---
title: "Parlementaire vraag 265 · Verlenging van de herzieningsperiode naar 15 jaar. Onroerende investeringsgoederen"
description: "Verlenging van de herzieningsperiode naar 15 jaar. Parlementaire vraag nr. 265 van 26 januari 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/265-verlenging-herzieningsperiode-jaar-onroerende-investeringsgoederen-1058"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/265-mesures-abolition-frontieres-fiscales-representant-05ad"
---

# Verlenging van de herzieningsperiode naar 15 jaar. Onroerende investeringsgoederen

**Nummer**

265

**Datum**

26 januari 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

16 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, nr. 25, 1995-1996, blz. 2841-2842**

**BTW-Revue nr. 122, blz. 523**

*Verlenging van de herzieningsperiode naar 15 jaar - Onroerende investeringsgoederen*

## **VRAAG**

[Artikel 105, eerste lid, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-105) luidt als volgt: "De Koning kan ten laatste tot 31 december 1996, bij in ministerraad overlegd besluit, alle maatregelen treffen om een goede uitvoering van de verordeningen en richtlijnen van de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen die betrekking hebben op de afschaffing van de fiscale binnengrenzen op 1 januari 1993 alsmede om de juiste heffing van de belasting te verzekeren."

1\. Wat heeft de wijziging van [artikel 48 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) bij artikel 14 van het koninklijk besluit van 22 december 1995, waarbij het herzieningstijdperk (gedurende hetwelk de voorlopige BTW-aftrek jaarlijks wordt herzien) van 10 op 15 jaar gebracht wordt, te maken met het afschaffen van de fiscale binnengrenzen of een juiste heffing van de belasting?

2\. Waarom werd deze beslissing, die bedrijven in moeilijkheden of in de groei benadeelt, niet aan het Parlement voorgelegd ?

3\. In welk opzicht is de uitbreiding van de herzieningsperiode voor de aftrek van de BTW op onroerende goederen een maatregel die ertoe strekt de juiste heffing van de belasting te verzekeren ?

## **ANTWOORD**

1 en 3. Zoals het geacht lid opmerkt kan het BTW-Wetboek op grond van zijn artikel 105 onder bepaalde voorwaarden worden gewijzigd door een koninklijk besluit. Een van die voorwaarden voorziet dat de genomen maatregelen als doel moeten hebben, het verzekeren van: "een goede uitvoering van de verordeningen en richtlijnen van de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen die betrekking hebben op de afschaffing van de fiscale binnengrenzen op 1 januari 1993, alsook van de juiste heffing van de belasting".

Artikel 14 van het koninklijk besluit van 22 december 1995 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wijzigt [artikel 48, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), van dat Wetboek door de herzieningsperiode te verlengen van 10 naar 15 jaar voor de aftrek van de BTW op roerende investeringsgoederen. Die wijziging is een rechtstreekse toepassing in Belgisch recht van artikel 1, lid 4, van de richtlijn 95/7/EG van de Raad (van de Europese Unie) van 10 april 1995 tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG en tot invoering van nieuwe vereenvoudigingsmaatregelen op gebied van de belasting over de toegevoegde waarde - werkingssfeer en praktische regeling voor de toepassing van bepaalde vrijstellingen. Dit artikel 1, lid 4, voorziet in een wijziging van [artikel 20, § 2, van de richtlijn 77/388/EEG](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-20) (zesde richtlijn) en bepaalt: "Voor onroerende investeringsgoederen kan de herzieningsperiode tot maximaal 20 jaar worden verlengd".

Behalve de bepaling in verband met genoemde herzieningsperiode, heeft de bovenvermelde richtlijn 95/7/EG eveneens belangrijke wijzigingen aangebracht tot de vereenvoudiging van de voorlopige regeling. Deze wijzigingen hebben eveneens het voorwerp uitgemaakt van het bovenvermeld koninklijk besluit van 22 december 1995, genomen ter uitvoering van [artikel 105](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-105) van het Wetboek.

Tenslotte is de nieuwe herzieningsperiode van de in aftrek gebrachte BTW op onroerende investeringsgoederen meer in overeenkomst met de economische afschrijvingstermijn van diezelfde goederen. Dit laat een correctere beoordeling van de uitgeoefende aftrek toe en is derhalve een maatregel die bijdraagt tot de juiste heffing van de BTW.

Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, ben ik van oordeel dat [artikel 105 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-105) in onderhevig geval welbewust werd toegepast.

2\. De verlenging van de herzieningsperiode is niet noodzakelijk negatief voor een onderneming. Inderdaad, de nieuwe termijn kan bijvoorbeeld een aanzienlijk voordeel inhouden voor een belastingplichtige in geval van een wijziging van zijn economische activiteit. Bovendien werd de nieuwe regularisatieperiode vastgelegd na overleg met de vertegenwoordigers van de ondernemingen werkzaam in de sector van de onroerende financieringshuur.

Tenslotte wens ik het geacht lid te herinneren aan het feit dat op grond van [artikel 105, lid 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-105), bij de wetgevende Kamers zo vlug mogelijk een ontwerp van wet zal worden ingediend tot bekrachtiging van het besluit in kwestie en dat bijgevolg deze nieuwe maatregel hoe dan ook aan de goedkeuring van het Parlement zal worden onderworpen.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 105](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-105) 4 voorkomens

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 20](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-20) 1 voorkomen

richtlijn 95/7 art. 1 1 voorkomen
