Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1999-2000, blz. 3321
Maatstaf van heffing - Transactiewaarde - Jachttrofee - Invoer - Vervoer - Verzekering
VRAAG
Wanneer vanuit het buitenland jachttrofeeën worden ingevoerd in België, zijn er invoerrechten verschuldigd bij de douane. Deze invoerrechten worden volgens de douane berekend op de commerciële waarde van de trofeeën.
Maar op het ogenblik van het invoeren hebben deze trofeeën echter geen commerciële waarde. Zij worden ingevoerd in een onafgewerkte staat namelijk onder de vorm van afgekookte schedels en in gezouten ruwe kruiden. Een taxidermist dient nog ingeschakeld te worden om deze trofeeën verder af te werken.
Derhalve zijn deze trofeeën niet verkoopbaar in de staat waarin zij toekomen. Meer nog zelfs na een bewerking door een taxidermist is de verkoopwaarde zeer laag aangezien niemand jachttrofeeën wil kopen van iemand anders.
Op welke basis geschiedt dus de berekening van de invoerrechten op jachttrofeeën ?
ANTWOORD
1. Ik deel het geachte Lid mede dat bij invoer van onafgewerkte jachttrofeeën in de vorm van afgekookte schedels en ingezouten ruwe huiden geen invoerrecht is verschuldigd.
2. In principe is wel de BTW verschuldigd (6 pct.).
De maatstaf van heffing van de BTW is de douanewaarde van de ingevoerde goederen. Gewoonlijk is de douanewaarde gelijk aan de betaalde prijs (transactiewaarde) verhoogd met de kosten van levering tot de plaats van binnenkomen in de Europese Unie. Indien de jachttrofeeën niet zijn gekocht, dan wordt de douanewaarde vastgesteld volgens andere waarderingsmethodes. Praktisch zou dat kunnen neerkomen op de berekening van de waarde op basis van de prijs van in de handel verkrijgbare vergelijkbare goederen, waarvan dan de kosten van afwerking en de winstmarge worden afgetrokken. Alleszins dienen in de douanewaarde te worden begrepen, de prijs van de jachtvergunning in de mate dat die kan worden toegewezen aan de ingevoerde trofeeën, de kosten voor behandeling in het land van uitvoer en de vrachtkosten tot de plaats van binnenkomen in de Europese Unie.
In deze maatstaf van heffing van de BTW moeten eveneens worden opgenomen, voor zover zij niet reeds daarin zijn begrepen :
a) de in het buitenland verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen, alsmede die welke terzake van de invoer verschuldigd zijn, met uitzondering van de te heffen belasting over de toegevoegde waarde;
b) de bijkomende kosten, zoals commissie, douaneformaliteiten, verpakking, vervoer en verzekering, tot op de eerste plaats van bestemming van de goederen in België.
In de maatstaf van heffing moeten eveneens de in b) bedoelde bijkomende kosten worden opgenomen wanneer zij voortvloeien uit het vervoer naar een andere plaats van bestemming in de Europese Unie, indien deze plaats bekend is op het tijdstip waarop het belastbaar feit plaatsvindt.
3. Er wordt nochtans vrijstelling van BTW verleend bij invoer van jachttrofeeën die deel uitmaken van de bagage van reizigers, indien de totale waarde niet meer bedraagt dan 7.300 frank per reiziger. Deze vrijstelling wordt slechts verleend bij invoer van goederen met incidenteel karakter die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het persoonlijk of familiaal gebruik van de reizigers of om als geschenk te worden aangeboden. Uit de aard of de hoeveelheid van de goederen mogen geen commerciële bijbedoelingen blijken.
Bovendien is er ook nog in een vrijstelling van BTW voorzien voor zendingen waarvan de waarde niet meer dan 1.000 frank per zending bedraagt (met uitzondering van de zendingen die het voorwerp zijn van postorderverkopen), alsook voor zendingen zonder handelskarakter verzonden van particulier aan particulier voor een waarde van maximum 2.000 frank.