---
title: "Parlementaire vraag 282 · Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Bestrijding fiscale fraude"
description: "Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Bestrijding fiscale fraude. Parlementaire vraag nr. 282 van 12 februari 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/282-vrijstellingsregeling-kleine-ondernemingen-bestrijding-fiscale-5998"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/282-fraude-sociale-fiscale-representant-burgeon-66da"
---

# Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Bestrijding fiscale fraude · Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Bestrijding fiscale fraude.

**Nummer**

282

**Datum**

12 februari 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 28, blz. 3354-3356**

**BTW-Revue nr. 122, blz. 529**

*Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen - Bestrijding fiscale fraude.*

## **VRAAG**

Volgens mijn informatie kan een BTW-plichtige wiens jaaromzet niet hoger ligt dan 225.000 frank exclusief BTW, sinds 1993 voor dat hele bedrag simpelweg van de belasting worden vrijgesteld. De betrokkene behoudt in dat geval zijn status van BTW-plichtige, maar de formaliteiten worden tot een minimum beperkt. Bovendien mag hij de in het kader van zijn beroepswerkzaamheid verrichte handelingen factureren zonder BTW, wat hem een concurrentievoordeel van 21 % oplevert op zijn confraters. Vooral zelfstandigen in bijberoep zouden van dit stelsel gebruik maken met de frauduleuze bedoeling om van zwartwerk witwerk te maken.

1\. Bevestigt u die gegevens ?

2\. Volgens de Nationale confederatie van het bouwbedrijf zou de meest doeltreffende maatregel om deze sociale en belastingfraude te voorkomen, erin bestaan de BTW-vrijstelling voor hele kleine bedrijven, althans in de bouwsector af te schaffen.

a) Deelt u die zienswijze ?

b) Welke maatregelen heeft uw departement genomen om deze mogelijke fraude tegen te gaan ?

## **ANTWOORD**

Overeenkomstig [artikel 24 van de zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-24) van de Raad van 17 mei 1977 voorziet [artikel 56, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) voor de kleine ondernemingen in een vrijstellingsregeling van belasting waarvan de uitvoeringsmodaliteiten het voorwerp uitmaken van het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992.

Deze regeling kadert in de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten van de Europese Unie inzake omzetbelasting en beantwoordt aan de zorg om de toepassing van deze wetgevingen voor de kleine ondernemingen te vereenvoudigen.

Als kleine onderneming voor de toepassing van [artikel 56, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) wordt aangemerkt elke belastingplichtige, natuurlijke persoon of rechtspersoon, die handelingen verricht die niet uitdrukkelijk zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting en waarvan de jaaromzet, exclusief BTW, niet meer bedraagt dan 225.000 frank.

De vrijstellingsregeling van belasting ontheft de kleine ondernemingen van de voornaamste verplichtingen die normaal aan BTW- belastingplichtigen worden opgelegd. Zo moeten de kleine ondernemingen die de vrijstellingsregeling van belasting genieten geen periodieke BTW- aangiften indienen en evenmin BTW storten aan de Schatkist.

Zij mogen daarentegen in geen enkel geval de BTW die zij aan hun leveranciers hebben betaald in aftrek brengen. Derhalve vormt het bedrag van deze niet aftrekbare BTW in hun hoofde een kostprijselement dat, ten opzichte van de belastingplichtigen die hun activiteit uitoefenen in dezelfde sector en in wiens voordeel het aftrekmechanisme volledig speelt, elk concurrentieel voordeel uitsluit dat gelijk zou zijn aan het bedrag van de BTW hetwelk ze niet aan hun klanten in rekening dienen te brengen.

Bovendien laat het door [artikel 56, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) en het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992 bepaald wettelijk kader de Administratie toe de evolutie te volgen en te controleren van de economische activiteiten in de vrijstellingsregeling, activiteiten waarvan de omvang noodzakelijkerwijze is beperkt rekening houdende met het jaarlijks omzetcijfer van 225.000 frank, exclusief BTW, waarboven de vrijstellingsregeling niet meer van toepassing is, en welke activiteiten derhalve voornamelijk op aanvullende wijze worden verricht.

Gelet op de hierboven weergegeven elementen is het niet opportuun om een gunstig gevolg te geven aan het door de Nationale confederatie van de bouwnijverheid uitgebrachte voorstel.

Wat de genomen maatregelen ter bestrijding van de eventuele fiscale fraude betreft kan ik u mededelen dat de Administratie van de BTW meewerkt in de strijd tegen de fraude op sociaal vlak en inzake het zwartwerk, door het uitwisselen van de inlichtingen beoogd in artikel 5 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie, en door het verstrekken van de inlichtingen en van de dragers bedoeld in artikel 6, § 1, van die wet. Bovendien wenden de ambtenaren van de administratie de middelen aan waarover zij beschikken krachtens de artikelen [93bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) en [93quaterdecies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93quaterdecies) van het BTW-wetboek.

Bovendien nemen de opsporings- en documentatiediensten van de BTW deel aan acties gevoerd bij toepassing van het protocol van 30 juli 1993, betreffende de samenwerking tussen de verschillende sociale inspectiediensten tot coördinatie van de controles bij inbreuk op de arbeids- en de sociale wetgeving.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 3 voorkomens

[WBTW art. 93bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 93quaterdecies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93quaterdecies) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 24](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-24) 1 voorkomen
