---
title: "Parlementaire vraag 229 · Registratie aannemers.. Voorafgaande BTW-inschrijving"
description: "Registratie aannemers.. Voorafgaande BTW-inschrijving, geregistreerde aannemer. Parlementaire vraag nr. 229 van 4 april 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/229-registratie-aannemers-btw-inschrijving-verreycken-e284"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/229-enregistrement-comme-entrepreneur-condition-senateur-7b44"
---

# Registratie aannemers.. Voorafgaande BTW-inschrijving · Registratie aannemers.. Voorafgaande BTW-inschrijving.

**Nummer**

229

**Datum**

4 april 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

32 paragrafen

*Registratie aannemers. - Voorafgaande BTW-inschrijving.*

## **VRAAG**

Het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 tot uitvoering van de artikelen 400 tot 404 en van artikel 408, § 2, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van de artikelen 30bis en 30ter, § 9, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 1 juli 1996.

De oude tekst van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 voorziet onder punt 3° dat de registratie als aannemer slechts verleend wordt aan een aannemer die in België geregistreerd is als belastingplichtige voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

In deze oude context geldig tot 31 juli 1996, was het dus mogelijk een tijdelijk registratienummer aan te vragen geldig voor één opdracht. Indien men meerdere malen in België werkzaamheden uitvoerde, diende er een aansprakelijk vertegenwoordiger te worden aangesteld die de verplichtingen op zich nam.

Ingevolge het hierboven vermeld koninklijk besluit van 1 juli 1996 werd de tekst van artikel 2, 3°, gewijzigd als volgt :

•ofwel, in België een inschrijvingsnummer inzake de belasting over de toegevoegde waarde gekregen hebben dat de letters BE bevat;

•ofwel, voor een in artikel 8, § 2, 2°, vermelde aanvrager die in België geen inschrijvingsnummer inzake de belasting over de toegevoegde waarde gekregen heeft dat de letters BE bevat, beschikken over een inschrijvingsnummer inzake de belasting over de toegevoegde waarde met de letters van de Lid-Staat van de Europese Unie waar zijn woonplaats, zijn maatschappelijke zetel, zijn voornaamste inrichting of zijn zetel van bestuur of beheer is gevestigd.

Uit deze tekst blijkt dus duidelijk dat een EEG-ingezetene met een registratienummer inzake belasting over de toegevoegde waarde hier in België dus voldoet aan de voorwaarden om werkzaamheden uit te voeren in de bouw, hetzij geregistreerd als aannemer, hetzij niet geregistreerd met de voorziene inhoudingen.

Artikel 55 (laast gewijzigd bij artikel 20, koninklijk besluit van 22 december 1995, Belgisch Staatsblad van 30 december 1995) van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde schrijft het volgende voor:

"Eenieder die niet in België is gevestigd moet, alvorens in België enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1° en 2°, verschuldigd is door afnemer, door of vanwege de minister van Financiën een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen;

De aansprakelijke vertegenwoordiger wordt in de plaats gesteld van zijn lastgever, enz.

In de gevallen en onder de voorwaarden te bepalen door of vanwege de minister van Financiën kunnen zij die in het eerste lid worden bedoeld, worden ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, enz."

De enige bekende uitzondering zou zijn het uitvoeren van een eenmalig werk waarvoor een tijdelijk BTW-nummer kan verkregen worden.

Maar in de huidige BTW-wetgeving is er geen sprake van dat een EEG-ingezetene met zijn registratienummer hier werkzaamheden kan uitvoeren.

Deze discrepantie tussen de verschillende wetgevingen heeft tot gevolg dat de BTW-ambtenaren niet ingelicht zijn door hun administratie en mogelijk een verkeerde toelichting geven bij de in voege zijnde wetgeving, doordat hun wettekst niet werd aangepast door het koninklijk besluit van 1 juli 1996, aangezien dit koninklijk besluit zich beperkte tot de hierboven vermelde wijzigingen, namelijk het Wetboek van inkomstenbelastingen en de besluitwet betreffende de maatschappelijke zekerheid.

Dringt zich hier geen rechtzetting op?

## **ANTWOORD**

Allereerst wordt de aandacht van het geachte lid gevestigd op het feit dat de BTW-reglementering wat betreft het toekennen van identificatienummers aan buitenlandse ondernemingen verschillend is van de reglementering met betrekking tot de registratie als aannemer van buitenlandse ondernemingen.

Inzake BTW, volgt uit [artikel 55, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), dat eenieder die niet in België is gevestigd alvorens hier te lande enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens [artikel 51, § 2, 1° en 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), van dit wetboek, verschuldigd is door de afnemer, door of vanwege de minister van Financiën, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen.

In dit opzicht moet de buitenlandse onderneming aan de administratie het bewijs voorleggen dat zij effectief in België handelingen zal verrichten, andere dan deze waarvoor de belasting is verschuldigd door de afnemer, overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het voornoemd wetboek.

Zodra dit bewijs is voorgelegd, wordt bij de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger aan de buitenlandse onderneming een BTW-identificatienummer in België toegekend.

De buitenlandse onderneming is echter niet verplicht in België een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen wanneer zij hier te lande uitsluitend handelingen verricht die betrekking hebben op de terbeschikkingstelling van personeel waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer van de dienst krachtens [artikel 51, § 2, 1°, a), van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51).

Bovendien heeft de buitenlandse onderneming, krachtens [artikel 55, vierde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), van dit wetboek, de mogelijkheid om ontslagen te worden van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, wanneer zij in België slechts bepaalde occasionele handelingen verricht.

In de twee gevallen hierboven vermeld, wordt er aan de buitenlandse onderneming derhalve geen Belgisch BTW-identificatienummer toegekend.

Tenslotte moet ik aanstippen dat het feit dat de buitenlandse onderneming over een BTW-identificatienummer beschikt in een andere Lid-Staat, geen enkele weerslag heeft op de hierboven bedoelde regels.

Inzake de registratie als aannemer wil ik er het geachte lid op wijzen dat de wijzigingen die door het koninklijk besluit van 1 juli 1996 zijn aangebracht aan het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 tot uitvoering van de artikelen 400 tot 404 en van artikel 408, § 2, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 30bis en 30ter, § 9, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende maatschappelijke zekerheid der arbeiders, essentieel tot doel hadden een ongerijmdheid recht te zetten.

Vóór de nieuwe bepalingen was het namelijk zo dat de buitenlandse ondernemingen die een registratie als aannemer wensten te bekomen, verplicht waren te beschikken over een Belgisch BTW-identificatienummer. Voor ondernemingen die nog niet actief waren op de Belgische markt was dit evenwel niet mogelijk omdat de BTW-wetgeving, zoals hiervoor reeds is uitgelegd, voorschrijft dat de betrokken onderneming het bewijs moet voorleggen dat zij effectief in België handelingen verrichten waardoor zij in België BTW zou verschuldigd zijn.

Bij gebreke aan een Belgisch BTW-identificatienummer konden buitenlandse ondernemingen derhalve niet worden geregistreerd als aannemer.

Sinds de nieuwe bepaling beschikt een buitenlandse onderneming, zelfs al heeft ze nog geen Belgisch BTW-identificatienummer, toch over de mogelijkheid zich te laten registreren als aannemer. Een dergelijke registratie is volgens de nieuwe bepalingen, in beginsel geldig gedurende een periode van 12 maanden. Binnen die periode wordt de buitenlandse ondernemingen die effectief actief wil zijn op de Belgische markt, geacht de mogelijkheid te hebben om een registratie als aannemer te bekomen met een Belgisch BTW-identificatienummer.

In elk geval doen de voornoemde bepalingen die strikt beperkt blijven tot de reglementering in verband met het bekomen van een registratienummer als aannemer, geen afbreuk aan de dwingende bepalingen inzake BTW die hiervoor reeds werden beschreven.

Gezien al het voorgaande, blijkt een wijziging van de BTW-reglementering inzake het toekennen van de identificatienummers niet nodig te zijn.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 2 voorkomens

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 2 voorkomens
