---
title: "Parlementaire vraag 272 · Vaste inrichting"
description: "Vaste inrichting, buitenlandse belastingplichtige met vaste inrichting. Parlementaire vraag nr. 272 van 1 maart 2021 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/272-vaste-inrichting-josy-arens-buitenlandse-1789"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/272-etablissement-stable-josy-arens-assujetti-6c4e"
---

# Vaste inrichting

**Nummer**

272

**Datum**

1 maart 2021

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 272 van de heer Josy Arens d.d. 01.03.2021

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/047 d.d. 15.04.2021, blz. 183**

Vraag nr. 272 van de heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 01 maart 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Btw. - Vaste inrichting.*

## **VRAAG**

**1.** Klopt het dat een buitenlandse onderneming een vaste inrichting in België heeft voor de toepassing van de btw wanneer ze enkel goederenverwerkings-, opslag- en logistieke diensten verwerft van een gevestigde dienstverlener?

**2.** Betekent dit dat de Belgische dienstverlener Belgische btw moet aanrekenen op de aan de buitenlandse vennootschap geleverde diensten?

**3.** Moet er een onderscheid gemaakt worden naargelang de in België gevestigde dienstverlener al dan niet uitsluitend diensten levert aan die in het buitenland gevestigde btw-plichtige?

**4.** Wat is het nut en de budgettaire weerslag van een dergelijke interpretatie?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 14.04.2021:**

**1.** In [artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-11) van de Raad van 15 maart 2011 wordt een vaste inrichting gedefinieerd als "iedere andere inrichting dan de zetel van de bedrijfsuitoefening die gekenmerkt wordt door een voldoende mate van duurzaamheid en een - wat personeel en technische middelen betreft - geschikte structuur om de voor haar eigen behoeften verrichte diensten te kunnen afnemen en ter plaatse te gebruiken"

Een buitenlandse onderneming beschikt dus over een vaste inrichting in België als aan deze voorwaarden is voldaan. Dit zijn zuiver feitelijke elementen die geval per geval moeten worden onderzocht om de economische realiteit vast te stellen en die geen rechtstreeks verband houden met de aard van de verrichte handelingen.

Louter op basis van de in uw vraag beschreven prestaties kan dus niet worden geconcludeerd dat deze buitenlandse onderneming al dan niet over een vaste inrichting beschikt in België.

**2.** [Artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) bepaalt: "de plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt."

De in [artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) bedoelde diensten inzake goederenbehandeling die door een Belgische dienstverrichter worden verricht voor een buitenlandse onderneming, volgen de algemene plaatsbepalingsregel van [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21).

Ze zijn dus in beginsel gelokaliseerd op de plaats waar deze buitenlandse onderneming de zetel van haar economische activiteit heeft gevestigd, namelijk in het buitenland, behalve in het geval waarin de buitenlandse onderneming een vaste inrichting heeft in België en deze de enige begunstigde is van de verrichte diensten, in welk geval deze diensten gelokaliseerd zijn op de plaats van de vaste inrichting, namelijk in België.

Indien deze diensten in België worden verricht op de plaats van de vaste inrichting, dan is de Belgische dienstverrichter verplicht om Belgische btw aan te rekenen, aangezien hij overeenkomstig [artikel 51, § 1, 1°, van het BtwWetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), gehouden is de belasting te voldoen.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat, indien sommige van de verrichte diensten worden aangemerkt als diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed, deze diensten bij wijze van afwijking, overeenkomstig [artikel 21, § 3, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) gelokaliseerd worden op de plaats waar het onroerend goed is gelegen.

Aangezien het onroerend goed in België is gelegen, moet de Belgische dienstverrichter dan in ieder geval Belgische btw aanrekenen, ongeacht of zijn buitenlandse klant een vaste inrichting in België heeft of niet.

**3.** Gelet op wat voorafgaat is het onderscheid volgens hetwelk de in België gevestigde dienstverrichter al dan niet uitsluitend diensten verricht voor deze in het buitenland gevestigde belastingplichtige op zich niet relevant. Dit element maakt slechts deel uit van het geheel van feitelijke elementen aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of deze in het buitenland gevestigde belastingplichtige al dan niet een vaste inrichting in België heeft.

**4.** De btw-bepalingen betreffende de plaats van de handelingen en betreffende de vaste inrichting zijn communautaire bepalingen die strikt gebaseerd zijn op Richtlijn 2006/ 112/EG van de Raad van 28 november 2006 en de voornoemde Uitvoeringsverordening nr. 282/2011 die ter uitvoering van die richtlijn is vastgesteld.

Deze bepalingen moeten dus in alle lidstaten van de Europese Unie op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd om gevallen van dubbele belastingheffing of niet-heffing te voorkomen.

Bij de vaststelling van deze criteria kan derhalve nooit rekening worden gehouden met overwegingen inzake het nut of de budgettaire gevolgen ervan.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 3 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 1 voorkomen

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 11](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-11) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/272-vaste-inrichting-josy-arens-buitenlandse-1789/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … is om voor het bepalen van de plaats van dienstverlening een onderscheid te maken naargelang een ondernemer die goederenverwerkingsdiensten levert in België die diensten al dan niet uitsluitend levert aan een in het buitenland gevestigde btw-plichtige ( vraag nr. 272 van 1 maart 2021 , Schriftelijke vragen en antwoorden, Kamer, 2020-2021, nr. 47, p. 183), hebt u het volgende geantwoord: "Wanneer een in België gevestigde als zodanig handelende belastingplichtige een dienst van maakloonwerk verricht voor een uitsluitend in een andere … »

[Vaste inrichting](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1824-vaste-inrichting-josy-arens-plaats-2f0f) Parlementaire vraag 21.12.2023

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/272-vaste-inrichting-josy-arens-buitenlandse-1789/documenten)
