Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-90, blz. 10474-10475
Verrichtingen van buitenlandse dochterondernemingen - Toepassing van de btw-eenheid - Verschuldigdheid van de btw
VRAAG
Is de in België gevestigde BTW-eenheid, waartoe een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap behoort, BTW verschuldigd op consultancydiensten die rechtstreeks vanuit het buitenland geleverd worden door deze in het buitenland gevestigde vennootschap aan een in België gevestigde belastingplichtige die geen deel uitmaakt van de BTW-eenheid ?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën)
In de veronderstelling dat een belastingplichtige gevestigd buiten België een intellectuele dienstprestatie verricht voor de behoeften van de economische activiteit van een in België gevestigde belastingplichtige, vindt die dienstprestatie op grond van artikel 21, § 3, 7°, van het Wetboek plaats in België en wordt derhalve met Belgische BTW belast.
Wat de verschuldigdheid van de BTW betreft, is de oplossing verschillend al naargelang die buitenlandse belastingplichtige al dan niet over een vaste inrichting in België beschikt. Indien dit niet het geval is, zal de BTW verschuldigd zijn door de ontvanger van de dienst op grond van artikel 51, § 2, 1°, a), van het BTW-Wetboek; in het tegengestelde geval zal de belasting op grond van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek verschuldigd zijn door de vaste inrichting van die belastingplichtige in België, ongeacht of die inrichting tussenkomt in die handeling of niet. Het gaat hier om het attractiebeginsel waarnaar ik verwees in uw vraag nr. 3- 6217 die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 10460).
In de door het geachte lid bedoelde veronderstelling moet dezelfde oplossing worden toegepast rekening houdend evenwel met de specifieke eigenschappen van het stelsel van de BTW-eenheid.
Ongeacht of de inrichting van de buitenlandse vennootschap, bovendien lid van een BTW-eenheid in België, al dan niet tussenkomt in de uitvoering van die dienstverrichting bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek, zal de schuldenaar van de BTW op die handeling, op grond van het voornoemd attractiebeginsel, de BTW-eenheid zijn waarvan de inrichting deel uitmaakt.
Rekening houdend met het feit dat de BTW-eenheid de enige gekende belastingplichtige is en dat bovendien één enkele periodieke BTW-aangifte wordt ingediend door de vertegenwoordiger van de BTW-eenheid op naam van de eenheid en voor rekening van al haar leden, zal de BTW verschuldigd overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek op de bedoelde handeling inderdaad ingeschreven worden in die periodieke aangifte ingediend op naam van de BTW-eenheid.
Alleen de op die handeling verschuldigde belasting zal in het correctierooster [61] van de periodieke aangifte van de eenheid moeten worden vermeld, zonder dat de maatstaf van heffing ergens anders moet worden opgenomen.
In een dergelijk geval zal de vertegenwoordiger van de BTW-eenheid die inschrijving moeten verantwoorden bij zijn bevoegd BTW-controlekantoor. De hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de leden van de BTW-eenheid ten aanzien van de door de BTW-eenheid aan de Staat verschuldigde bedragen is voor een dergelijke schuld immers niet van toepassing. Deze schuld blijft immers eigen aan één enkel lid voor zover ze het gevolg is van een handeling verricht door een buiten België gevestigde belastingplichtige die, hoewel verbonden met een lid van die BTW-eenheid, zelf geen lid van die BTW-eenheid kan zijn op grond van artikel 4, § 2, van het BTW-Wetboek en van het koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.