---
title: "Parlementaire vraag 3-6892 · Europese richtlijnen. Weerslag op de bedrijven"
description: "Europese richtlijnen. Weerslag op de bedrijven. Parlementaire vraag nr. 3-6892 van 30 januari 2007 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-6892-europese-richtlijnen-weerslag-bedrijven-nyssens-a93d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/3-6892-directives-europeennes-effet-entreprises-nyssens-b5c4"
---

# Europese richtlijnen. Weerslag op de bedrijven

**Nummer**

3-6892

**Datum**

30 januari 2007

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

10 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-87, blz. 9671-9672**

*Europese richtlijnen - Weerslag op de bedrijven*

## **VRAAG**

Krachtens welke bepalingen van de Europese verdragen of welke arresten van het Europees Hof van Justitie eist de fiscale administratie van economische actoren financiële bijdragen, zoals bijvoorbeeld in de circulaire van 24 augustus 2006, op basis van richtlijnen of algemene beginselen van gemeenschapsrecht die nog niet door het Parlement zijn aangenomen of met betrekking tot een periode die voorafgaat aan de goedkeuring door het Parlement?

Vindt de geachte minister dat wanneer een juridisch begrip zowel in de Europese richtlijnen als in het Belgisch gemeen recht bestaat en de wetgever de benaming van zulke begrippen overneemt, de definitie die in de desbetreffende Europese richtlijn is opgenomen moet worden toegepast, zonder dat daarbij moet worden gepreciseerd dat het begrip uit onze wetgeving niet van toepassing is, zelfs indien de benaming precies dezelfde is?

## **ANTWOORD**

(vice-eersteminister en minister van Financiën)

1\. Het komt mij voor dat de vraag van het geachte lid zich in het bijzonder richt naar de bepalingen uit de programmawet van 20 juli 2006 die betrekking hebben op de problematiek van het rechtsmisbruik inzake BTW. De vragen die het geachte lid zich daaromtrent stelt, worden in detail behandeld in hoofdstuk 4 (nrs. 48 tot 55) van de door het geachte lid terzake trouwens aangehaalde aanschrijving van mijn diensten van 24 augustus 2006. Ik verwijs het geachte lid dan ook graag naar deze aanschrijving voor verdere toelichting.

2\. Het is eigen aan het stelsel van de belasting op de toegevoegde waarde dat de nationale wetgevingen van de lidstaten in overeenstemming dienen te zijn met het communautaire regelgevende kader terzake waarvan de basisbeginselen momenteel zijn neergelegd in de richtlijn 2006/112/EG (voorheen "zesde BTW-richtlijn", i.e. richtlijn 77/388/EEG).

Het is bovendien eigen aan het stelsel van de belasting op de toegevoegde waarde dat volgens een vaste rechtspraak van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen de begrippen die in de voormelde richtlijn worden gehanteerd - behoudens voor die begrippen waarvan de inhoudelijke omschrijving door de richtlijn zelf uitdrukkelijk wordt overgelaten aan de lidstaten zelf rechtsbegrippen zijn waarvan de inhoud en de draagwijdte in principe worden toegelicht in de arresten van dit Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen. Dit brengt met zich mee dat deze begrippen, die meestal als dusdanig zijn overgenomen in de interne wetgeving van de lidstaten, soms een betekenis kunnen hebben die meer of minder afwijkt van de gangbare betekenis van deze begrippen in het algemeen taalgebruik, in het gemeen recht of in specifieke andere rechtstakken. Dit is evenwel een rechtstreeks gevolg van de onderliggende filosofie dat het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen moet zorgen voor een eenvormige interpretatie (en aldus een eenvormige toepassing) van de communautaire begrippen die in de onderscheiden nationale rechtsordes van de lidstaten zijn overgenomen en dit boven de vaak sterk uiteenlopende nationale rechtstradities heen.

Rekening houdend met de hiervoor beschreven en algemeen bekende specifieke juridische context, is het evident dat aan de binnen het kader van de Belgische BTW-wetgeving gehanteerde begrippen de correcte invulling moet worden gegeven overeenkomstig de terzake vigerende rechtspraak van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen, zonder dat dit uiteraard telkens weer in elke nationale bepaling dient te worden vermeld. De inhoudelijke verduidelijkingen van de communautaire begrippen in de rechtspraak van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen worden trouwens evenmin hernomen in de tekst van de communautaire rechtsnorm. Uiteraard nemen mijn diensten evenwel met het oog op de rechtszekerheid voor zover nodig het initiatief om de inhoud van bepaalde rechtsbegrippen voor de belastingplichtige zo duidelijk mogelijk in te kaderen en toe te lichten. De door het geachte lid aangehaalde aanschrijving van 24 augustus 2006 is hiervan trouwens een uitstekend voorbeeld.
