---
title: "Parlementaire vraag 3 · Beroeps- of toevallige oprichters"
description: "Beroeps- of toevallige oprichters, beroepsoprichter. Parlementaire vraag nr. 3 van 23 februari 1979 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-beroeps-toevallige-oprichters-windels-caudron-18a2"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/3-pratiques-commerciales-frauduleuses-cartes-acheteur-eabd"
---

# Beroeps- of toevallige oprichters

**Nummer**

3

**Datum**

23 februari 1979

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Beroeps- of toevallige oprichters*

## **VRAAG**

Een vennootschap met als maatschappelijk doel «de aan- en verkoop van gebouwen, het doen afwerken van gebouwen en het doen oprichten van gebouwen met het doel die te verkopen» ondervindt bij de BTW-administratie onoverkomelijke moeilijkheden wegens de voortdurend wisselende beslissingen indien bedoelde vennootschap nu dient erkend als beroepsoprichter of als toevallige oprichter.

Dit brengt niet alleen zware financiële verliezen mede, maar stelt de vennootschap ook voor onoplosbare problemen inzake haar boekhouding die zij op twee verschillende wijzen zou moeten houden.

Een bepaalde controledienst erkent de vennootschap als beroepsoprichter. Bijgevolg dient de BTW betaald, maar mag worden gerecupereerd.

Een andere controle (ingevolge verhuizen van de administratieve zetel) besluit dat de vennootschap niet als beroepsoprichter maar als toevallige oprichter dient erkend (art. 8, § 1 of § 3, van het BTW-Wetboek).

Midden in haar commerciële activiteiten, nadat een aantal appartementen zijn aangekocht en afgewerkt, terwijl daarvan reeds enkele werden verkocht, besluit de BTW-administratie dat geen BTW meer mag worden gerecupereerd. Voor elk gebouw zou de boekhouding dan verschillend moeten gehouden worden, wat in de vennootschapsboekhouding onmogelijk is.

Ik zou de geachte Minister danken indien hij een duidelijker standpunt zou kunnen mededelen.

Zijn dergelijke vennootschappen, gezien hun maatschappelijk doel en hun dagelijkse activiteiten, ja of neen beroepsoprichters van gebouwen?

## **ANTWOORD**

Iemand heeft de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige in de zin van [artikel 8, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), wanneer het vaststaat dat zijn geregelde werkzaamheid erin bestaat gebouwen op te richten of te laten oprichten om ze voor, tijdens of na de oprichting, doch uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarvoor ze voor het eerst zijn opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing, onder bezwarende titel te vervreemden.

Wanneer iemand een gebouw koopt met voldoening van de BTW, kan de wederverkoop van dit gebouw binnen de in het vorige lid bepaalde termijnen, volgens zijn keuze plaatsvinden, ofwel met toepassing van het registratierecht, ofwel overeenkomstig [artikel 8, § 3, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), met toepassing van de BTW. Indien dat gebouw wordt verkocht na afwerking, kan, wanneer die afwerking belangrijk is, de BTW evenwel verschuldigd zijn bij toepassing van bovengenoemde § 1 van artikel 8.

Daar het geachte lid blijkbaar een concreet geval beoogt, ben ik natuurlijk bereid, indien mij de volledige identiteit van de vennootschap ter kennis wordt gebracht, deze zaak door mijn administratie te laten onderzoeken.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) 2 voorkomens
