---
title: "Parlementaire vraag 246 · Regeling btw-eenheid. Administratieve aanschrijving"
description: "Regeling btw-eenheid. Administratieve aanschrijving, rondzendbrief. Parlementaire vraag nr. 246 van 26 juni 2008 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/246-regeling-btw-eenheid-administratieve-aanschrijving-fe0f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/246-unite-tva-administrative-biesen-cad6"
---

# Regeling btw-eenheid. Administratieve aanschrijving

**Nummer**

246

**Datum**

26 juni 2008

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 028, blz. 7196-7198**

*Regeling btw-eenheid - Administratieve aanschrijving*

## **VRAAG**

De administratieve aanschrijving nr. 42/2007 (E.T. 111.702) van 9 november 2007 aangaande de regeling btw-eenheid bepaalt in het hoofdstuk «Hoedanigheid van geregistreerd aannemer» dat :

«tot vaststelling van de btw-tarieven, het vereist is dat elk lid van de btw-eenheid geregistreerd is als zelfstandig aannemer voor een bepaalde categorie van werkzaamheid opdat de btw-eenheid zelf de toepassing van dat verlaagd btw-tarief zou kunnen inroepen voor die bepaalde werkzaamheid».

Dit heeft voor gevolg dat elk lid van de btw-eenheid dus moet geregistreerd zijn als aannemer in de categorie van werkzaamheid waarvoor het verlaagd tarief wordt toegepast (dus dezelfde categorie). Dit zou betekenen dat wanneer een vennoot of persoon deel uitmaakt van een btw-eenheid en deze werkzaamheden niet dot (bijvoorbeeld een patrimoniumvennootschap of een vennootschap geregistreerd in een andere categorie) de btw-eenheid het verlaagd tarief niet meer zou kunnen toepassen.

Deze regeling verhindert dus in vele gevallen dat een btw-eenheid nog het verlaagd tarief kan toepassen. Is dit niet discriminerend ten opzichte van deze personen die geen deel uitmaken van een btw-eenheid en dus het verlaagd tarief wel verder kunnen toepassen? Dit vormt immers een commercieel nadeel van 15%. Nochtans kan principieel de btw-toepassing geen enkel concurrentieel voor- of nadeel veroorzaken.

Is deze interpretatie correct of hoeft er toch geen registratie als aannemer te zijn voor elk lid ?

## **ANTWOORD**

(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 05.08.2008)

De uitgaande handelingen die worden verricht door een lid van een btw-eenheid worden voor de toepassing van de btw geacht te zijn gesteld door de btweenheid zelf, De leden van een btw-eenheid vormen immers één enkele belastingplichtige voor de toepassing van het btw-Wetboek. De btw-eenheid wordt met andere woorden aangemerkt als één belastingplichtige voor de leveringen van goederen en de diensten verstrekt aan derden.

Dit heeft tot gevolg dat wanneer het toepasbaar stelsel voor bepaalde door een lid van de btw-eenheid verrichte leveringen of diensten afhankelijk is van de hoedanigheid of de fiscale situatie van de leverancier of dienstverrichter, die hoedanigheid of fiscale situatie moeten worden beoordeeld in hoofde van de btweenheid.

In die gedachtengang kan een btw-eenheid slechts de toepassing inroepen van een verlaagd tarief in de onroerende sector voor een bepaalde categorie van werk in onroerende staat voor zover elk lid van die btw-eenheid geregistreerd is als zelfstandig aannemer voor betreffende categorie van werk in onroerende staat.

Gelet inzonderheid op het arrest van 9 november 2006, zaak [C-433/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-433-04-arrest), van het Hof van Justitie, heeft de administratie inmiddels in algemene zin onderzocht in hoeverre de voorwaarde van de registratie als aannemer voor de toepassing van een verlaagd tarief in de onroerende sector thans nog verenigbaar is met het Europees recht. Haar nota hieromtrent wordt momenteel door mijn kabinet bestudeerd.

## Aangehaalde teksten

1

[C-433/04, arrest van 9 november 2006](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-433-04-arrest) 1 voorkomen
