---
title: "Parlementaire vraag 258 · Mandatarissen venn. BTW-plichtigen"
description: "Mandatarissen venn. BTW-plichtigen, lasthebber, belastingplichtige. Parlementaire vraag nr. 258 van 23 mei 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/258-mandatarissen-venn-btw-plichtigen-hatry-00b0"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/258-assujetti-assujettissement-non-administrateur-liquidateur-0657"
---

# Mandatarissen venn. BTW-plichtigen · Mandatarissen venn. BTW-plichtigen.

**Nummer**

258

**Datum**

23 mei 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, nr. 1-51, 1996-1997, blz. 2583-2584**

**BTW-Revue nr. 131, blz. 1138**

*Mandatarissen venn. - BTW-plichtigen.*

## **VRAAG**

Ten gevolge van de invoering van een uniform statuut van de bedrijfsleiders luidt artikel 32, WIB 92, als volgt:

"Bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn alle beloningen verleend of toegekend:

1° aan een natuurlijk persoon, wegens de uitoefening van een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies;

2° aan een natuurlijk persoon die in de vennootschap een werkzaamheid of een leidende functie van dagelijks bestuur, van commerciële, technische of financiële aard uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst."

Uit artikel 4, eerste lid, van de zesde EEG-richtlijn blijkt dat om als BTW-plichtige beschouwd te worden, men "zelfstandig" een van de activiteiten van fabrikant, handelaar of dienstverrichter moet verrichten. Deze voorwaarde is overgenomen in [artikel 4, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4).

Tot op heden werden niet als BTW-plichtigen beschouwd, omdat er wegens bijzondere omstandigheden een band van ondergeschiktheid bestaat:

•de bestuurders-zaakvoerders en vereffenaars van vennootschappen;

•de actieve vennoten die nijverheid in de vennootschap inbrengen wanneer deze inbreng bestaat in de levering van diensten bedoeld in het BTW-Wetboek die niet vrijgesteld zijn door [artikel 44 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), op voorwaarde dat zij alleen wegens deze inbreng belastingplichtig zijn;

•de vennootschappen die een opdracht van bestuurder uitoefenen in een andere vennootschap.

De nieuwe formulering van artikel 32, WIB 92, doet opnieuw de vraag rijzen of bedrijfsleiders en vennoten BTW-plichtig zijn.

Teneinde duidelijkheid te verkrijgen en te voorkomen dat de controlediensten overstelpt worden met allerlei nodeloze aanvragen tot onderwerping aan het BTW-statuut, wens ik de geachte minister te vragen of hij me kan bevestigen dat de volgende personen niet BTW-plichtig zijn of althans niet als dusdanig geïdentificeerd moeten worden:

•de natuurlijke of rechtspersonen die een opdracht van bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of soortgelijke functie uitoefenen;

•de natuurlijke personen die in een of meer vennootschappen een werkzaamheid of een leidende functie van dagelijks bestuur, van commerciële, technische of financiële aard uitoefenen buiten een arbeidsovereenkomst;

•de natuurlijke personen die aandelen van vennootschappen bezitten en die nijverheid in deze vennootschappen inbrengen wanneer deze inbreng bestaat in de levering van diensten bedoeld in het BTW-Wetboek die niet vrijgesteld zijn door [artikel 44 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), op voorwaarde dat ze alleen wegens deze inbreng belastingplichtig zijn.

## **ANTWOORD**

De wijziging van artikel 32 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, door artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 december 1996 (Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, vierde uitgave), heeft geen gevolgen op het stuk van de BTW. Aldus, wat deze materie betreft, handelen de personen die, in de uitoefening van hun gewone statutaire opdracht, ten aanzien van derden optreden als een orgaan van de vennootschap niet als zelfstandige in de zin van [artikel 4 van het BTW- Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) en zijn zij derhalve geen BTW-belastingplichtigen.

Als organen worden aangemerkt de fysieke of rechtspersonen wiens taak erin bestaat de rechtspersoon te beheren en te verbinden.

Er kan derhalve aan het geachte lid worden bevestigd dat de beheerders, al dan niet aandeelhouders, van naamloze vennootschappen, de zaakvoerders, al dan niet vennoten, van besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, de personen die in andere rechtspersonen (VZW, ESV, ...) gelijkaardige functies uitoefenen en vereffenaars wanneer zij handelen in het kader van hun statutaire opdracht geen BTW-belastingplichtige zijn.

Daarentegen zijn de commissarissen en de revisoren geen organen van de vennootschap maar werkelijk zelfstandige lasthebbers die ertoe gehouden zijn zich voor hun prestaties als BTW-belastingplichtige te laten identificeren.

Als organen van een rechtspersoon worden eveneens aangemerkt de fysieke personen die binnen de rechtspersoon gemachtigd zijn om taken van het dagelijks bestuur waar te nemen, voor zover deze opdracht het voorwerp uitmaakt van een vermelding in de statuten van de rechtspersoon.

Daarentegen is een vennoot die zijn bedrijvigheid inbrengt in een vennootschap in principe een gewone belastingplichtige (belastingplichtige met recht op aftrek), wanneer die inbreng bestaat in het verlenen van in het BTW-Wetboek bedoelde diensten die niet vrijgesteld zijn door [artikel 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van dat wetboek.

Evenwel eist de administratie, om praktische redenen niet dat hij als dusdanig wordt geïdentificeerd wanneer hij alleen om reden van die inbreng belastingplichtige is.

Deze regel geldt in principe enkel wanneer de vennootschap waarin die inbreng geschiedt een belastingplichtige is met volledig recht op aftrek.

Wanneer de vennootschap waarin de inbreng geschiedt evenwel zowel handelingen verricht die recht op aftrek verlenen als andere handelingen, is deze regel eveneens van toepassing onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de ingebrachte bedrijvigheid uitsluitend wordt gebruikt voor de handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 2 voorkomens

## Administratieve doctrine

6

[Fiches van de administratieve commentaar 6](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/258-mandatarissen-venn-btw-plichtigen-hatry-00b0/documenten?type=commentaar)

« … mag deze regel eveneens worden toegepast onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de ingebrachte bedrijvigheid niet uitsluitend wordt gebruikt voor het verrichten van handelingen die geen recht op aftrek meebrengen (beslissing nr. E.T. 19.082 van 24.06.1975 en schriftelijke parlementaire vraag nr. 258 van de heer Senator Paul Hatry van 23.05.1997 ). 2. Zelfstandige journalisten en dagbladcorrespondenten In de relatie tussen journalisten en dagbladcorrespondenten enerzijds en de uitgevers van kranten en tijdschriften anderzijds, aanvaardt de administratie de interpretatie van de betrokken partijen … »

[De belastingplichtige (01.02.2026)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/belastingplichtige-ef8c) Administratieve commentaar 01.02.2026

[Bekijk de 6 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/258-mandatarissen-venn-btw-plichtigen-hatry-00b0/documenten)
