---
title: "Parlementaire vraag 2593 · Btw-tarief cohousing"
description: "Btw-tarief cohousing. Parlementaire vraag nr. 2593 van 27 maart 2019 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2593-btw-tarief-cohousing-wouter-vriendt-0e7e"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/2593-taux-tva-applique-habitat-groupe-0fcb"
---

# Btw-tarief cohousing

**Nummer**

2593

**Datum**

27 maart 2019

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 2593 van de heer Wouter De Vriendt d.d. 27.03.2019

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2018-2019, QRVA 54/185 d.d. 30.04.2019, blz. 201**

Vraag nr.2593 van de heer volksvertegenwoordiger Wouter De Vriendt van 27 maart 2019 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingssamenwerking:

*Btw-tarief cohousing*

## **VRAAG**

Net als bij de renovatie van een woning ouder dan tien jaar, kan men ook voor de afbraak van een oud gebouw en de erop volgende heropbouw van een privéwoning in bepaalde Belgische steden genieten van het verlaagd btw-tarief van 6 %. De belangrijkste voorwaarden zijn dat de afbraak en de wederopbouw samen één handeling vormen in opdracht van eenzelfde opdrachtgever én dat de heropgebouwde woning na de werken uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt.

Naast een klassieke privéwoning, steken steeds meer alternatieve woonvormen de kop op. Cohousing is daar één van. Deze manier van bouwen en wonen biedt gezinnen een private woning (met eigen keuken, badkamer, slaapkamers en leefruimtes) met daarbovenop een tuin en extra woonfuncties (zoals bureauruimtes, wasruimtes, werkplaatsen, logeerkamers, polyvalente ruimtes, enz.) die gedeeld worden.

Deze ruimtes worden in tegenstelling tot gelijkaardige ruimtes in een traditionele woning, wel intensief gebruikt gezien deze gemeenschappelijk zijn. Dit resulteert in een optimaal ruimtegebruik, zowel voor de privatieve units als voor de gemeenschappelijke delen. De kosten voor deze collectieve delen worden betaald door alle units van het cohousingproject. Het gemeenschappelijk bouwen en wonen biedt een oplossing voor vergrijzing en vereenzaming, leegstand of verloedering van waardevol patrimonium, enz.

De organisatie van een cohousingproject is niet evident gezien de vele betrokken partijen. De opstart houdt een risico in en is een traject van lange duur. Vaak is er een startgroep die de eerste stappen zet om een project te ontwikkelen. Dit gaat van onderhandelingen met de verkoper van de site, over het ontwikkelen van plannen samen met een architect en studiebureaus tot de uiteindelijke bouw.

Gelijktijdig aan het ontwerpproces gebeurt de groepsvorming, dit tot de groep voldoende groot is om een haalbaar project te realiseren. De aankoop van de site gebeurt bij voorkeur na het verkrijgen van de vereiste vergunningen en eens de bewonersgroep compleet is. Als laatste wordt de aannemer aangesteld voor de uitvoering van de werken.

Wanneer een cohousingproject opgericht wordt op een site waar bestaande bebouwing wordt gesloopt, zouden de bouwheren dus van het verlaagde btw-tarief van 6 % moeten kunnen genieten. Alle voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde tarief zijn vervuld. Alle groepsleden zijn door middel van één notariële akte samen eigenaar en stellen achteraf samen de aannemer voor de uitvoering van de werken aan, die ook rechtstreeks aan hen zal factureren. Bijkomend wordt tegemoet gekomen aan de doelstelling om leegstand en onbewoonbaarheid van oude stadswijken te bestrijden, wat initieel het doel van dit verlaagd tarief is.

In de praktijk blijkt de goedkeuring voor het toepassen van het verlaagde btw-tarief van 6 % geen evidentie voor cohousers. Het moment van instappen in het project geeft vaak de doorslag. Hierbij wordt bekeken in welke mate de groepsleden het project mee op touw hebben gezet, wat in feite geen vereiste is voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief. Voor de groepsleden die iets later in het groepsvormingsproces op de kar sprongen, zou het niet toepassen van het verlaagde btw-tarief een financiële ramp zijn. Dit terwijl voldaan is aan de wettelijke vereisten: de cohousinggroep sloopt, bouwt opnieuw op en zal de heropgebouwde woningen gaan bewonen.

Bijkomende argumenten om als cohousinggroep eveneens aan het verlaagd tarief te kunnen bouwen zijn juridisch onderbouwd. Er is een notariële aankoopakte voor de gezamenlijke aankoopakte van een bestaande site met (te slopen) bebouwing. Een cohousinggroep is dus als groep van meerdere personen eigenaar en zal ook als groep een contract afsluiten met een aannemer. Als er al een onderscheid moet gemaakt worden met betrekking tot het moment van toetreden, zou het logisch zijn dat het kritische moment in de beoordeling de datum van de notariële aankoopakte is. Daarnaast is ook de functie van een cohousinggroep duidelijk privé bewoning, dit zowel voor de private woning maar ook voor de gemeenschappelijke delen die als verlengde van de eigen woning worden aanzien.

Kan een cohousing op een gelijke manier beoordeeld worden als een traditionele woning? Kan in het geval van cohousing de regelgeving met betrekking tot de btw-verlaging worden toegepast op alle individuele groepsleden/ bouwheren zonder onderscheid op basis van het moment van toetreden tot de groep?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingssamenwerking van 30.04.2019**

Overeenkomstig rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr.20, is het verlaagd tarief van 6 % van toepassing, onder de in deze bepaling gestelde voorwaarden, op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° van voormelde tabel A, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning.

Dit verlaagd tarief kan worden genoten zowel door de persoon die alleen als bouwheer optreedt, als door twee of meerdere personen die samen overeenkomen om een oud gebouw aan te kopen, dit te laten afbreken en een nieuw gebouw te laten heropbouwen dat na de werken, uitsluitend of hoofdzakelijk, zal gebruikt worden als gebouw voor privé-woongelegenheid.

Het verlaagd tarief is daarentegen niet van toepassing op de verkoop van een nieuw gebouw of een onverdeeld deel ervan, zelfs indien het gebouw voortkomt uit de afbraak/ heropbouw van een oud gebouw (waarvoor de bouwheer zelf het verlaagd tarief zou hebben kunnen genieten).

De toepassing van het verlaagd tarief van 6 % op projecten van cohousing kan slechts worden aanvaard voor het volledige cohousingproject vanaf het ogenblik dat duidelijk blijkt dat alle leden van de cohousinggroep daadwerkelijk kunnen worden beschouwd als bouwheren ten opzichte van het nieuwe gebouw. Het moment van toetreden tot de groep is aldus wel degelijk van groot belang.

Het is met andere woorden noodzakelijk dat de leden van de cohousinggroep samen het project mee op touw zetten en mee beslissingen nemen zodat het project zal beantwoorden aan hun specifieke noden en verwachtingen, dat ze dus inspraak hebben in de diverse fasen van het project en dit van bij de totstandkoming tot aan de definitieve oplevering van de bouwwerken (de afbraak, bouwplannen, vergunningen, de dienstverrichters (aannemers, architecten, studiebureaus, enz.), enz.).

De identiteit van die leden dient dus gekend te zijn vooraleer keuzes worden gemaakt en enige juridische verbintenis wordt aangegaan, bijv. bij het architectenbureau of de eigenaar van het oude gebouw.

Het feit dat alle groepsleden door middel van één notariële akte samen eigenaar zijn en samen de aannemer voor de uitvoering van de werken aanduiden die rechtstreeks aan hen zal factureren is aldus niet voldoende om te worden beschouwd als bouwheren in de zin van hetgeen voorafgaat.

De toepassing van het verlaagd tarief kan aldus enkel worden aanvaard voor de leden van de cohousinggroep die wel als bouwheer kunnen worden beschouwd en voor zover uiteraard alle andere voorwaarden terzake zijn vervuld.

Bovenstaande redenering is van toepassing op de werkelijke cohousingprojecten, waar naast privéwoonsten een reeks gemeenschappelijke voorzieningen zijn en waar de nadruk ligt op een gemeenschapsgevoel en sociaal contact. De voorstelling van een project dient een weerspiegeling van de werkelijkheid te zijn en mag niet louter opgezet zijn om fiscaal voordeel te genieten.

## Administratieve doctrine

4

[Fiches van de administratieve commentaar 4](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2593-btw-tarief-cohousing-wouter-vriendt-0e7e/documenten?type=commentaar)

« … (projecten die enerzijds bestaan uit privatieve woningen en anderzijds uit bepaalde gedeelde, gemeenschappelijke, ruimtes (tuin, bureauruimte, wasruimte, enzovoort met een nadruk op een gemeenschapsgevoel en sociaal contact) wordt verwezen naar de schriftelijke parlementaire vraag nr. 2.593 van de heer Volksvertegenwoordiger Wouter De Vriendt van 27.03.2019 en de schriftelijke parlementaire vraag nr. 11 van de heer Servais Verherstraeten van 30.07.2019. Er dient inzonderheid ook te worden verwezen naar de beslissing nr. E.T. 120.125 van 13.05.2014. De administratie heeft immers vastgesteld dat bepaalde … »

[Tarieven van de belasting (01.11.2025)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/tarieven-belasting-51bf) Administratieve commentaar 12.11.2025

[Bekijk de 4 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2593-btw-tarief-cohousing-wouter-vriendt-0e7e/documenten)
