---
title: "Parlementaire vraag 251 · Administratieve sancties voor fiscale overtredingen. Repressieve en preventieve aard"
description: "Administratieve sancties voor fiscale overtredingen. Parlementaire vraag nr. 251 van 14 april 1987 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/251-administratieve-sancties-fiscale-overtredingen-repressieve-609b"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/251-sanctions-administratives-infractions-fiscales-nature-7dcb"
---

# Administratieve sancties voor fiscale overtredingen. Repressieve en preventieve aard

**Nummer**

251

**Datum**

14 april 1987

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Administratieve sancties voor fiscale overtredingen - Repressieve en preventieve aard*

## **VRAAG**

Het is normaal dat de diensten van controle, zowel van de Directe Belastingen als van de BTW-controle, bij ondernemingen en zelfstandigen een bezoek brengen en daar de nodige vaststellingen doen.

Deze vaststellingen leiden gewoonlijk tot een rapport. In dit rapport komen dan de opmerkingen voor en de noodzakelijk te wijzigen aangiften. Dit lijkt mij een normale procedure.

Minder normaal lijkt mij echter dat, als gevolg van deze controle, de diensten stelselmatig overgaan tot het boetesysteem. Normaal zou men moeten uitgaan van de gedachte dat de diensten van de Minister van Financiën, zoals het woord zegt, dienst verlenen.

De praktijk is echter dat de diensten geen dienst verlenen maar boete opleggen, dus repressief werken.

Ik zou dit kunnen aanvaarden mocht de kwade trouw en de doelbewuste misleiding aanwezig zijn bij de ondernemer of bij de zelfstandige. In vele gevallen echter gaat het om een foutieve interpretatie, een verwarde interpretatie of onbekendheid met de wijze van aangifte. Dit laatste is natuurlijk een gevolg van de bijna waterklare richtlijnen die door «de diensten» verstrekt worden.

Graag had ik van de Minister geweten of de normale houding van de diensten repressief moet zijn of dienstbaar moet zijn.

## **ANTWOORD**

1\. Inzake BTW

Iedere overtreding van de door het BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen maatregelen wordt, naargelang de aard van die overtreding, beteugeld met een proportionele wettelijke boete die gelijk is aan het dubbel van de ontoereikende belasting, of met een wettelijke boete van 1000 tot 10.000 frank.

Behoudens in geval van gekarakteriseerde fraude worden deze boeten, die van rechtswege verschuldigd zijn, ambtshalve verminderd overeenkomstig uniforme barema's die gelden voor alle belastingplichtigen.

Deze barema's die overigens werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973, 17 november 1973, 28 februari 1974 en 16 maart 1976 en die, wat de proportionele boeten betreft, werden vervangen door het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 (z. Belgisch Staatsblad van 7 februari 1987), zijn zeer mild en houden reeds rekening met de goede trouw van de belastingplichtigen. Een afwijking of een niet-toepassen van deze barema's is dan ook niet mogelijk zonder afbreuk te doen aan de gelijke berechtiging van de belastingplichtigen en zonder de goede werking van de administratie te verstoren.

Het geachte Lid zal het ongetwijfeld met mij eens zijn dat de aldus opgelegde boeten niet alleen repressief maar ook preventief zijn.

2 . Inzake directe belastingen De in het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalde administratieve sancties met betrekking tot de inkomstenbelastingen zijn in principe reeds van toepassing in het geval van een louter materiële overtreding van de belastingwet. Zelfs indien de wil niet aanwezig is om de wet bewust te overtreden en de overtreding geen werkelijke fraude betreft heeft de wetgever toch geoordeeld dat ze vooral in sommige omstandigheden, zoals bij herhaling, moet kunnen worden bestraft, al was het maar omdat ze de administratieve werkzaamheden betreffende de zetting en de inning van de belastingen verstoort.

Wat meer bepaald de belastingverhogingen betreft kan, bij ontstentenis van kwade trouw, worden afgezien van de minimumverhoging van 10 pct. en dient de Administratie der directe belastingen om de aard, de ernst en de rang van een overtreding vast te stellen en, bijgevolg, om het tarief van die verhoging te bepalen, rekening te houden met alle gegevens en omstandigheden eigen aan elk geval, met inbegrip van de manier waarop de betrokken belastingplichtige jaar na jaar, zijn fiscale verplichtingen vervult.

Overigens herinner ik eraan dat de belastingverhogingen slechts worden toegepast wanneer de niet-aangegeven inkomsten 25.000 frank bereiken.
