Btw-eenheid. Invoering · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3-6890 30 januari 2007

Zoeken

Btw-eenheid. Invoering

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-6890-btw-eenheid-invoering-nyssens-bewerking-bea9

Nummer
3-6890
Datum
30 januari 2007

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-88, blz. 9883-9884

Btw-eenheid - Invoering

VRAAG

Punt 8 van aanschrijving 95/010 luidt als volgt : « De banken en de financiële instellingen die de regel van het werkelijk gebruik wensen toe te passen voor de uitoefening van het recht op aftrek van de voorbelasting dienen daartoe een voorafgaand verzoek te richten aan de hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor waaronder zij ressorteren. Aangezien de toelating vanwege de administratie om het stelsel van het werkelijk gebruik toe te passen impliceert dat voor de betrokken belastingplichtigen in beginsel een overgang plaatsvindt van de toepassing van de regel van het algemeen verhoudingsgetal naar de toepassing van de regel van het werkelijk gebruik, kan de toestemming voor dergelijke overgang van het ene stelsel naar het andere slechts worden verleend vanaf 1 januari van het jaar volgend op de aanvraag om wijziging. Dit houdt derhalve in dat de banken en de financiële instellingen die dergelijke overgang wensen te verwezenlijken, hun aanvraag om toepassing van de regel van het werkelijk gebruik moeten indienen vóór het verstrijken van het kalenderjaar voorafgaand aan datgene vanaf hetwelk zij dit stelsel wensen toe te passen. »

Overweegt de geachte minister om, naar analogie met deze bepaling, sommige categorieën van belastingplichtigen pas deel te laten uitmaken van een BTW-eenheid vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin ze hun aanvraag hebben ingediend ?

ANTWOORD

(vice-eersteminister en minister van Financiën)

Als ik de draagwijdte van haar vraag goed begrijp, wenst het geachte lid uiteindelijk te weten of de toetreding van een belastingplichtige tot een BTW-eenheid zou kunnen worden uitgesteld tot de eerste januari van het jaar volgend op dat van zijn aanvraag tot toetreding, indien de aftrekregeling die werd toegepast door dat lid vóór zijn toetreding verschillend is van deze toegepast door de BTW-eenheid.

Gelet op het feit dat, op basis van de bestaande en in voorbereiding zijnde reglementaire bepalingen, de toetreding tot een BTW-eenheid in hoofde van het toetredende lid een herziening tot gevolg zal hebben van de aftrek, uitgeoefend vóór zijn toetreding, ten aanzien van goederen en diensten die nog vatbaar zijn voor herziening en dat de BTW-eenheid bovendien een herziening in haar voordeel zal kunnen verrichten, geheel of ten dele, van de belasting die aldus wordt teruggestort door het toetredende lid, rechtvaardigt niets dat de toetreding van dat lid zou worden uitgesteld tot de eerste januari van het jaar volgend op dat van zijn aanvraag.