---
title: "Parlementaire vraag 267 · Btw en de gevolgen in België van in een andere EU-lidstaat gepleegde"
description: "Btw en de gevolgen in België van in een andere EU-lidstaat gepleegde fraude. Parlementaire vraag nr. 267 van 1 maart 2021 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/267-btw-gevolgen-in-belgie-andere-1b1f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/267-tva-consequences-belgique-fraude-autre-c56c"
---

# Btw en de gevolgen in België van in een andere EU-lidstaat gepleegde

**Nummer**

267

**Datum**

1 maart 2021

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

22 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 267 van de heer Josy Arens d.d. 01.03.2021

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/046 d.d. 07.04.2021, blz. 176**

Vraag nr. 267 van de heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 01 maart 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Btw en de gevolgen in België van in een andere EU-lidstaat gepleegde fraude.*

## **VRAAG**

Mag de Belgische belastingadministratie wanneer ze meent te kunnen bewijzen dat een in België gevestigde of voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige buiten België fraude gepleegd heeft, zonder tussenkomst van de belastingadministratie van het land waar de fraude daadwerkelijk gepleegd werd, beslag leggen op de activa van die belastingplichtige in België? Bestaat er geen risico dat de Belgische belastingadministratie aldus beslag legt op activa die ten goede zouden moeten komen aan de administratie van de staat waar de fraude daadwerkelijk gepleegd werd?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 01.04.2021:**

Uit artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010 volgt dat wanneer een lidstaat redenen heeft om aan te nemen dat in een andere lidstaat een inbreuk op de btw-wetgeving heeft of vermoedelijk heeft plaatsgevonden, de bevoegde autoriteit van de lidstaat die van de inbreuk kennis heeft, zonder voorafgaand verzoek de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat daarvan in kennis moet stellen.

Bijgevolg zal de Belgische belastingadministratie, wanneer zij van oordeel is dat zij het bewijs of de bewijselementen kan leveren dat een in België gevestigde, of voor btw-doeleinden in België geïdentificeerde belastingplichtige buiten België fraude heeft gepleegd of daarbij betrokken is, de betrokken lidstaat daarvan in kennis moeten stellen.

Alvorens een inbeslagneming van het vermogen van deze belastingplichtige in België te overwegen, rijst de vraag of de handeling die het voorwerp van de fraude vormde, in België dan wel in de andere lidstaat belastbaar is.

\- Indien de handeling die het voorwerp van de fraude uitmaakt, niet in België maar in de andere lidstaat belastbaar is.

\- In dit geval is de Belgische administratie niet gerechtigd beslag te leggen op de tegoeden van deze belastingplichtige in België zonder tussenkomst van de belastingadministratie van het land waar de fraude daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Deze lidstaat kan de Belgische Staat om bijstand verzoeken in het kader van de Richtlijn 2010/24/EU betreffende invorderingsbijstand. Het verzoek om bijstand kan bestaan uit een verzoek om inlichtingen, een verzoek om notificatie, een verzoek om invordering (tenuitvoerlegging), of een verzoek om bewarende maatregelen. Het is de lidstaat die zal beslissen welk soort bijstand wordt gevraagd.

Indien de lidstaat om invorderingsbijstand verzoekt gaat de Belgische Staat op basis van de buitenlandse uitvoerbare titel en op dezelfde wijze als voor Belgische schulden over tot invordering van de buitenlandse belasting. Dit betekent dat de Belgische Staat de buitenlandse belasting over de toegevoegde waarde zal kunnen innen en, bij gebreke van vrijwillige betaling, beslag zal kunnen leggen op de zich in België bevindende goederen van de belastingplichtige of op zijn in België ontvangen inkomsten.

Deze bevoegdheid vloeit voort uit artikel 20 § 1 van de wet van 9 januari 2012 tot omzetting van richtlijn 2010/24/ EU, dat bepaalt dat elke buitenlandse schuldvordering die het voorwerp uitmaakt van een verzoek tot invordering, wordt behandeld als een Belgische schuldvordering.

De bedragen die de Belgische Staat zal innen, hetzij vrijwillig, hetzij via inbeslagneming, zullen vervolgens aan de lidstaat worden overgemaakt.

De Belgische Staat is dus geenszins bevoegd om een buitenlandse btw-schuld of enige andere buitenlandse belastingschuld vast te stellen. Zij gaat over tot vervolging op basis van de buitenlandse uitvoerbare titel en dit is juridisch alleen mogelijk dankzij het bestaan van wederzijdse bijstand inzake invordering tussen de lidstaten. De Belgische Staat kan dus niet spontaan, zonder voorafgaand verzoek om bijstand van de lidstaat, beslag leggen op tegoeden in België op grond van een frauduleuze operatie die onder de fiscale bevoegdheid van deze lidstaat valt.

\- Indien de handeling die het voorwerp van de fraude uitmaakt in België belastbaar is.

In dit geval behoeft de Belgische Staat geen instemming van de andere lidstaat te verkrijgen.

Ofwel handelt de Belgische administratie om dringende redenen, zonder uitvoerbare titel, en gaat zij over tot een bewarend beslag, ofwel heeft zij een uitvoerende titel en kan zij dus overgaan tot een uitvoerend beslag.

\- Terugbetaling, overdracht van in beslag genomen goederen aan de overheid van de staat waar de fraude daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De door de Belgische belastingautoriteiten in beslag genomen goederen zullen slechts aan de andere lidstaat moeten worden overgemaakt indien blijkt dat de handeling die het voorwerp van de fraude uitmaakt, niet in België maar in de andere lidstaat belastbaar is.

## Aangehaalde teksten

1

verordening 904/2010 art. 13 1 voorkomen
