---
title: "Parlementaire vraag 2548 · Btw op bruikleen"
description: "Btw op bruikleen. Parlementaire vraag nr. 2548 van 22 februari 2019 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2548-btw-bruikleen-luk-biesen-24e7"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/2548-imposition-tva-prets-luk-van-0384"
---

# Btw op bruikleen

**Nummer**

2548

**Datum**

22 februari 2019

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

30 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 2548 van de heer Luk Van Biesen d.d. 22.02.2019

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2018-2019, QRVA 54/184 d.d. 04.04.2019, blz. 184**

Vraag nr.2548 van de heer volksvertegenwoordiger Luk Van Biesen van 22 februari 2019 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingssamenwerking:

*Btw op bruikleen.*

## **VRAAG**

Het gebeurt vaak dat drankenhandelaars met caféhouders overeenkomsten sluiten waarbij tapinstallaties, frigo's, stoelen en tafels of andere uitrustingsgoederen ter beschikking worden gesteld zonder dat caféhouders daarvoor een vergoeding hoeven te betalen. Als tegenprestatie verbindt de caféhouder er zich dan toe om (bepaalde) dranken van de drankenhandelaar af te nemen.

De terbeschikkingstelling van de installaties en het meubilair is, als verhuur, in principe een aan de btw onderworpen dienst waarvoor dus op regelmatige basis facturen moeten voor worden opgesteld. Bovenop de moeilijkheid om het bedrag van de tegenprestatie van die verhuur te ramen bezorgen deze verplichtingen drankenhandelaars en caféhouders een heleboel administratieve rompslomp.

De vraag rijst of dit wel nodig is aangezien de verschuldigde btw toch volledig aftrekbaar is in hoofde van de caféhouders. Tot en met 2012, werd de aftrek van btw echter zonder probleem toegelaten. Daarna dienden sommige drankenhandelaars de terbeschikkingstelling van de uitrustingsgoederen aan te rekenen aan de klant om de btw op de aankoop van het materiaal af te kunnen trekken.

Er kwam mij een alternatief voor deze situatie ter ore. Men stelt voor dat de drankenhandelaar een inventaris bijhoudt waarin een duidelijk overzicht wordt gegeven van welke uitrustingsgoederen bij welke horecazaak ter beschikking worden gesteld en voor welk bedrag

Daarnaast maakt de sector ook gewag van een verschil inzake de controles door de belastinginstanties. Op sommige plaatsen zouden brouwers en drankenhandelaars zonder enig probleem de btw kunnen blijven recupereren zonder de bijkomende administratieve lasten. In een vrije markt dient er volgens mij echter een gelijk speelveld te zijn voor alle actoren.

**1.** Bent u bekend met de problematiek? Kan u zeggen waarom het standpunt van de administratie in 2012 gewijzigd werd?

**2.** Denkt u dat voornoemde inventaris soelaas kan brengen om de hierboven beschreven administratieve rompslomp te verminderen zonder een adequate controle in gevaar te brengen?

**3.** Bent u op de hoogte van eventuele onregelmatigheden inzake de controles? Bent u van plan om acties te ondernemen zodat de controles eenvormig en voor iedereen op dezelfde manier worden toegepast?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingssamenwerking van 01.04.2019**

**1.** Uw vraag heeft betrekking op een administratieve vereenvoudigingsmaatregel met betrekking tot de zogenaamde "brouwerijcontracten" ingevoerd bij btw-beslissing E.T.21.421 van 29 oktober 1975 en geactualiseerd middels btw-beslissing E.T.96.988 van 22 november 2000.

Brouwerijen of drankenhandelaars en caféhouders sluiten vaak een overeenkomst waarbij, enerzijds, de caféhouder zich verbindt uitsluitend in dranken te bevoorraden bij de brouwerij of drankenhandelaar en, anderzijds, de brouwerij of drankenhandelaar bijvoorbeeld café-uitrusting ter beschikking stelt met beding dat die uitrusting eigendom zal worden van de caféhouder wanneer deze gedurende een bepaalde periode zijn verbintenis is nagekomen.

Enerzijds vormt de verbintenis van de caféhouder om zich uitsluitend bij de brouwerij of drankenhandelaar te bevoorraden een dienst bedoeld in [artikel 18, § 1, tweede lid, 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18). Anderzijds is de btw ook verschuldigd over de door de laatstgenoemde als tegenprestatie verstrekte leveringen of diensten.

Om praktische redenen stemt de administratie er sinds lange tijd mee in dat de btw die verschuldigd is over de voormelde dienst die de caféhouder verricht (zich uitsluitend bij de brouwerij of drankenhandelaar bevoorraden) niet moet worden geheven wanneer hij volledig aftrekbaar zou zijn in hoofde van de brouwerij. De caféhouder wordt ervan ontheven een factuur uit te reiken aan zijn leverancier.

Aangezien de caféhouder normaal niet op de hoogte is van de wijze waarop de brouwerij haar recht op aftrek uitoefent, zal de brouwerij hem hieromtrent moeten inlichten. De brouwerij dient hiertoe een attest uit te reiken waarin zij verklaart dat zij de btw die normaal geheven zou zijn over de door de caféhouder aangegane verbintenis volledig in aftrek zou kunnen brengen.

Voormelde tolerantie die geldt in hoofde van de caféhouders en kan niet worden uitgebreid naar de brouwerijen of drankenhandelaars. Bijgevolg dienen laatstgenoemden steeds hun tegenprestatie aan de btw te onderwerpen en een factuur uit te reiken aan de caféhouder, wanneer het gaat om de terbeschikkingstelling van goederen.

Aangezien de waarde van het door de caféhouder verstrekte recht moeilijk te bepalen is, zal als maatstaf van heffing de normale waarde van de door de brouwerij of drankenhandelaar gedane levering of verstrekte dienst worden genomen. In het geval bijvoorbeeld dat de tegenprestatie van de leverancier bestaat in de terbeschikkingstelling of de levering van café-uitrusting of -meubilair is de maatstaf van heffing de prijs die de caféhouder zou moeten betalen indien de goederen hem door een derde zouden zijn ter beschikking gesteld of geleverd.

Deze tolerantie heeft, op voorwaarde dat aan alle voorwaarden is voldaan, geen invloed op de uitoefening van het recht op aftrek noch in hoofde van de caféhouder, noch in hoofde van de leverancier.

Als verantwoordingsstuk voor de boekhouding van de brouwerijen of drankenhandelaars mag een intern stuk worden opgemaakt dat verwijst naar de beslissing E.T.96.988 van 22 november 2000 en naar het attest dat door de brouwerij aan de caféhouder wordt uitgereikt. Dit intern stuk is enkel bedoeld voor het tegenboeken van de vordering die ontstaat ten aanzien van de caféhouders. Er mag dus geen btw in rekening worden gebracht op dit intern stuk.

Hetgeen voorafgaat is de regeling die van toepassing is sinds 2001. Het standpunt van de administratie is sindsdien onveranderd maar werd mogelijkerwijs niet uniform toegepast door alle controle-agenten.

**2.** De toepassing van de vereenvoudigingsmaatregel ontslaat de brouwerij of dranken-handelaar er niet van dat ze een factuur uitreikt met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de uitrusting en materialen. Deze voorwaarde blijft noodzakelijk als controlemaatregel omdat het meestal gaat om de levering (met uitgestelde eigendomsoverdracht) van investeringsgoederen die in hoofde van de caféhouder onderworpen zijn aan een eventuele herziening of onttrekking (bijv.: bij wijziging of stopzetting van de activiteit). Bovendien beschikt niet elke exploitant van een drank- of eetgelegenheid over een volledig recht op aftrek

Het bijhouden van een inventaris door de brouwerij of drankenhandelaar zoals door U bedoeld volstaat vanuit dat oogpunt uiteraard niet.

Indien de caféhouder bij de toepassing van de beslissing E.T.96.988 van 22 november 2000 moeilijkheden ondervindt (administratief of boekhoudkundig) kunnen uiteraard de gewone regels inzake btw toegepast worden, met inbegrip van de mogelijkheid van selfbilling (circulaire AOIF nr.53 van 16december 2013).

De administratie is ook steeds bereid in overleg te treden met de sector om te bekijken hoe deze maatregel verder kan vereenvoudigd worden.

**3.** De dienst belast met de organisatie van de controle van de kmo's werd niet op de hoogte gebracht van eventuele onregelmatigheden inzake de controle in verband met een overeenkomst met een drankenhandelaar.

In het kader van de controleacties ten aanzien van de horecasector, zoals bij alle controleacties die zij organiseert, waakt de administratie er altijd over dat de werkmethodes eenduidig zijn, door richtlijnen uit te vaardigen en controlemodellen ter beschikking te stellen van de controleurs.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen
