---
title: "Parlementaire vraag 232 · Ontheffing verplichting facturatie"
description: "Ontheffing verplichting facturatie, ontheffing van de factureringsplicht. Parlementaire vraag nr. 232 van 8 april 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/232-ontheffing-verplichting-facturatie-vandenberghe-factureringsplicht-7487"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/232-obligation-facture-delivrance-dispense-facturer-ee79"
---

# Ontheffing verplichting facturatie

**Nummer**

232

**Datum**

8 april 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

33 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-58, blz. 2956-2958**

**BTW-Revue nr. 133, blz. 25**

*Ontheffing verplichting facturatie.*

## **VRAAG**

Mag ik de geachte minister verzoeken mij een antwoord te geven op een vraag met betrekking tot de verplichting opgelegd aan BTW-plichtigen om aan hun medecontractant een factuur uit te reiken, en meer bepaald met betrekking tot de ontheffing van de verplichting tot facturatie.

Er dient volgens de wet geen factuur uitgereikt te worden indien aan de volgende twee voorwaarden gelijktijdig is voldaan:

1\. de klant is een natuurlijke persoon, en

2\. de klant bestemt de goederen of diensten voor zijn privé-gebruik ([art. 1, § 2, eerste lid, koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29 december 1992).

De ontheffing van de verplichting een factuur uit te reiken is niet van toepassing op leveringen verricht door voortbrengers- of grossierbedrijven ([artikel 1, § 2, eerste lid, 8°, koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5)).

Volgens het oude koninklijk besluit nr. 1 van 1970 (artikel 8, lid 2, 5°) gold de ontheffing wel voor dergelijke groothandelaars wanneer zij "bijzonder ingericht waren voor de verkoop in het klein".

Het wegvallen van deze bijkomende voorwaarde in het nieuwe koninklijk besluit leidt in de praktijk tot misverstanden en ongewenste neveneffecten waarvan bepaalde handelaars het slachtoffer dreigen te worden. Het feit dat een handelaar tegelijk groot- en kleinhandelaar is, zou hem immers facturatieplichtig maken voor het geheel van zijn activiteiten.

Kan uit de bepaling van het nieuwe koninklijk besluit nr. 1 worden afgeleid dat een handelaar die zich in de volgende situatie bevindt niet zou kunnen genieten van de ontheffing van het uitreiken van facturen:

•de handelaar is in het handelsregister ingeschreven als groot- én kleinhandelaar;

•hij beschikt voor zijn kleinhandel over een specifiek ingerichte verkoopruimte (winkelruimte);

•de kleinhandelsactiviteit kan, zonder dat daartoe een afzonderlijke rechtspersoon moet worden opgericht, afgezonderd worden als een bedrijfstak welke te vergelijken is met een grootwarenhuiswerking;

•de handelaar biedt doorgaans voor vrij kleine bedragen, bepaalde producten aan in verschillende verpakkingsvormen en hoeveelheden, gaande van verpakkingen van enkele 100 gram tot verpakkingen van meerdere kilogrammen;

•de handelaar verkoopt deze producten in zijn specifieke winkelruimte meestal aan particulieren die ze bestemmen voor privé-gebruik, terwijl zijn groothandel zich doorgaans richt tot personen die de aangekochte producten niet doorverkopen maar aanwenden als grondstof, teeltproduct of uitbatingslast voor gebruik op hun eigen bedrijf;

•de handelaar maakt geen gebruik van de mogelijkheid van het ontwijken van de wetgeving door het oprichten van een afzonderlijke rechtspersoon met betrekking tot zijn kleinhandel of groothandel, waardoor een toestand ontstaat van het oneigenlijk gebruik van de vennootschapsvorm zoals die de laatste jaren meer en meer wordt aangewend en dit tot ergernis van de belastingsambtenaren.

Dient deze handelaar voor zijn verkopen aan particulieren in zijn specifiek ingerichte winkelruimte telkens een factuur uit te reiken aan de particuliere kopers, en dit omwille van het feit dat hij naast zijn kleinhandelsactiviteiten ook groothandelaar is?

Een gelijkaardige situatie kan zich voordoen wanneer een kleinhandelaar ook producten levert aan een grootverbruiker, bijvoorbeeld de melkventer die op zijn ronde ook zuivelproducten levert aan de kantine van een bedrijf en aan wie hij de leveringen factureert: dient het feit dat deze handelaars naast de verkoop aan particulieren ook goederen levert aan een andere BTW-plichtige zodanig geïnterpreteerd te worden dat hij ook de leveringen van zuivelproducten aan particulieren zal moeten factureren en dus niet kan genieten van de ontheffing? Uit de praktijk kunnen nog meerdere voorbeelden aangehaald worden van handelaars die zowel in de klein- als in de groothandel actief zijn, denken wij maar aan drankenhandelaars die zowel aan particulieren als aan horeca en grootverbruikers verkopen, doe-het-zelf zaken, bloemisterijen, ... Een strikte interpretatie van het nieuwe koninklijke besluit zou er dan toe leiden dat deze handelaars altijd een factuur moeten uitreiken, dus ook bij verkoop aan particulieren.

Het verplicht opleggen van de algemene facturatieverplichting aan handelaars die niet uitsluitend aan particuliere eindverbruikers verkopen, bezorgt hen heel wat administratieve overlast en noopt hen tot overbodige kosten, terwijl de particulieren geen enkel belang hebben bij de uitreiking van een factuur. Het niet toestaan van een ontheffing aan deze handelaars leidt tot een vervalsing van de mededinging en een discriminatie ten aanzien van hen die wel kunnen genieten van de ontheffing.

Kan de geachte minister mede van oordeel zijn dat deze maatregel enkel een negatief effect ressorteert wat tot gevolg heeft dat een soepele bedrijfsuitbating wordt belemmerd, dat talloze kleine vennootschappen zullen ontstaan en dat de positie van de kleinhandelaars ten opzichte van de grootwarenhuisketens en distributiecentra nog zal verslechteren?

Kan de geachte minister akkoord gaan dat een handelaar kan optreden onder een gemengd statuut (klein- én groothandelaar) waarbij strikte waarborgen geleverd worden dat de kleinhandel zich beperkt tot verkoop aan particuliere eindverbruikers, met een degelijk kasregistratiesysteem, terwijl de niet-particulieren verwezen worden naar de groothandel en al hun aankopen gefactureerd worden?

## **ANTWOORD**

Overeenkomstig [artikel 1, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde is de belastingplichtige die verplicht is een factuur uit te reiken ontheven van deze verplichting wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik.

Overeenkomstig [artikel 1, § 2, tweede lid, 8°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5), van voormeld koninklijk besluit nr. 1 is deze ontheffing niet van toepassing op de leveringen verricht door inzonderheid een grossiersbedrijf.

Bijgevolg moet een grossier in principe altijd een factuur uitreiken, zelfs wanneer de medecontractant een natuurlijke persoon is die handelt voor privé-doeleinden.

Om te voorkomen dat een onderneming haar kosten en administratieve kosten zou zien toenemen, staat de administratie evenwel een afwijking toe voor zover de onderneming bestaat uit twee bedrijfsafdelingen in de zin van [artikel 11 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en de ondernemer binnen zijn onderneming doch onafhankelijk van elkaar zowel een "groothandel" als een "kleinhandel" uitbaat die, vanuit technisch oogpunt beide in staat zijn door eigen middelen te functioneren.

Te dien einde en met het oog op de beoordeling van het al dan niet bestaan van twee afzonderlijke bedrijfsafdelingen onderzoekt de administratie, geval per geval, iedere bijzondere situatie die haar wordt voorgelegd, rekening houdend met alle omstandigheden eigen aan de zaak in kwestie.

In bevestigend geval en onder voorbehoud van de andere bepalingen van [artikel 1, § 2, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5), van voormeld koninklijk besluit nr. 1 mag de handelaar gebruik maken van de ontheffing van de factureringsplicht voor zijn leveringen aan particulieren, op voorwaarde dat hij voor iedere handeling waarvoor hij gebruik maakt van deze ontheffing, in zijnen hoofde kan aantonen dat hij effectief als kleinhandelaar heeft gehandeld ten overstaan van een fysieke persoon handelend voor zijn privé-gebruik, daarbij rekening houdend met de aard van de geleverde goederen, de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden en de toegepaste prijzen.

Dit bewijs kan worden geleverd met alle middelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed. Het kan inzonderheid bestaan uit de dubbels van de door de leverancier opgemaakte en uitgereikte stukken, zoals bijvoorbeeld kasticketten - die, desnoods gecodeerd, de nodige gegevens bevatten - waarvan de leverancier uiteraard een dubbel moet bewaren overeenkomstig [artikel 60 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60).

De situatie is daarentegen anders wanneer men te maken heeft met een kleinhandelaar die naast zijn verkopen aan particulieren, sporadisch en op bijkomstige wijze, ook andere verbruikers wil bevoorraden. Een dergelijke belastingplichtige is niet a priori uitgesloten van het voordeel van de ontheffing van de factureringsplicht. Het is evenwel aan hem om, met alle middelen van het gemeen recht, de eed uitgezonderd, de gegrondheid van het niet-factureren aan te tonen.

Het spreekt voor zich dat wanneer die kleinhandelaar voor een niet te verwaarlozen gedeelte van zijn activiteit handelt als groothandelaar, rekening houdend met de aard van de door hem geleverde goederen, de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen (vermindering toegestaan in functie van de hoedanigheid van de klant), hij voor het geheel van zijn activiteit dan ook als dusdanig moet worden beschouwd. Bijgevolg zijn de in de alinea's 2 tot 7 hiervoor uiteengezette regels op hem volledig van toepassing.

## Aangehaalde teksten

3

[KB nr. 1 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) 5 voorkomens

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 1 voorkomen

## Rechtspraak

3

### België

3

Hof van Cassatie 13.03.2020

#### [Proportionele fiscale geldboeten, Administratieve sancties met een repressief karakter](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2020-03-13-e05f)

Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt 30.05.2007

#### [Voldoening van de belasting, bewijs, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-bewijs-rechten-voorrechten-rechtbank-hasselt-2007-05-30-46b6)

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel 12.04.2005

#### [Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbare-handeling-rechtbank-brussel-2005-04-12-01a4)

## Administratieve doctrine

2

[Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/232-ontheffing-verplichting-facturatie-vandenberghe-factureringsplicht-7487/documenten?type=administratieve-beslissingen) [Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/232-ontheffing-verplichting-facturatie-vandenberghe-factureringsplicht-7487/documenten?type=commentaar)

[Bekijk de 5 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/232-ontheffing-verplichting-facturatie-vandenberghe-factureringsplicht-7487/documenten)
