---
title: "Parlementaire vraag 253 · Btw-pakket, Terugbetaling van buitenlandse btw"
description: "Btw-pakket, Terugbetaling van buitenlandse btw. Parlementaire vraag nr. 253 van 6 januari 2010 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/253-btw-pakket-terugbetaling-buitenlandse-9c79"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/253-paquet-tva-remboursement-etrangere-qe495-8f10"
---

# Btw-pakket, Terugbetaling van buitenlandse btw

**Nummer**

253

**Zittingsperiode**

52

**Datum**

6 januari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 253 - Zittingsperiode : 52

Auteur : François-Xavier de Donnea, MR (00101)

Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

Titel : Btw-pakket. - Terugbetaling van buitenlandse btw.

Datum indiening : 06/01/2010

## Vraag

1\. Wanneer een buitenlandse belastingplichtige in België een informatiekantoor heeft en geen enkele activiteit uitoefent waarover btw geheven wordt, kan de btw die Belgische leveranciers aangerekend hebben dan teruggevorderd worden via de procedure van de achtste btw-richtlijn, ingeval de facturen rechtstreeks aan het Belgische kantoor en niet aan de hoofdinrichting in het buitenland worden gestuurd?

2\. a) Hoe zal de administratie die de aanvraag om terugbetaling van de Belgische btw moet onderzoeken, kunnen nagaan of de verrichte dienst betrekking heeft op een belastbare dan wel van btw vrijgestelde activiteit van die buitenlandse belastingplichtige?

b) Zal de Belgische administratie voor elke restitutieaanvraag van een buitenlandse belastingplichtige de belastingadministratie van de woonstaat van de buitenlandse belastingplichtige moeten vragen in haar boekhouding na te kijken of de factuur waarvoor de terugbetaling van de Belgische btw wordt gevraagd, betrekking heeft op een activiteit die recht geeft op belastingaftrek op grond van het werkelijke gebruik, het algemene verhoudingsgetal, bijzondere verhoudingsgetallen of enig ander redelijk criterium dat in de nationale wet- of regelgeving wordt toegestaan?

c) Zo niet, zal de dienst die de aanvraag om terugbetaling van de Belgische btw moet onderzoeken, zich dan moeten verlaten op een "verklaring op erewoord" van de buitenlandse belastingplichtige?

## Antwoord

Publicatie antwoord : B105 · Publicatiedatum : 06/05/2010

1\. Het feit dat de door een Belgische leverancier aan zijn buitenlandse klant uitgereikte facturen rechtstreeks werden geadresseerd aan een informatiebureau dat laatstgenoemde in België bezit en dat geen aan de btw onderworpen activiteiten verricht, belet in beginsel niet de mogelijkheid tot teruggaaf van de aldus gefactureerde btw overeenkomstig de nieuwe procedure vervat in de Richtlijn 2008/9/EG en die in werking is getreden vanaf 1 januari 2010. Voorwaarde blijft evenwel dat het correcte buitenlandse btw-nummer van de klant op de facturen werd vermeld.

2\. Het koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf zet ter uitvoering van [artikel 76, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76), de bepalingen van de Richtlijn 2008/9/EG om in Belgisch recht.

Bij toepassing van artikel 3, § 3, van voornoemd koninklijk besluit nr. 56 kan aan de niet in België gevestigde belastingplichtige slechts dat gedeelte van de Belgische btw worden teruggegeven dat kan worden toegerekend aan handelingen die een recht op aftrek doen ontstaan, berekend overeenkomstig de verhoudingsregel zoals die wordt toegepast door de lidstaat waar bedoelde belastingplichtige is gevestigd. In het elektronisch in te dienen teruggaafverzoek dient dit aftrekbare gedeelte, uitgedrukt in percenten, te worden vermeld.

Ten einde een beslissing te kunnen nemen over de terugbetaling van de btw kan de Belgische administratie, indien zij dit nodig acht, binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige in kennis werd gesteld van de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek, in het bijzonder de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging van de aanvrager, maar eveneens een ander persoon om aanvullende gegevens verzoeken.

Indien de administratie na ontvangst van de aanvullende gegevens van oordeel is dat zij nog steeds niet over alle elementen beschikt om een beslissing te kunnen nemen inzake het toestaan van de gevraagde teruggaaf, kan zij om andere al dan niet gelijkaardige aanvullende gegevens verzoeken.

De gevraagde gegevens als bedoeld in het voorgaande lid moeten binnen een maand na ontvangst van het verzoek om informatie door de bestemmeling van het verzoek aan de administratie worden verstrekt (artikel 16 van voornoemd koninklijk besluit nr. 56).

Bovengenoemde middelen moeten in beginsel volstaan om de teruggaafverzoeken en inzonderheid de teruggaafverzoeken ingediend door gemengde of gedeeltelijke belastingplichtigen, op een accurate wijze te onderzoeken indien dit nodig wordt geacht. Bij de selectie van de grondig te controleren teruggaafverzoeken zullen de principes van risicoanalyse worden toegepast. In het geval de administratie beslist om bijkomende inlichtingen te vragen, zullen de aard van deze inlichtingen alsmede de persoon aan wie ze worden gevraagd, geval per geval worden bepaald in functie van de gegevens die reeds in het teruggaafverzoek zijn vervat.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · [De vraag op de website van de Kamer](https://www.lachambre.be/kvvcr/showpage.cfm?section=qrva&language=nl&cfm=qrvaXml.cfm?legislat=52&dossierID=52-b093-561-0253-2009201013538.xml)

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) 1 voorkomen
