---
title: "Parlementaire vraag 259 · Banken en financiële instellingen. Uitoefening van het recht op aftrek. Aanschrijving"
description: "Banken en financiële instellingen. Uitoefening van het recht op aftrek. Parlementaire vraag nr. 259 van 24 januari 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/259-banken-financiele-instellingen-uitoefening-recht-b591"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/259-deduction-activites-hors-champ-representant-26f8"
---

# Banken en financiële instellingen. Uitoefening van het recht op aftrek. Aanschrijving · Banken en financiële instellingen. Uitoefening van het recht op aftrek. Aanschrijving nr. 10 van 26 juli 1995.

**Nummer**

259

**Datum**

24 januari 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 29, blz. 3505-3506**

**BTW-Revue nr. 122, blz. 521**

*Banken en financiële instellingen - Uitoefening van het recht op aftrek - Aanschrijving nr. 10 van 26 juli 1995.*

## **VRAAG**

De bestuurlijke circulaire nr. 10 van 26 juli 1995 betreffende de financiële instellingen wijst erop dat handelingen die buiten het toepassingsgebied van de BTW vallen, in principe geen recht geven op aftrek van de aan toeleveranciers betaalde BTW op aankopen die noodzakelijk zijn om dergelijke niet aan de BTW onderworpen werkzaamheden te kunnen verrichten. In diezelfde circulaire wordt er tevens op geattendeerd dat de omzet in niet aan de BTW onderhevige handelingen niet in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het algemene aftrekbare aandeel van de BTW.

Hoe kan een bedrijf met werkzaamheden die buiten het toepassingsgebied van de BTW vallen en tegelijk met werkzaamheden die vrijgesteld zijn van BTW of nog die aan de BTW zijn onderworpen, de aan toeleveranciers betaalde BTW aftrekken als het voor elk van die soorten werkzaamheden geen afzonderlijke boekhouding voert ?

## **ANTWOORD**

De handelingen die buiten de werkingssfeer van de BTW vallen, verlenen niet de hoedanigheid van belastingplichtige aan degene die ze stelt en verlenen hem bijgevolg geen enkel recht op aftrek van de BTW geheven van de kosten die er direct betrekking op hebben.

In de mate waarin een persoon handelingen verricht die buiten de werkingssfeer van de BTW vallen en, in de uitoefening van zijn economische activiteit, zowel handelingen verricht die hem recht op aftrek verlenen als vrijgestelde handelingen die hem dit recht niet verlenen, is hij, vooraleer de regels inzake aftrek kunnen worden toegepast, inzonderheid deze bedoeld in [artikel 46, § 1, van het BTW- wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) (algemeen verhoudingsgetal) of [artikel 46, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), van hetzelfde wetboek (werkelijk gebruik van de goederen en diensten) ertoe gehouden om de voorbelasting af te zonderen die rechtstreeks en exclusief verband houdt met de activiteiten buiten de werkingssfeer.

Derhalve dienen de banken en financiële instellingen die zich in voornoemd geval bevinden, de dividenden van effecten die zij in eigen portefeuille bezitten, zowel voor de berekening van het algemeen verhoudingsgetal als voor de bijzondere verhoudingsgetallen bij toepassing van de regel van het werkelijk gebruik, buiten beschouwing te laten aangezien de inning van dividenden aan die instellingen niet de hoedanigheid van belastingplichtige verleent. Deze handelingen beïnvloeden bijgevolg niet de omvang van het recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de belastbare of vrijgestelde handelingen.

Zoals reeds gezegd is het dan wel zo dat de BTW geheven van de kosten die exclusief (direct en exclusief aanwijsbaar) betrekking hebben op de handelingen buiten de werkingssfeer als niet aftrekbare BTW moet afgezonderd worden. Voorts oefent de betrokken instelling indien zij geen afzonderlijke boekhouding voert voor elk van haar deelactiviteiten, haar recht op aftrek uit door toepassing van het algemeen verhoudingsgetal bedoeld in [artikel 46, § 1, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) (berekend zonder rekening te houden met de dividenden) op de totale som van de belasting geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt voor handelingen waarvoor voornoemde instelling de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige (met of zonder recht op aftrek) heeft met inbegrip van de belasting van goederen en diensten die gemeenschappelijk zijn voor zowel de handelingen buiten de werkingssfeer, de belastbare of de vrijgestelde handelingen. In het geval nochtans dat het stelsel van het werkelijk gebruik toch mogelijk zou zijn, is het in de regel aangewezen de aftrek van de BTW met betrekking tot de gemeenschappelijke kosten van verschillende sectoren te verrichten volgens een bijzonder verhoudingsgetal of volgens een nauwkeurig te bepalen verdeelsleutel, die na verloop van tijd nog controleerbaar is.

De bepalingen van de administratieve aanschrijving nr. 10 van 26 juli 1995 betreffende de uitoefening van het recht op aftrek door de banken en financiële instellingen, waarnaar het geacht lid verwijst, bevestigt alleen maar wat hiervoor wordt uiteengezet.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 3 voorkomens
