---
title: "Parlementaire vraag 234 · Opeisbaarheid van de belasting. notaris. provisie"
description: "Opeisbaarheid van de belasting. notaris. provisie, commissieloon. Parlementaire vraag nr. 234 van 6 maart 2012 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/234-opeisbaarheid-belasting-notaris-provisie-christian-de63"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/234-exigibilite-taxe-notaire-provision-christian-ad84"
---

# Opeisbaarheid van de belasting. notaris. provisie

**Nummer**

234

**Datum**

6 maart 2012

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

11 paragrafen

**Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 60 d.d. 10.04.2012, blz. 125**

*Opeisbaarheid van de belasting*

*Notaris*

*Provisie*

## **VRAAG**

1.a) Op grond van welk principe is de btw niet opeisbaar bij de inning van provisies door een notaris of gerechtsdeurwaarder ?

b) Vallen de erelonen van notarissen ook onder het begrip provisie ?

c) Zo ja, hoe verantwoordt men de niet-toepassing van [artikel 22, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) ?

2\. Is aan de niet-opeisbaarheid van btw op provisies niet veeleer de voorwaarde verbonden dat het uitsluitend om uitgaven voor rekening van cliënten en om stortingen op cliëntenrekeningen mag gaan ?

## **ANTWOORD**

(van de heer Vanackere vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

Krachtens [artikel 22, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) vindt het belastbaar feit plaats op het tijdstip van de voltooiing van de dienst. Overeenkomstig artikel 22, § 2, eerste lid, van voornoemd Wetboek, wordt de belasting op dit tijdstip opeisbaar. In casu wordt met het ogenblik van de voltooiing van de dienst, en bijgevolg de opeisbaarheid van de belasting, het verlijden van de akte bedoeld. In afwijking van hetgeen voorafgaat, bepaalt [artikel 22, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) dat, indien de prijs of een deel ervan voor de voltooiing van de dienst wordt gefactureerd of ontvangen, de btw over dit bedrag opeisbaar wordt op het tijdstip van de uitreiking van de factuur of op het tijdstip van de incassering. Krachtens artikel 10, eerste lid, van het Reglement voor de organisatie van de notariële boekhouding en artikel 15 van de Deontologische Code van toepassing op het notariaat, dient aan de notaris, voorafgaandelijk aan het verlijden van een akte, een provisie te worden betaald voor de aktekosten (ereloon en diverse kosten). Overeenkomstig het tweede lid van voornoemd artikel 10 moeten echter alle provisies ingeschreven blijven op de cliëntenrekening zolang de akte niet werd verleden. De notaris kan bijgevolg geen gelden opnemen uit deze gestorte provisies. De loutere storting van een dergelijke provisie door een cliënt kan dan ook niet worden aangemerkt als een incassering in de zin van artikel 22, § 2, tweede lid, van voornoemd Wetboek en maakt de btw bijgevolg niet opeisbaar. Gelet op voorgaande is de btw ten vroegste opeisbaar op het ogenblik van het verlijden van akte, wat volgens de deontologische regels het tijdstip is waarop de notaris zijn ereloon mag aanrekenen. Indien de notaris echter, voorafgaand aan het verlijden van de akte, een factuur uitreikt, maakt deze uitreiking de btw in die mate wel opeisbaar. Wanneer een notaris dienstprestaties verricht die niet bijdragen tot het verlijden van een akte (aangifte van nalatenschap, legalisatie van documenten, adviesverlening, enzovoort) is de btw opeisbaar op het tijdstip van de voltooiing van de dienst. Indien de prijs of een deel ervan vóór dat tijdstip wordt ontvangen of gefactureerd, dan is de belasting op dat tijdstip opeisbaar ten belope van het ontvangen of gefactureerde bedrag. Wat daarentegen de gerechtsdeurwaarders betreft, bestaan er geen deontologische regels die hen beletten een bedrag op te nemen uit de gestorte provisies. De door de gerechtsdeurwaarders geïncasseerde bedragen maken bijgevolg de btw opeisbaar, tenzij uiteraard de btw overeenkomstig de normale regels voordien reeds opeisbaar was geworden.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 3 voorkomens
