Parlementaire vraag nr. 229 van mevrouw Ingrid Claes dd. 16.06.2008
Personenbelasting
Belasting over de toegevoegde waarde
Nieuw rechtsmiddel
Administratief beroep
Harmonisatie van de taxatie- en geschillenprocedures van de belastingadministraties
VRAAG
In de circulaire nr. Ci.RH.863/557.192 (AOIF 34/2003) van 18 december 2003 werd het akkoordprotocol tot regeling van de verhoudingen tussen de Franstalige en Duitstalige orde van advocaten en de belastingambtenaren becommentarieerd (zie: Bulletin der belastingen, nr. 843, pag. 3226-3265) en nationaal toepasselijk verklaard. Gelet op het fors stijgende fiscale bezwaarschriften, verzoekschriften en gerechtelijke geschillen zowel inzake btw als inzake inkomstenbelastingen rijzen thans evenwel de volgende algemene praktische vragen.
1. Is genoemd akkoordprotocol in het licht van de huidige fiscale wetgeving en van het Gerechtelijk Wetboek op heden nog steeds volledig en nationaal van toepassing, ook voor de Nederlandstalige orde van advocaten (zie: nr. 4 van genoemde circulaire)?
2. a) Geldt de uitzonderingsbepaling van artikel 13 van dit akkoordprotocol eveneens in geval van behandeling of het onderzoek van een al dan niet tijdig bezwaarschrift en/of verzoekschrift in de zin van de artikelen 366 en 376 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992?
b) Zo neen, welke soortgelijke instructies kunnen er in de administratieve fase van de geschillenbehandeling dan wel worden aanbevolen voor het vlot en georganiseerd verloop van de besprekingen en de briefwisseling tussen de advocaten en de taxatie-, geschillen- of de directieambtenaren?
3. a) Geldt dit akkoordprotocol mutatis mutandis eveneens voor de met de raadsmannen te voeren besprekingen en correspondentie tijdens het onderzoek en de constructieve afhandeling van alle administratieve en gerechtelijke betwistingen inzake btw?
b) Zo neen, waarom (nog) niet?
4. a) Gelden alle basisprincipes van dit akkoordprotocol zowel op het vlak van de inkomstenbelastingen als op het vlak van de btw eveneens in de periode nà een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg als in de periode vóór de eventuele indiening van een beroepsakte bij het hof van beroep?
b) Zo neen, welke praktische gezamenlijke aanbevelingen en/of initiatieven kunnen er ter zake worden uitgevaardigd ter vermijding van een procedure voor rechtsplegingsvergoedingen (zie koninklijk besluit van 26 oktober 2007)?
5. Kunt u punt per punt uw huidige en geactualiseerde algemene en nationaal geldende ziens- en handelwijze meedelen zowel in het licht van artikel 379 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de aanverwante btw-wetgeving en -reglementering als van het Gerechtelijk Wetboek?
ANTWOORD
Antwoord van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen van 25 september 2008, op de vraag nr. 229 van mevrouw Ingrid Claes van 16 juni 2008 (N.) :
Ik verwijs het geachte lid naar het antwoord op haar vraag nr. 108 van 29 april 2008. (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2007-2008, nr. 34, blz. 8497.)
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.