Vr. en Antw., Senaat, 1992-1993, nr. 58, blz. 2840-2841
BTW - Verschillend tarief voor de herstelling van wagens - Provincie Luxemburg en in het Groothertogdom
VRAAG
Tot 31 december 1992 betaalden de BTW-plichtige automobilisten uit het Groothertogdom die hun wagen lieten herstellen of onderhouden door een Belgisch bedrijf, evenveel BTW als in het Groothertogdom, namelijk 15 pct. Deze BTW was volledig aftrekbaar.
Sedert 1 januari 1993 moeten deze klanten de Belgische BTW betalen die nu 19,5 pct. bedraagt en bovendien is het onzeker of zij daarvan de helft zullen kunnen aftrekken, na hiertoe een aanvraag te hebben ingediend bij een dienst te Brussel. De Belgische BTW-plichtige automobilist die zijn voertuig in het Groothertogdom Luxemburg laat onderhouden of herstellen, zal slechts 15 pct. Luxemburgse BTW betalen, die volledig aftrekbaar is.
Is de geachte minister op de hoogte van deze toestand en is hij van plan maatregelen te nemen om de eerlijke concurrentie tussen onze garagehouders en hun collega's in het Groothertogdom veilig te stellen ?
ANTWOORD
De nieuwe bepalingen van het BTW-Wetboek, die sinds 1 januari 1993, van kracht zijn wijzigen geenszins de regels inzake het bepalen van de plaats van de dienst in de gevallen bedoeld door het geacht lid, waarbij ofwel in het Groothertogdom Luxemburg gevestigde BTW-belastingplichtige automobilisten hun wagen laten herstellen of onderhouden bij in Belgie gevestigde garagehouders, ofwel in België gevestigde BTW-belastingplichtige automobilisten dezelfde werken aan hun wagen laten verrichten door een in het Groothertogdom Luxemburg gevestigde garagehouder.
Net zoals voordien, en overeenkomstig artikel 9, 2, d, van de zesde EEG-richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977, worden de werken met betrekking tot een lichamelijk roerend goed, hetgeen hier het geval is, geacht plaats te vinden op de plaats waar de dienst materieel wordt verricht.
Aldus is de herstelling en het onderhoud van wagens, die dienstprestaties zijn als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Belgisch BTW-Wetboek, overeenkomstig artikel 21, §§ 1 en 3, 2°, van hetzelfde wetboek, dat de omzetting is naar Belgisch recht van artikel 9 van voornoemde zesde richtlijn, in de regel, aan de BTW in België onderworpen tegen het normale tarief van 19,5 pct. ( 19 pct. vóór 1 april 1992) wanneer de wagen zich in België bevindt op het tijdstip van het verrichten van de werken. Die regel was van toepassing vóór 1 januari 1993 en blijft van toepassing vanaf die datum, in het geval beoogd door het geacht lid en dat ongeacht de hoedanigheid of de nationaliteit van de persoon waarvoor de dienst wordt verricht.
In het omgekeerde geval zijn de herstellings- en onderhoudswerken aan wagens verricht in het Groothertogdom Luxemburg er aan de BTW onderworpen tegen het in dat land geldende tarief (in casu 15 pct.) zelfs indien ze worden verricht voor een Belgisch automobilist.
Indien de automobilist een belastingplichtige is met recht op aftrek, wordt die aftrek bepaald door de regels van het land waar de belasting verschuldigd is. Het is derhalve terecht dat de aftrek van de belasting geheven van de herstelling of het onderhoud van de wagens overeenkomstig artikel 45, § 2, van het Belgisch wetboek beperkt wordt tot 50 pct. wanneer de belasting verschuldigd is in België, zelfs wanneer het een klant uit het Groothertogdom Luxemburg betreft.
De hogergenoemde dienstprestaties van herstelling en onderhoud, verricht aan goederen die werden uitgevoerd hetzij door of voor rekening van de dienstverrichter, hetzij door of voor rekening van de niet in België gevestigde afnemer van de dienst, konden, overeenkomstig de vóór 1 januari 1993 geldende BTW-reglementering inzake uitvoer, niettemin de vrijstelling van de BTW genieten op grond van artikel 39, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek, voor zover die goederen hier te lande werden verkregen of vervaardigd, of er werden ingevoerd om de bedoelde diensten te ondergaan.
Bij de grensoverschrijdingen dienden de goederen dus, wat de douane- en fiscale formaliteiten betreft, het voorwerp uit te maken van een schriftelijke aangifte ten invoer en ten uitvoer. Aangezien het goederen betrof die, over de Belgisch-Luxemburgse grens, werden ingevoerd uit het Groothertogdom Luxemburg en naar dat land werden wederverzonden, diende geen enkele douaneformaliteit meer te worden vervuld, vermits de fiscale aangifte van die goederen mondeling gebeurde door de overlegging, op het bevoegd douanekantoor, van een schriftelijk document, genaamd "Opgave Benelux 50", betreffende de intra-Benelux-handel. Met deze vrijstelling in België kwam normalerwijze een heffing in het Groothertogdom Luxemburg overeen, tegen het aldaar van toepassing zijnde tarief, ingevolge de wederverzending van het voertuig naar dat land.
Sedert 1 januari 1993 en de invoering van het gemeenschappelijk BTW-overgangsstelsel, zijn de begrippen invoer en uitvoer alsmede de eraan verbonden douaneformaliteiten en de vrijstelling van de BTW die de uitvoeren genieten, beperkt tot de handelingen met landen die niet tot de Europese Gemeenschap behoren. Derhalve wordt momenteel in onderhavig geval terecht Belgische BTW in rekening gebracht van de automobilisten uit het Groothertogdom Luxemburg, al dan niet BTW-belastingplichtigen.
Tenslotte, hoewel het toepasselijk BTW-tarief en de regels inzake aftrek van de belasting inderdaad verschillend zijn in sommige buurlanden, overweegt België, in de huidige stand van zaken niet om wijzigingen aan te brengen aan de hiervoor uiteengezette regels.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.