---
title: "Parlementaire vraag 292 · Landverzekeringsovereenkomst. Voertuigen. Materiële schade. BTW"
description: "Landverzekeringsovereenkomst. Voertuigen. Materiële schade. BTW. Parlementaire vraag nr. 292 van 13 april 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/292-landverzekeringsovereenkomst-voertuigen-materiele-schade-btw-b50e"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/292-contrat-assurance-terrestre-voitures-degats-da1c"
---

# Landverzekeringsovereenkomst. Voertuigen. Materiële schade. BTW

**Nummer**

292

**Datum**

13 april 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994, nr. 106 , blz. 10962**

*Landverzekeringsovereenkomst - Voertuigen - Materiële schade - BTW*

## **VRAAG**

De verzekeringspolissen tegen materiële schade aan autovoertuigen voorzien in methodes om te ramen welk nadeel de verzekerde heeft geleden wanneer het gedekte voertuig bij een ongeval volledig wordt vernietigd. Een vaak voorkomende clausule bepaalt dat de benadeelde de BTW op de aankoopprijs van de vervangwagen terugbetaald krijgt als hij niet hoger is dan de BTW op de prijs van de te vervangen wagen. Als de verzekerde BTW-plichtig is, is dat recht beperkt in de mate dat hij de taks niet volgens de algemene mechanismen kan aftrekken, detail dat niet het hoofdonderwerp van mijn vraag vormt.

De moeilijkheid vloeit voort uit een onverwacht gevolg van de nieuwe BTW-regeling (1 juni 1993) op de winstmarge wanneer de wagen aangekocht wordt bij een autoverkoper die hem zelf van een particulier kocht. De koper krijgt een factuur met de vermelding dat de BTW in de prijs is begrepen en niet aftrekbaar is maar geeft er nergens de waarde van op. Ik begrijp dat de koper de winstmarge van de verkoper niet moet kennen. Maar de verkoper weigert het BTW-bedrag begrepen in de prijs van de nieuwe wagen ook mee te delen aan de verzekeringsmaatschappij, waarop die de BTW aan de benadeelde weigert terug te betalen, aangezien het bedrag geheim is. Die absurde situatie berokkent de benadeelde ernstige schade.

Wat doet U om dat te voorkomen?

## **ANTWOORD**

Ik heb de eer het geacht lid mee te delen dat de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst van toepassing is op de voertuigcascoverzekering maar dat die verzekering niet aan een bijzondere reglementering onderworpen is.

Sommige maatschappijen stipuleren in de algemene voorwaarden dat in geval van totaal verlies van het verzekerd voertuig, de BTW wordt vergoed die voor het vernielde voertuig werd betaald. Andere maatschappijen vergoeden in geval van totaal verlies van het verzekerde voertuig, de BTW die op het vervangingsvoertuig werd betaald. De vergoeding van de BTW is in beide gevallen beperkt tot de prijs van het voertuig voor het schadegeval.

Ingevolge de inwerkingtreding op 1 juni 1993 van de wet van 25 mei 1993 tot wijziging van de belasting op de nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen, is in sommige gevallen de verkoop van tweedehandse vervoermiddelen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge. De verkoper mag de BTW niet vermelden op de factuur of op ieder als zodanig geldend stuk. Bij de aanschaf van een tweedehands vervoermiddel waarop de bijzondere regeling werd toegepast, is bijgevolg de door de verzekerde betaalde BTW niet gekend.

In de contracten die werden afgesloten na de inwerkingtreding van die wet wordt soms gestipuleerd dat wanneer de aanschaf van een tweedehands voertuig aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge onderworpen was, de winstmarge forfaitair op 15% wordt vastgesteld waarop dan de BTW van 20,5% wordt toegepast.

In de contracten afgesloten voor de inwerkingtreding van voornoemde wet is uiteraard geen beding opgenomen waarin voornoemde situatie wordt geregeld.

Indien de partijen er niet in slagen het probleem minnelijk op te lossen, is in laatste instantie enkel de rechter bevoegd om het geschil te beslechten. De interpretatie van contractuele bepalingen behoort immers tot de exclusieve bevoegdheid van de hoven en rechtbanken.

(Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1993-94, nr 107)
