Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1995-1996 blz. 4304
Tarief - Verlaagd tarief - Autovoertuig - Fiscale voordelen - Bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten - Invaliden en gehandicapten - Gehandicapte - Intracommunautaire verwerving vervoermiddel - Invoer vervoermiddel door invalide of gehandicapte - Nultarief - Gunstregeling Invaliden en gehandicapten - Teruggaaf - Recht op teruggaaf
VRAAG
Krachtens artikel 77, § 2, b), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel 15, § 1, 2°, b), van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en artikel 96 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen zijn personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd, en personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt, respectievelijk van de BTW, de belasting op de inverkeerstelling en de verkeersbelasting op de autovoertuigen vrijgesteld. Er werd mij gemeld dat men geweigerd heeft die fiscale vrijstelling toe te kennen aan een persoon die met ademhalingsmoeilijkheden te kampen heeft, permanent zuurstof nodig heeft en een zuurstoffles in zijn auto heeft laten installeren. Die persoon werd erkend als gehandicapte waarvan de vermindering van de graad van zelfredzaamheid op 16 punten werd vastgesteld.
1. Zijn de voorwaarden voor de toekenning van die vrijstellingen aan gehandicapten niet te streng, aangezien de integratie van gehandicapten door het vergemakkelijken van hun mobiliteit moet worden bevorderd en de regelgeving moet worden versoepeld om onrechtvaardige situaties, zoals boven beschreven, te voorkomen ?
2. Hoe verklaart u dat een vermindering van de graad van zelfredzaamheid met 16 punten geen recht geeft op vrijstelling van belastingen op autovoertuigen, terwijl een vermindering van de graad van zelfredzaamheid met 12 punten krachtens het ministerieel besluit van 29 juli 1991 volstaat om een speciale parkeerkaart te verkrijgen ?
ANTWOORD
Krachtens artikel 77, § 2, b), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, en overeenkomstig rubriek XXII, eerste afdeling, § 1, 2°, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, kunnen bepaalde categorieën invaliden en gehandicapten genieten van een gunstregeling die bestaat in de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. ter gelegenheid van de aankoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer in België, van een nieuwe of tweedehandse auto, bestemd om te worden gebruikt voor personenvervoer langs de weg en als persoonlijk vervoermiddel door de invalide of de gehandicapte, met de mogelijkheid achteraf teruggaaf te verkrijgen van de aan dit tarief betaalde belasting.
Die bijzondere regeling komt in feite neer op de toepassing van een "nultarief" wat de BTW betreft.
Bovendien is het verlaagd tarief van 6 pct. eveneens van toepassing op het onderhoud en de herstelling van zulk voertuig zonder de mogelijkheid evenwel de teruggaaf van de belasting te verkrijgen (rubriek XXVI van tabel A van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit nr. 20).
Anderzijds, gelet op de wil tot harmonisatie op fiscaal gebied van de op sociaal vlak gevoerde politiek ten gunste van de invaliden en de gehandicapten, is in de artikelen 5, § 1, 3°, en 96, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, en in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, een regeling voorzien waarbij ter gelegenheid van de inschrijving van een auto voor personenvervoer of het gebruik van zulk een voertuig, vrijstelling wordt verleend van respectievelijk de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling ten gunste van dezelfde categorieën van invaliden en gehandicapten als die beoogd in de bijzondere gunstregeling wat betreft de belasting over de toegevoegde waarde.
Het voorrecht van die verschillende fiscale voordelen kan, volgens de bewoordingen zelf van de wettelijke bepalingen ter zake, slechts worden ingeroepen (overigens tegen het naleven van diverse voorwaarden) door een beperkt omschreven aantal categorieën van invaliden en gehandicapten getroffen in hun bewegingsvrijheid zelf, te weten (afgezien van de militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden die in die hoedanigheid een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. genieten wat de BTW betreft of van ten minste 60 pct. wat de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling aangaat) :
- personen die volledig blind zijn; - personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd;
- personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 pct. bedraagt.
Wat meer in het bijzonder de BTW betreft, houd ik er aan bovendien de aandacht te vestigen op het feit :
- dat, in het kader van de afschaffing van de fiscale grenzen, de Ministerraad van de Europese Gemeenschappen op 19 oktober 1992 de Richtlijn 92/77/EEG heeft aangenomen, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG van 17 mei 1977 (onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven), en dat, op grond van artikel 12, § 3, a), lid 3, van de aldus gewijzigde Richtlijn 77/388/EEG, het verlaagd BTW-tarief voortaan slechts mag worden toegepast op de in bijlage H van de genoemde richtlijn bedoelde categorieën van leveringen van goederen en dienstverrichtingen;
- dat in onderhavig geval, de auto's bestemd voor invaliden en gehandicapten niet in de bijlage H zijn beoogd;
- maar dat België in het kader van haar sociale politiek ter zake, evenwel de toelating heeft gekregen de gunstregeling te behouden die zij toepast op auto's voor invaliden.
Bijgevolg kan een uitbreiding van de gunstregeling niet worden overwogen wat de BTW betreft. Teneinde de op dit gebied gerealiseerde fiscale harmonisatie te behouden, acht ik het derhalve evenmin aangewezen de vrijstellingsregelingen wat betreft de twee andere belastingen uit te breiden.
Overigens maak ik het geacht Lid opmerkzaam op het feit dat door de H. Maurice Didden op 13 oktober 1995 een wetsvoorstel werd ingediend tot uitbreiding van het aantal rechthebbenden op fiscale voordelen bij aankoop en gebruik van een auto voor personenvervoer (Kamer van Volksvertegenwoordigers - Gewone zitting 1995-1996 - 129/1 - 95/96).
Dit voorstel wordt op dit ogenblik aan een studie onderworpen binnen de fiscale administraties, in overleg met de andere betrokken ministeries. De door het geacht Lid naar voor gebrachte argumenten zullen te berde worden gebracht tijdens deze besprekingen, zonder uiteraard afbreuk te doen aan de door de Europese reglementering ter zake vastgestelde beperkingen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.