---
title: "Parlementaire vraag 279 · Vervoerbewijs"
description: "Vervoerbewijs. Parlementaire vraag nr. 279 van 20 maart 2000 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/279-vervoerbewijs-wauthier-c4a8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/279-livraison-intracommunautaire-produit-accise-preuve-f3aa"
---

# Vervoerbewijs

**Nummer**

279

**Datum**

20 maart 2000

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

10 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 31, blz. 3656-3657**

*Vervoerbewijs*

## **VRAAG**

Kan uw bestuur bevestigen dat in het geval van een intracommunautaire levering van goederen die België mogen verlaten in het stelsel van de opschorting van de communautaire accijnsrechten, het voor de koper volstaat het begeleidend administratief document met als opschrift "DDA" als bewijs van het vervoer buiten België (maar binnen de Europese Gemeenschap) voor te leggen, wanneer dat "DDA-document" de koper als vervoerder van die goederen vermeldt en het naar de Belgische afzender wordt teruggestuurd nadat het van het stempel van de douane van het land van bestemming werd voorzien?

## **ANTWOORD**

Op het probleem van het bewijs wat de intracommunautaire leveringen van goederen betreft, hoofdzakelijk wanneer de koper zelf het vervoer verricht, werd reeds herhaaldelijk ingegaan in verscheidene parlementaire vragen. Ik ben zo vrij het geachte lid dienaangaande inzonderheid te verwijzen naar het gedetailleerde antwoord op de [vraag nr. 248 van de heer volksvertegenwoordiger Fournaux van 23 januari 1996](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/248-intracommunautaire-leveringen-goederen-bewijs-vrijstelling-b39d) (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1995-1996, nr. 26, 18 maart 1996, blz. 3 019-3 023).

Er werd daarin onder meer gesteld dat het bewijs van het vervoer naar een andere lidstaat bestaat uit een geheel van elementen (contracten, bestelbons, vervoerdocumenten, betalingsstukken, ontvangstbewijzen, ...). Er moet worden aan herinnerd dat elk bewijsstuk is toegelaten, doch dat geen enkel welbepaald stuk op zich onmisbaar of voldoende is. Bijgevolg is de reeks van bewijsstukken die hiervoor wordt opgesomd noch exhaustief, noch cumulatief. Bepaalde stukken kunnen derhalve ontbreken terwijl andere zich kunnen voegen bij het geheel van bewijsstukken in een bepaalde situatie.

Wat inzonderheid de intracommunautaire leveringen van accijnsproducten betreft, is het duidelijk dat het feit dat de leverancier beschikt over het administratief geleidedocument (AGD), dat bekleed is met de stempel van een kantoor der douane en accijnzen van de lidstaat van bestemming een zeer belangrijk element is om zijn recht op vrijstelling aan te tonen. Het document AGD kan echter op zich geen absoluut bewijselement vormen.

Men kan immers nooit volledig de situatie uitsluiten waarin het document AGD vervalst zou zijn (valse stempel, onjuiste hoeveelheid of aard der goederen, ...) zodanig dat een deel of het geheel der goederen uiteindelijk niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervoer naar een andere lidstaat maar in werkelijkheid op de Belgische markt werden gebracht. In dergelijk geval is het duidelijk dat het vervalste document AGD niet als bewijs van het vervoer kan dienen en derhalve van de intracommunautaire levering en dat de Administratie vanzelfsprekend tot regularisatie van de opeisbare BTW dient over te gaan.

Blijkbaar doelt het geachte lid op een concreet geval. Ik ben volkomen bereid om dit te laten onderzoeken door de bevoegde administratie voor zover mij de nodige informatie daartoe wordt meegedeeld.
