---
title: "Parlementaire vraag 3-981 · BTW-plicht gemeenten. Riolering"
description: "BTW-plicht gemeenten. Riolering. Parlementaire vraag nr. 3-981 van 2 februari 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-981-btw-plicht-gemeenten-riolering-mondelinge-6fd9"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/3-981-assujettissement-communes-tva-egouts-orale-3b48"
---

# BTW-plicht gemeenten. Riolering

**Nummer**

3-981

**Datum**

2 februari 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Hand. , Senaat, 2005-2006, nr. 3-149, blz. 16-18**

*BTW-plicht gemeenten - Riolering*

## **VRAAG**

Gemeenten die met een drinkwatermaatschappij een overeenkomst sluiten om het vervuilde water in te zamelen en af te voeren, zijn BTW-plichtig. Het duurde tot eind oktober 2005, naar aanleiding van een vraag om uitleg die ik toen stelde, voordat minister van Financiën Reynders hierover klaarheid schiep. Om te vermijden dat gemeenten bovendien ook de BTW op investeringen in rioleringen van vóór 2005 gedeeltelijk gaan terugvorderen, kwam er op 20 december 2005 een beslissing van de BTW-administratie dat het vanaf 1 juli 2005 niet langer kan.

Deze beslissing is in drie opzichten opmerkelijk:

Ze maakt een einde aan het Belgische standpunt dat in het verleden betaalde BTW op investeringen, voorafgaand aan het BTW-plichtig worden, gedeeltelijk aftrekbaar was wanneer een persoon naderhand de hoedanigheid van BTW-plichtige verkrijgt.

Deze beslissing is algemeen en is bijgevolg niet enkel beperkt tot de situatie van gemeenten en investeringen in het rioleringsnet.

De beslissing werd pas op 13 januari 2006 bekendgemaakt via Fisconet en heeft retroactieve uitwerking vanaf 1 juli 2005.

Bevestigt de minister dat ingevolge de administratieve beslissing uitsluitend de datum waarop men de hoedanigheid van BTW-plichtige krijgt, determinerend is om te bepalen of de BTW van vóór 2005 al dan niet gedeeltelijk aftrekbaar is ?

Waarom herziet België nu het vroegere standpunt ? Waarom wordt het Belgische standpunt retroactief herzien ? Wat zijn de gevolgen voor BTW-plichtigen als gemeenten en commerciële ondernemingen ? Erkent de minister dat een retroactieve aanpassing van standpunten inzake belastingen een negatieve invloed heeft op het investeringsklimaat ?

Hoe ver staat het met het wetsontwerp om [artikel 6 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) te wijzigen, zoals opgelegd in het arrest 57/2005 van het Arbitragehof ?

## **ANTWOORD**

(van de heer Reynders, minister van Financiën)

De datum waarop men de hoedanigheid van BTW-plichtige verwerft, is determinerend om te bepalen of de BTW al dan niet aftrekbaar is. De gemeenten kunnen hun recht op aftrek uitoefenen, overeenkomstig [artikel 45, paragraaf 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), vanaf het tijdstip waarop ze de hoedanigheid hebben van BTW-plichtige voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater.

Het Belgische standpunt waarover de heer Steverlynck spreekt, werd herzien ingevolge het arrest van het Europees Hof van Justitie van 2 juni 2005 in de zaak [C-378/02](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-378-02-arrest), Waterschap Zeeuws-Vlaanderen. De administratie wordt thans verzocht zich uit te spreken over het recht op aftrek in hoofde van de Vlaamse gemeenten die de hoedanigheid hebben van belastingplichtige in het kader van hun activiteiten inzake de inzameling en de afvoer van afvalwater, inzonderheid wat de herziening in hun voordeel betreft van BTW op bedrijfsmiddelen. Deze problematiek maakte overigens het voorwerp uit van overleg tussen mijn diensten en het kabinet van staatssecretaris Jamar op woensdag 18 januari 2006.

Het ontwerp houdende de wijziging van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) wordt momenteel door mijn kabinetsmedewerkers behandeld.

**WEDERVRAAG** (van de heer Steverlynck)

Het is zeer opmerkelijk dat de BTW-administratie de regeling verandert op een moment dat de gemeenten ook de BTW op rioleringsinvesteringen kunnen aftrekken. Ook vroeger nam de administratie een soepeler houding aan dan de Europese rechtspraak. De wijziging komt er nu wellicht om te vermijden dat de gemeenten de BTW op investeringen die ze in 2005 al hebben gedaan, nog in mindering kunnen brengen. De verplichting om het vervuilde water af te voeren geldt immers al vanaf januari 2005 of nog vroeger. Vanaf januari 2005 konden ze alleszins al overeenkomsten sluiten met de drinkwatermaatschappijen. Kan de minister bevestigen dat deze kwestie de aanleiding was voor de nieuwe maatregel en niet het arrest van het Arbitragehof waarnaar hij verwijst?

**WEDERANTWOORD** (van de heer Reynders)

Er bestaat geen werkwijze die voor alle gemeenten een oplossing biedt. Daarom precies voeren we een onderzoek uit naar de concrete situatie van de verschillende gemeenten. Als de resultaten daarvan bekend zijn, moeten we misschien opnieuw de BTW-regeling aanpassen. Hoe dan ook lijkt het me onmogelijk om een regeling op te leggen voor alle gemeenten. Zelfs voor alle gemeenten van eenzelfde gewest kan dat niet.

**WEDERVRAAG** (van de heer Steverlynck)

Wil dat zeggen dat deze BTW-wijziging alleen slaat op de gemeenten of geldt die voor alle BTW-plichtigen ?

**WEDERANTWOORD** (van de heer Reynders)

Vooraleer ik die vraag beantwoord wil ik de mening kennen van de technische dienst van de BTW-administratie.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 2 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[C-378/02, arrest van 2 juni 2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-378-02-arrest) 1 voorkomen
