Verplichting voor de KMO's. Staat die overzicht geeft intracommunautaire leveringen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

305 11 maart 1993

Zoeken

Verplichting voor de KMO's. Staat die overzicht geeft intracommunautaire leveringenBTW. Verplichting voor de KMO's. Staat die overzicht geeft intracommunautaire leveringen.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/305-verplichting-kmo-staat-overzicht-geeft-91c2

Nummer
305
Datum
11 maart 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 1992-1993, nr. 56, blz. 2726-2727

BTW. - Verplichting voor de KMO's - Staat die overzicht geeft intracommunautaire leveringen.

VRAAG

In het raam van de omzetting in het Belgisch recht van de voorlopige Europese regeling die de afschaffing van de fiscale grenzen beoogt met ingang van 1 januari 1993, werd het Belgisch BTW-Wetboek grondig gewijzigd door de wet van 28 december 1992.

Zo bepaalt het nieuwe artikel 53sexies, § 1, van het BTW-Wetboek dat de belastingplichtigen die voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, ieder kalenderkwartaal voor iedere persoon die in een andere lidstaat voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen in kennis moet stellen van onder meer het totale bedrag van de krachtens artikel 39bis vrijgestelde leveringen van goederen (intracommunautaire leveringen) en waarvoor de belasting in de loop van het vorige kalenderkwartaal opeisbaar is geworden.

Dit artikel werd ten uitvoer gelegd door het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53sexies, § 1, van het BTW-Wetboek en houdende de diverse gegevens waarvan de administratie van de BTW in kennis moet worden gesteld.

De EG-Raad van ministers heeft op 21 december 1992 een besluit genomen dat de regeringen van acht landen toestaat de KMO's vrij te stellen van de verplichting om ieder kwartaal een overzicht voor te leggen van de produkten en de diensten die in een andere lidstaat geleverd of verricht werden. De vereiste inlichtingen zullen naargelang van het land slechts om de zes maanden of om het jaar verstrekt moeten worden.

In de zin van dit besluit wordt onder KMO verstaan de bedrijven die ingevolge hun handelsrelaties met klanten van andere landen van de Europese Gemeenschap een omzetcijfer verwezenlijken dat lager ligt dan 200 000 ecu per jaar (d.w.z. ongeveer 8 miljoen frank).

De betrokken lidstaten zijn Denemarken, Duitsland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, d.w.z. acht van de twaalf lidstaten.

Kan de geachte minister mij uitleggen waarom België het niet wenselijk heeft geacht te vragen dat een soortgelijk besluit ook bij ons van toepassing zou zijn ? Dit zou immers de Schatkist niets kosten (die verrichtingen zijn vrijgesteld van BTW in België op grond van het nieuw artikel 39bis van het BTW-Wetboek). Daarenboven zou een dergelijke maatregel de reeds zeer zware administratieve lasten verlichten waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen inzake BTW gebukt gaan.

Kan de geachte minister mij eveneens meedelen of hij voornemens is de Raad van ministers van de Europese Gemeenschap te vragen een besluit te nemen dat de Belgische regering toestaat de Belgische KMO's vrij te stellen van de verplichting om de drie maanden een lijst voor te leggen die een overzicht geeft van hun intracommunautaire leveringen alsook van sommige transporten of verzendingen van goederen naar een andere lidstaat ?

ANTWOORD

Het is niet opportuun geacht om het voordeel van de bijzondere maatregelen beoogd in artikel 22, § 12, punten a) en b), van de richtlijn 77/388/EEG, te vragen omdat de controle gemakkelijker en beter wordt naarmate de gegevens van de aangifte beoogd in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek en van de intracommunautaire opgave betrekking hebben op periodes die zo dicht mogelijk op elkaar aansluiten.

Overigens deel ik het geachte lid mede dat, gebruik makend van de mogelijkheid voorzien in artikel 25, § 4, eerste lid, van dezelfde richtlijn, de landbouwondernemers die de aangifte beoogd in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek niet moeten indienen, ertoe gemachtigd zijn de in artikel 53sexies, § 1, van dit wetboek bedoelde inlichtingen slechts jaarlijks te verstrekken (zie artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992, tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van voormeld artikel 53sexies, § 1).

Aangehaalde teksten

4