---
title: "Parlementaire vraag 242 · Economisch samenwerkingsverband (SV ). Aannemer. Rechtspersoonlijkheid"
description: "Economisch samenwerkingsverband (SV ). Aannemer. Rechtspersoonlijkheid. Parlementaire vraag nr. 242 van 17 juni 1991 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/242-economisch-samenwerkingsverband-sv-aannemer-rechtspersoonlijkheid-5314"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/242-entrepreneur-enregistre-travail-immobilier-groupement-f337"
---

# Economisch samenwerkingsverband (SV ). Aannemer. Rechtspersoonlijkheid

**Nummer**

242

**Datum**

17 juni 1991

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1990-1991 blz. 1681**

*Economisch samenwerkingsverband ( ESV ) - Aannemer - Rechtspersoonlijkheid*

## **VRAAG**

Artikel 1, § 1, van de wet van 17 juli 1989 bepaalt dat het ESV uitsluitend tot doel heeft de economische bedrijvigheid van zijn leden te vergemakkelijken of te ontwikkelen en dat zijn bedrijvigheid ten opzichte van die van zijn leden van ondergeschikte betekenis moet zijn.

## **ANTWOORD**

Artikel 2, § 1, 3°, bepaalt dat het samenwerkingsverband van zichzelf geen winst mag nastreven.

Derhalve mag het niet bedrijvig zijn in de plaats van één van zijn leden, noch diens bedrijvigheid overnemen, noch een gelijkaardige activiteit beoefenen.

Op grond van die beginselen kan gesteld worden dat een ESV waarvan de leden aannemers zijn, in geen geval een koopovereenkomst mag sluiten of zelf uitvoeren. Wel kan het daarvoor een inschrijving indienen, als gemachtigde voor al zijn leden.

Het is dus duidelijk dat de leden, en niet het ESV de reglementering op de registratie en erkenning van aannemers moeten naleven.

Kan u mij meedelen :

1\. Of u zich bij die zienswijze aansluit;

2\. Of het ESV niet kan geregistreerd en erkend worden, en of zulks alleen mogelijk is voor de natuurlijke en rechtspersonen die een contract uitvoeren;

3\. Welke gevolgen een beslissing tot registratie of erkenning zou hebben;

4\. Is de regering voornemens, niet ten voordele van het ESV, indien geantwoord wordt dat het niet erkend kan worden, maar ten voordele van de in één klasse erkende leden van het ESV een afwijking toe te staan, derwijze dat er voor de overeenkomsten die ze binnen dat verband gesloten hebben, geacht worden in de onmiddellijk hogere klasse erkend te zijn ?

Antwoord (1) :

Het deel van de vraag betreffende de erkenning van aannemers behoort tot de bevoegdheid van mijn collega van Openbare Werken.

Wat de registratie als aannemer betreft, deel ik nu reeds mee dat het onderzoek van de aanvragen tot registratie tot de uitsluitende bevoegdheid van de provinciale registratiecommissies behoort, die paritair zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van drie ministeries, van de werkgevers- en de werknemersorganisaties. In die materie handelen de commissies op soevereine wijze.

Onder dat voorbehoud nodig ik mijn diensten uit, in samenspraak met die van de andere betrokken departementen, het probleem van de registratie van economische samenwerkingsverbanden te onderzoeken.

Aanvullend antwoord (2) : Het geachte Lid gelieve hierna het resultaat te vinden van het onderzoek waarvan sprake is in het derde lid van het antwoord op zijn vraag (z. bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, nr. 39 van 9 juli 1991, zitting 1990-1991 blz. 1681)

Het economisch samenwerkingsverband heeft rechtspersoonlijkheid (art. 1, § 1, tweede lid, van de wet van 17 juli 1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden - Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1989).

Bijgevolg, in de veronderstelling dat een dergelijk verband in eigen naam contracten afsluit met betrekking op de uitvoering van werkzaamheden waarvoor de registratie als aannemer vereist is, belet in de regel niets de registratie van dat verband.

Gelet op de rechtspersoonlijkheid die het verband heeft, moet het zelf, en niet zijn leden, aan de voorwaarden voor registratie voldoen.

(1) Vr. en Antw., Senaat, 1990-1991, nr. 39, blz. 1681. (2) Vr. en Antw., Senaat, 1991-1992, nr. 5, blz. 143.

\- De Minister van Tewerkstelling en Arbeid geeft een gelijkaardig antwoord op een door de Heer Senator Duquesne gestelde vraag waarvan de tekst dezelfde was als deze van de vraag nr. 242, gericht aan de Heer Minister van Financiën (parl. vr. nr. 48 van 17 juni 1991, Vr. en Antw., Senaat, 1991-1992, nr. 5, blz. 160)
