BTW hierop verschuldigd over de normale waarde van de dienst. Die belastingplichtige heeft nochtans reeds BTW voldaan op de aankopen van zijn bouwmaterialen, zodat hij in principe tweemaal de belasting dient te betalen, daar hij voor de aankoop geen recht op aftrek van de BTW als belastingplichtige heeft.

Werd reeds een oplossing met betrekking tot die dubbele belasting uitgewerkt ?

## **ANTWOORD**

Ingevolge [artikel 19, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) wordt met een dienst verricht onder bezwarende titel gelijkgesteld, de uitvoering door een belastingplichtige van een werk in onroerende staat:

1° voor de doeleinden van zijn economische activiteit, met uitzondering van:

a) werk dat bestaat in de oprichting van een gebouw door een in [artikel 12, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) bedoelde belastingplichtige;

b) herstellings-, onderhouds- en reinigingswerk, indien dergelijk werk verricht door een andere belastingplichtige een volledig recht op aftrek zou doen ontstaan;

2° voor zijn privé-doeleinden of deze van zijn personeel en, meer algemeen, om niet of voor andere doeleinden dan deze van zijn economische activiteit.

Voor de toepassing van [artikel 19, § 2, 1°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), dient er geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de uitgeoefende economische activiteit al dan niet bestaat uit handelingen die recht op aftrek verlenen.

Derhalve dienen belastingplichtigen, wiens activiteit op grond van [artikel 44 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) is vrijgesteld (de zogenaamde belastingplichtigen zonder recht op aftrek) eveneens de bepalingen van artikel 19, § 2, 1°, van genoemde wetboek toe te passen.

Anderzijds kunnen laatstgenoemden de BTW geheven van de aankoop van materialen die zij in voorkomend geval gebruiken bij de uitvoering van werk in onroerende staat onder de in het vorige lid bedoelde omstandigheden in aftrek brengen, zodat de belasting slechts eenmaal verschuldigd is, namelijk op het tijdstip waarop de dienst is voltooid (BTW-wetboek, art. 22, § 1).

Voor bedoelde handelingen is de maatstaf van heffing de normale waarde van de dienst (zie [art. 33, 3°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33)), dit wil zeggen de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt, in dezelfde handelsfase kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen (zie [art. 32, tweede lid van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32)). Ten aanzien van bovengenoemde diensten is met andere woorden de normale waarde de prijs die zou moeten betaald worden indien de te belasten diensten door een derde werden verstrekt aan de belastingplichtige tegen betaling van een geldsom.

De gevallen waarin [artikel 19, § 2, 1°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) van toepassing is in hoofde van een belastingplichtige zonder recht op aftrek, zijn blijkbaar zeer zeldzaam. Daarom zal de Administratie wanneer het geval zich toch voordoet, de bij toepassing van bovengenoemde bepaling verschuldigde BTW, rekening houdend met de BTW die aftrekbaar is, teneinde bijkomende formaliteiten in hoofde van de betrokken belastingplichtigen te vermijden bij voorkeur door middel van een minnelijke inregelstelling invorderen.

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 4 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 2 voorkomens

[WBTW art. 12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) 1 voorkomen

[WBTW art. 32](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32) 1 voorkomen

[WBTW art. 33](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33) 1 voorkomen
