Elektronische facturatie. Verplichte voorlegging van een getuigschrift · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3-6218 3 november 2006

Zoeken

Elektronische facturatie. Verplichte voorlegging van een getuigschrift

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-6218-elektronische-facturatie-verplichte-voorlegging-getuigschrift-5d90

Nummer
3-6218
Datum
3 november 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-83, blz. 9061-9062

Elektronische facturatie - Verplichte voorlegging van een getuigschrift

VRAAG

Kunt u mij zeggen op welke bepaling of rechtsbeginsel uw bestuur zich baseert om de erkenning van de geldigheid van elke geavanceerde elektronische handtekening afhankelijk te stellen van de voorlegging van een getuigschrift van een derde die de controlegegevens van de handtekeningen verbindt met een welbepaalde persoon en zijn identiteit bevestigt?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën)

Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

Overeenkomstig artikel 1, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW, worden elektronisch verzonden facturen door de administratie aanvaard, op voorwaarde dat de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud ervan worden gewaarborgd door middel van een geavanceerde elektronische handtekening die voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;

b) zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;

c) zij komt tot stand met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden;

d) zij is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord.

In de huidige stand van de technologie vinden we bovengenoemde kenmerken terug in de op asymmetrische cryptografie gebaseerde elektronische handtekening. De asymmetrische cryptografie werkt met twee verschillende sleutels (datacombinaties): een private sleutel en een publieke sleutel (sleutelpaar). De verzender van een factuurbericht stelt de bestemmeling van dit bericht in kennis van zijn publieke sleutel en houdt zijn private sleutel, waarmee hij het factuurbericht heeft ondertekend, geheim. Deze private sleutel kan slechts geheim worden gehouden indien hij niet met de bestaande of binnen afzienbare tijd te ontwikkelen middelen kan afgeleid worden van de publieke sleutel, terwijl omgekeerd de publieke sleutel wel kan worden afgeleid van de private sleutel. Indien de sleutel waarmee ondertekend werd een unieke datacombinatie is, kan de bestemmeling van het factuurbericht, met behulp van de publieke sleutel van de verzender, dit bericht ontsleutelen en daardoor met zekerheid bepalen van wie het afkomstig is (authenticiteit van de herkomst van het elektronische bericht).

Om evenwel te voorkomen dat een persoon te kwader trouw een publieke sleutel aanbiedt onder een andere naam of benaming dan die van de bezitter ervan en aldus de authenticiteit van de herkomst van een elektronisch factuurbericht totaal in het gedrang brengt, eist de administratie in uitvoering van de in het tweede lid van dit antwoord bedoelde reglementering, die trouwens de letterlijke weergave is van de communautaire bepalingen ter zake, dat de publieke sleutel van een geavanceerde elektronische handtekening verplicht dient te berusten op een aan de ondertekenaar uitgereikt certificaat en dat dit certificaat op elektronische wijze moet worden ter beschikking gesteld van de bestemmeling van het factuurbericht. Hierdoor kan laatstgenoemde zich ervan vergewissen dat de publieke sleutel waarmee hij het elektronische factuurbericht heeft ontsleuteld wel degelijk toebehoort aan de persoon of de onderneming die dat bericht heeft ondertekend en dat die ondertekenaar de persoon is die hij beweert te zijn.

Genoemd certificaat dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:

1. de identificatie en het land van vestiging van de afgevende certificatiedienstverlener;

2. de gegevens die op eenduidige wijze de bezitter van de publieke sleutel die gelinkt is aan de elektronische handtekening identificeren;

3. het begin en einde van de geldigheidsduur van het certificaat;

4. de publieke sleutel van de ondertekenaar;

5. de identiteitscode van het certificaat (uniek serienummer);

6. de geavanceerde elektronische handtekening van de afgevende certificatiedienstverlener die de echtheid van de sleutel en de integriteit van de in het certificaat vervatte gegevens verzekert.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 1 art. 11 voorkomen