---
title: "Parlementaire vraag 232 · Btw verlegd"
description: "Btw verlegd, Uitsplitsing van verkoopfacturen met diverse btw-tarieven. Parlementaire vraag nr. 232 van 19 mei 2025 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/232-btw-verlegd-uitsplitsing-verkoopfacturen-diverse-1e10"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/232-scission-factures-vente-differents-taux-8d91"
---

# Btw verlegd, Uitsplitsing van verkoopfacturen met diverse btw-tarieven

**Nummer**

232

**Datum**

19 mei 2025

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

38 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 232 van de heer Wouter Vermeersch d.d. 19 mei 2025

**Kamer, Beknopt verslag – Commissie voor Financiën en Begroting, 2024-2025, CRIV 56 COM 017 d.d. 27.06.2025 blz. 164**

DO 2024202503786 Vraag nr. 232 van De heer volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 19 mei 2025 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:

*Btw verlegd. - Uitsplitsing van verkoopfacturen met diverse btw-tarieven.*

## **VRAAG**

Het al dan niet uitsplitsen van de maatstaf van heffing op uitgereikte verkoopfacturen bij uitgevoerde werken in onroerende staat, waarbij de btw verlegd wordt naar de klant volgens [artikel 20 koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d), blijft vragen oproepen. De problematiek doet zich voor bij zowel vastgoedprojecten in de private sfeer als overheidsopdrachten.

De situatie kan als volgt geschetst worden: Op basis van artikel 5 van koninklijk besluit 1 (de verplichte factuurvermeldingen) moeten onder andere de volgende zaken vermeld worden op uitgereikte verkoopfacturen:

\- in 8° wordt bepaald dat de factuur voor elk tarief en voor elke vrijstelling de maatstaf van heffing moet bevatten;

\- in 9° wordt bepaald dat de factuur de tarieven en het totaalbedrag van de te betalen btw moet bevatten;

\- in 9°bis wordt bepaald dat de factuur de vermelding "btw verlegd" in plaats van de tarieven en het totaalbedrag van de verschuldigde btw moet bevatten.

Er bestaan twijfels of de dienstverrichter de maatstaven van heffing zou moeten splitsen op zijn verkoopfactuur, naargelang het toepasselijk tarief dat verschuldigd is in hoofde van de schuldenaar van de btw.

Volgens [artikel 5, 6° koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) moet de dienstverrichter alle gegevens vermelden die toelaten om de handeling te determineren en om het tarief van de belasting vast te stellen. Er moet dus een duidelijke omschrijving zijn van de handelingen die verricht werden (aard handelingen, adres van de uitgevoerde werken, enz.). Aan de hand van deze informatie moet de schuldenaar van de btw dan het juiste tarief kunnen bepalen.

Het is verregaand dat de dienstverrichter/leverancier zelf een opsplitsing moet maken in zijn maatstaven van heffing wanneer er mogelijks verschillende tarieven van toepassing in hoofde van de schuldenaar van de BTW.

Denk bijv. aan vastgoedprojecten waarbij een totaalaannemer een factuur uitreikt voor het totale project waarbij:

\- er 6 % btw van toepassing is door de afnemer omdat een deel van het project geniet van het stelsel afbraak en heropbouw;

\- of er 6 % btw van toepassing is omdat het uitgevoerd werk kwalificeert als renovatiewerken aan privéwoningen die hoofdzakelijk privé worden aangewend;

\- en er anderzijds 21 % btw van toepassing is omdat aan bepaalde voorwaarden niet is voldaan in hoofde van de afnemer om van een verlaagd tarief te genieten.

De dienstverrichter beschikt niet altijd over alle informatie om deze opsplitsing te maken. Denk onder andere aan:

\- afbraak en heropbouw: zal het gebouw wel verhuurd worden voor minstens 15 jaar voor private huur (regeling in voege sinds 1 juni 2024)?

\- renovatiewerken: wordt het gebouw effectief voor minstens 50 % aangewend voor de bewoning?

\- renovatiewerken aan schoolgebouwen: wordt het schoolgebouw effectief aangewend voor onderwijsprestaties?

Deze problematiek is prangend bij grensoverschrijdende transacties. Denk bijv. een buitenlandse dienstverrichter die werken in onroerende staat verricht ten behoeve van een Belgische belastingplichtige afnemer waarbij de btw verlegd kan worden in gevolge [artikel 51, § 2, 5° Wetboek Btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51). De buitenlandse belastingplichtige zou zich bewust moet zijn dat er mogelijks verschillende btw-tarieven van toepassing kunnen zijn op de handelingen die hij hier in het binnenland verricht maar waarvoor hij zelf geen schuldenaar is.

1\. Kunt u bevestigen dat het aan de schuldenaar van de btw is om het juiste tarief te bepalen op de belastbare handelingen. En dat indien de schuldenaar de klant is, ingevolge [artikel 51, § 2 Wetboek Btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), dat het de klant/afnemer van de belastbare handeling is om het juiste btw-tarief te bepalen aan de hand van de informatie waarover die beschikt?

2\. Kunt u eveneens bevestigen dat de dienstverrichter op zijn verkoopfactuur geen uitsplitsing moet maken van de verschillende maatstaven van heffing die mogelijks onderhevig zijn aan verschillende btw-tarieven, omdat de dienstverrichter niet altijd alle informatie heeft om te bepalen of een verlaagd btw-tarief mogelijk van toepassing is op een deel van de factuur?

## **ANTWOORD**

van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 24 juni 2025, op de vraag nr. 232 van De heer volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 19 mei 2025 (N.):

Overeenkomstig [artikel 5, § 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde moet de factuur de gegevens vermelden die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten.

Bovendien bepaalt [artikel 5, § 1, 8°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa), van dit koninklijk besluit dat op de factuur voor elk tarief of elke vrijstelling, de maatstaf van heffing, de eenheidsprijs exclusief belasting, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien deze niet in de eenheidsprijs zijn begrepen, moeten worden vermeld.

Zo ook dienen overeenkomstig [artikel 5, § 1, 9°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa), van voormeld koninklijk besluit, de tarieven van de belasting en het totaalbedrag van de te betalen of te herziene belasting op de factuur te worden vermeld. Echter, wanneer de belasting verschuldigd is door de medecontractant, dient overeenkomstig [artikel 5, § 1, 9°bis, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) "btw verlegd" op de factuur te worden vermeld in de plaats van de vermelding van de tarieven en van het totaalbedrag van de verschuldigde belasting.

De andere vermeldingen van [artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa), moeten eveneens worden vermeld op de factuur.

Deze bepalingen vormen de omzetting in de Belgische reglementering van de bepalingen van [artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-226) van de Raad van 28 november 2006 (basisrichtlijn inzake de btw).

[Artikel 226bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-226bis) van die richtlijn bepaalt bovendien dat wanneer de factuur wordt uitgereikt door een belastingplichtige die niet gevestigd is in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192bis en die goederenleveringen of diensten verricht voor een afnemer die tot voldoening van de belasting is gehouden, dan kan de belastingplichtige de in artikel 226, punten 8), 9) en 10), bedoelde vermeldingen weglaten en in de plaats daarvan, door de hoeveelheid of de omvang alsook de aard van de geleverde goederen of verrichte diensten te specificeren, de maatstaf van heffing voor die goederen of diensten vermelden.

Wanneer de btw bij toepassing van [artikel 51, § 2, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) verschuldigd is door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van periodieke btw-aangiften, dient de leverancier of dienstverrichter ingevolge de toepassing van voormelde artikelen [226](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-226) en [226bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-226bis) van Richtlijn 2006/112/EG, de hoeveelheid of de omvang, de aard van de geleverde goederen en verrichte diensten en de maatstaf van heffing voor die goederen en diensten te vermelden.

Wanneer de leverancier of de dienstverrichter niet is gevestigd in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst geacht wordt te zijn verricht of zijn vaste inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de levering van het goed of de dienst in de zin van [artikel 192bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-192bis) van de voormelde richtlijn en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de levering van het goed of de dienst wordt verricht, gelden voor de facturering tevens overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de levering van het goed of de dienst verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, behoudens in het geval de afnemer zelf de factuur uitreikt.

In het geval de handelingen geheel of ten dele onderworpen zijn aan een verlaagd tarief, moet de klant de nodige gegevens hieromtrent aan de leverancier of dienstverrichter verstrekken die laatstgenoemde in staat stellen om een correcte en volledige factuur op te maken. Bij werk in onroerende staat moet de dienstverrichter de door hem verrichte handelingen dermate omschrijven dat op basis daarvan het juiste btw-tarief kan worden vastgesteld, ook wanneer de btw verschuldigd is door de afnemer.

Er kan bijgevolg worden bevestigd dat het aan de schuldenaar van de btw is om het wettelijk van toepassing zijnde tarief te bepalen op de belastbare handelingen en dat indien de schuldenaar de klant is, ingevolge [artikel 51, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), het aan de klant is om het wettelijk van toepassing zijnde btw-tarief te bepalen. De klant is daarbij gehouden de dienstverrichter voldoende te informeren zodat hij in staat is een correcte en volledige factuur op te maken.

Wanneer op een factuur handelingen onderworpen aan verschillende btw-tarieven worden vermeld, moet de maatstaf van heffing worden bepaald voor elk btw-tarief. De dienstverrichter moet de maatstaf van heffing in principe splitsen wanneer verschillende btw-tarieven van toepassing zijn. Zijn klant moet hem hiertoe alle nodige inlichtingen verstrekken. Echter, wanneer de btw verschuldigd is door de afnemer en de dienstverrichter de maatstaf van heffing niet heeft gesplitst per btw-tarief indien verschillende btw-tarieven van toepassing zijn, dient de klant zelf die uitsplitsing te maken.

Wanneer bijv. een dienstverrichter naar aanleiding van een werk in onroerende staat waarvoor de btw verschuldigd is door de afnemer van de dienst, een factuur uitreikt die betrekking heeft op zowel een privé- als een beroepsmatig gedeelte van het onroerend goed, waardoor eventueel verschillende btw-tarieven van toepassing zijn, komt het aan de klant toe om een passende uitsplitsing te maken van de maatstaf van heffing op basis van een geheel van overeenstemmende documenten (overeenkomst, offerte, bestelbon, leveringsbon, boekhouding, enz.).

Tot slot wordt opgemerkt dat de voorwaarden voor de toepassing van een verlaagd tarief in de onroerende sector die zijn opgenomen in het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, eveneens dienen te worden gerespecteerd met uitzondering van de factuurvermeldingen als ingevolge [artikel 53decies, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) de niet in België gevestigde leverancier of dienstverrichter de factureringsregels van zijn eigen lidstaat mag toepassen, inzonderheid wanneer de btw verschuldigd is door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van periodieke btw-aangiften.

## Aangehaalde teksten

7

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 6 voorkomens

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 4 voorkomens

[WBTW art. 53decies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 226](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-226) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 226bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-226bis) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 192bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-192bis) 1 voorkomen
