---
title: "Parlementaire vraag 3-1620 · Investeringen rioleringsnet. Recuperatie BTW"
description: "Investeringen rioleringsnet. Recuperatie BTW, recuperatie van Btw. Parlementaire vraag nr. 3-1620 van 11 mei 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-1620-investeringen-rioleringsnet-recuperatie-btw-uitleg-32ba"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/3-1620-investissements-reseau-egouts-recuperation-tva-faa3"
---

# Investeringen rioleringsnet. Recuperatie BTW

**Nummer**

3-1620

**Datum**

11 mei 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

**Hand. , Senaat, 2005-2006, nr. 3-163, blz. 31-33**

*Investeringen rioleringsnet - Recuperatie BTW*

## **VRAAG**

Op 19 april 2006 verscheen een beslissing van de BTW-administratie van 28 maart 2006 over het recht op aftrek van BTW-. De beslissing bevestigt de gemeentelijke BTW-plicht voor de afvoer van afvalwater zoals gesteld in het antwoord op mijn parlementaire vraag van 27 oktober 2005 en later bevestigd in de beslissing van de BTW-administratie E.T.110.412 van 20 december 2005.

De beslissing van 28 maart 2006 stelt dat de BTW-plicht pas ingaat op de datum van ondertekening van de overeenkomst met de drinkwatermaatschappij. Vele gemeenten hebben pas eind vorig jaar of later zo'n contract ondertekend waardoor ze het recht op recuperatie zouden verliezen voor voordien betaalde BTW op rioleringswerken. Nochtans heeft de Vlaamse wetgever de drinkwatermaatschappijen vanaf 1 januari 2005 verplicht het afvalwater van de gemeenten te zuiveren.

De gemeenten hebben destijds een overeenkomst ondertekend in de overtuiging dat een teruggave voor het jaar 2005 nog mogelijk was. Het lijkt dan ook logisch dat de recuperatie van BTW op de investeringen die vanaf 1 januari 2005 in het rioleringsnet zijn gedaan, mogelijk moet zijn.

Daarenboven zouden de BTW-controlekantoren geen eenduidig standpunt innemen. Sommige BTW-controleurs stemmen ermee in dat de BTW-plicht ingaat vanaf 1 januari 2005, terwijl andere gemeentebesturen terzake een negatief antwoord krijgen. Andere BTW-controleurs aanvaarden alleen de datum van registratie, een vaste datum, als datum van het contract en aldus als tijdstip waarop de BTW-plicht ontstaat.

De hele problematiek heeft ook nog een communautair kantje. De beslissing van de BTW-administratie treft vooral Vlaamse gemeenten. De meeste Waalse gemeenten hebben nooit BTWbetaald op rioleringswerken omdat die doorgaans door intercommunales werden uitgevoerd, en dan is er geen BTWverschuldigd.

Graag had ik van de minister vernomen waarom hij vasthoudt aan de datum van de ondertekening van het contract voor het bepalen van de ingangsdatum van de BTW-plicht. Is de minister van plan om zijn standpunt te herzien en de ingangsdatum voor de BTW-plicht te laten afhangen van de datum waarop de Vlaamse wetgever de plicht tot zuivering van afvalwater heeft opgelegd, met name 1 januari 2005? Waarom nemen de BTW-controlekantoren geen eenduidig standpunt in ?

Hoe ver staat het met het reeds lang aangekondigde wetsontwerp tot wijziging van [artikel 6 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), een wijziging die het Arbitragehof heeft opgelegd in zijn arrest 57/2005 ? De beslissing vermeldt dat uitgaven voor de goede werking van de infrastructuur, bijvoorbeeld om overstorten te vermijden, in aanmerking komen voor BTW-recuperatie. Wat is de precieze draagwijdte van dit deel van de beslissing ? Vallen hieronder de werken voor het afkoppelen van hemelwater of het aanleggen van een gescheiden stelsel ?

## ANTWOORD

(van mevrouw Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Reynders.)

Hoewel de saneringsverplichting bestaat sinds 1 januari 2005, wordt de hoedanigheid van belastingplichtige slechts verworven wanneer ondubbelzinnig de bedoeling blijkt om handelingen te verrichten als bedoeld in het BTW-wetboek. Uit de aanleg van rioolnetwerken door gemeenten, jaren vóór enige wetgeving inzake saneringsverplichting bestaat, kan moeilijk ondubbelzinnig de bedoeling blijken om belastbare handelingen te stellen.

Bovendien volgt uit de saneringsverplichting niet rechtstreeks de belastingplicht van de gemeenten. Wanneer gemeenten hun oude rioleringsnetwerken bijvoorbeeld overdragen aan drinkwatermaatschappijen, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of ten bate van die rechtspersonen zakelijke rechten of rechten van genot vestigen, leidt de saneringsverplichting geenszins tot de belastingplicht van die gemeenten. Pas op het ogenblik waarop de drinkwatermaatschappij de gemeente belast met het vervoer van het afvalwater en daartoe met de gemeente een overeenkomst sluit, komt de gemeente voor die handeling als BTW-plichtige in aanmerking.

De controlekantoren hebben instructies ontvangen zodat ze de regels inzake de belastingplicht van de gemeenten wat betreft de inzameling en de afvoer van afvalwater correct kunnen toepassen. Het is de bedoeling dat die regels uniform en eenduidig worden toegepast.

De registratie van de overeenkomst is zeker geen voorwaarde sine qua non. In geval van twijfel over de juiste datum van de overeenkomst kan die met alle middelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed, worden aangetoond. De buitendiensten zullen aan de regels ter zake herinnerd worden.

Het desbetreffende ontwerp ligt ter studie op mijn kabinet. Het is de bedoeling om dat ontwerp, dat deel uitmaakt van een geheel van aanpassingen aan het BTW-wetboek, nog voor het parlementair reces bij het parlement in te dienen.

Indien zowel het vervoer van afvalwater als het vervoer van regenwater in een gescheiden rioolstelsel worden beschouwd als een belastbare dienst die de gemeente verricht ten bate van de drinkwatermaatschappij, met andere woorden als een gescheiden rioolstelsel onontbeerlijk is voor de efficiënte sanering van het afvalwater, komt de BTW op de werken voor de aanleg van het gescheiden rioolstelsel voor aftrek in aanmerking.

## **CONCLUSIE**

(van de heer Steverlynck)

Het antwoord van de minister verschaft mij niet veel duidelijkheid. Ik ben het er natuurlijk mee eens dat het BTW-wetboek bepaalt voor welke handelingen de BTW-plicht geldt. In de beslissing van de administratie Financiën staat uitdrukkelijk dat de BTW-plicht ingaat op het ogenblik waarop de overeenkomst werd ondertekend. Dat kan natuurlijk niet. Veel overeenkomsten werden afgesloten in december 2005 op basis van een nieuwe verplichting voor de zuivering van het afvalwater, die in januari 2005 moest ingaan. Aangezien die overeenkomsten betrekking hebben op het hele jaar 2005 zijn de handelingen die in 2005 gesteld werden, duidelijk BTW-plichtige handelingen.

Voorts zegt de minister dat de BTW-kantoren eenduidige instructies hebben gekregen, maar uit het antwoord van de minister op een parlementaire vraag van de heer Luk Van Biesen in de Kamer, blijkt dat de diensten elk geval individueel onderzoeken.

De conclusie is dat de gemeenten op het terrein nog altijd niet weten waar ze aan toe zijn, dat heel wat gemeenten in 2005 een contract hebben gesloten en nu moeten vaststellen dat er onzekerheid is over het feit of de BTW voor de werken in 2005 al dan niet kan worden gerecupereerd. Ik betreur het onduidelijke antwoord van de minister omdat ik nu verplicht ben dit dossier in de volgende maanden opnieuw aan te kaarten.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 1 voorkomen
