Terbeschikkingstelling "business-seats" of loges. Plaats van de dienst. Recht op aftrek · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

249 6 oktober 1992

Zoeken

Terbeschikkingstelling "business-seats" of loges. Plaats van de dienst. Recht op aftrekTerbeschikkingstelling "business-seats" of loges. Plaats van de dienst. Recht op aftrek.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/249-terbeschikkingstelling-business-seats-loges-plaats-8525

Nummer
249
Datum
6 oktober 1992

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 36, blz. 2604

Terbeschikkingstelling "business-seats" of loges - Plaats van de dienst - Recht op aftrek.

VRAAG

Luidens de beslissing van 7 juli 1989, E.T. 63.540, gepubliceerd in het BTW-tijdschrift nr. 88, blz. 433, stelt de administratie dat de uitgaven die ondernemingen doen voor het gebruik van business-seats en loges, op het stuk van de BTW-aftrek als reclamekosten worden behandeld.

1. Wil dit zeggen dat het ter beschikking stellen van business-seats en loges eventueel onder de toepassing kan vallen van artikel 21, § 3, 7°, c), van het BTW-Wetboek, wanneer die door in het buitenland gevestigde ondernemingen worden gebruikt om reclame te maken ?

2. Zo neen, wat is de definitie van reclameprestaties in de zin van de Belgische wetgeving ?

ANTWOORD

In het geval beoogd door het geacht Lid, waarbij een onderneming kosten maakt voor het gebruik van business-seats en/of loges, haar ter beschikking gesteld door sportclubs en waarbij zij door middel van die business-seats en loges onder een of andere vorm zelf reclame voert, aanvaardt de administratie inderdaad dat die onderneming, inzake de aftrek van de BTW, die kosten niet beschouwt als kosten van onthaal waarvoor geen recht op aftrek wordt toegestaan, maar wel als reclamekosten, waarvoor de BTW dan wel volgens de gewone regels aftrekbaar is.

Niettemin kan, juridisch beschouwd, de overeenkomst tussen de sportclub en de onderneming in geen geval worden beschouwd als het verrichten van een dienst inzake reclame aangezien de reclame in feite door de onderneming zelf wordt verzorgd. Bedoelde handeling kan dan ook slechts worden aangemerkt als een dienst inzake het verlenen van een recht op toegang tot een inrichting waar een sportmanifestatie plaatsvindt.

Artikel 21, § 3, 7°, c), van het BTW-Wetboek, is bijgevolg niet van toepassing voor het bepalen van de plaats van bedoelde handeling, die op grond van artikel 21, § 3, 4°, a), van voornoemd Wetboek steeds plaatsvindt in het land waar de sportinrichting is gelegen.

Gelet op deze toelichting meen ik dat een verdere uitwijding met betrekking tot het begrip reclamediensten, in het kader van onderhavige vraag, niet nodig is.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 212 voorkomens