---
title: "Parlementaire vraag 228 · Overdracht van een handelsfonds door een aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige"
description: "Overdracht van een handelsfonds door een aan de forfaitaire regeling onderworpen. Parlementaire vraag nr. 228 van 10 oktober 1975 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/228-overdracht-handelsfonds-forfaitaire-regeling-onderworpen-434e"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/228-cession-fonds-commerce-assujetti-soumis-d276"
---

# Overdracht van een handelsfonds door een aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige

**Nummer**

228

**Datum**

10 oktober 1975

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Overdracht van een handelsfonds door een aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige*

## **VRAAG**

Wanneer een handelaar die onderworpen is aan de forfaitaire regeling thans zijn handelszaak afstaat dan wordt de cessie, met inbegrip van de voorraad goederen, krachtens [artikel 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) van het Wetboek vrijgesteld van BTW.

De cedent trekt in zijn laatste aangifte de belasting die betrekking heeft op het forfaitaire omzetcijfer slaande op de afgestane voorraad, af.

Het Bestuur verwerpt echter, op grond van de richtlijnen die het heeft ontvangen, deze aftrek, omdat de handelaar de belasting geheven op zijn op 31 december 1970 bestaande voorraad nog niet heeft ingevorderd, te meer daar de inventaris niet op bedoeld tijdstip werd opgemaakt.

Ik vraag mij af of deze richtlijnen niet verkeerd worden geïnterpreteerd aangezien:

1° [Artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-november-betrekking-vaststelling-forfaitaire-grondslagen-abd1#ar2-art11), tot uitvoering van het BTW-Wetboek bepaalt: "Wanneer de belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling handelingen verricht die van de belasting zijn vrijgesteld..., bij de forfaitaire vaststelling van het omzetcijfer geen rekening wordt gehouden met de ingekochte en ingevoerde goederen die voor de bedoelde handelingen werden gebruikt."

Die aftrek strookt met de geest van dit artikel, aangezien sedert 1 januari 1971 alle aankopen in aanmerking worden genomen voor de berekening van het omzetcijfer;

2° Indien de handelaar zijn handelszaak niet had afgestaan maar zijn voorraad had verkocht, had hij geen hogere BTW, belasting moeten betalen. In dat geval zou hij echter de op de verkochte voorraad betrekking hebbende belasting via zijn cliënteel hebben kunnen invorderen;

3° De afgestane voorraad wordt in feite twee keer belast: één keer in hoofde van de cedent die ermee heeft rekening gehouden bij de vaststelling van zijn forfaitair omzetcijfer en één keer in hoofde van de cessionaris die het opneemt in zijn totale aankopen, die als maatstaf worden genomen voor de berekening van het forfaitair omzetcijfer.

## **ANTWOORD**

Het geacht Lid beoogt het geval van een belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling bedoeld bij [artikel 56, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56), en die, onder de in [artikel 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden, zijn handelsfonds overdraagt aan een belastingplichtige die aan dezelfde belastingregeling onderworpen is.

Gelet op de in voormeld artikel 11 ingeschreven fictie van persoonsvoorzetting, moet worden beschouwd dat de overdracht van het handelsfonds op het stuk van de BTW niet meer rechten of verplichtingen meebrengt in hoofde van de cessionaris dan die welke bestonden in hoofde van de cedent.

Wanneer al de overgedragen goederen belast werden, hetzij door de heffing van het met zegel gelijkgestelde taksen die niet werden terugbetaald, hetzij door toepassing van het forfait sedert het in voege treden van de BTW wordt, er aangenomen dat de overdracht van die goederen mag plaatsvinden zonder teruggaaf in hoofde van de cedent en zonder betaling van de forfaitaire belasting door de cessionaris, indien deze overdracht geschiedt tegen een prijs die de belasting begrijpt welke door de cedent reeds werd gedragen. Het is duidelijk dat de cessionaris, die aldus de lasten van de cedent overneemt, de BTW niet mag aftrekken die in de prijs van de overdracht is begrepen.

Indien de overdracht gecontracteerd wordt voor een prijs die door de cedent gedragen belasting niet begrijpt, wordt er aangenomen dat deze laatste de teruggaaf kan bekomen van de belasting welke de goederen bezwaart die in de inventaris van de overdracht zijn opgenomen, voor zover diezelfde goederen de forfaitaire belasting ondergaan in hoofde van de cessionaris.

Bij toepassing van [artikel 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) van het Wetboek mag evenwel de aan de cedent verleende teruggaaf in geen geval het bedrag van de belasting overschrijden dat de cessionaris ingevolge zijn verkrijging moet worden voldaan.

De toepassing van bovenvermelde regelen ontziet de belangen van de cedent en van de cessionaris en veroorzaakt geen dubbele belasting van de overgedragen voorraad.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 3 voorkomens

[KB nr. 2 art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-november-betrekking-vaststelling-forfaitaire-grondslagen-abd1) 1 voorkomen

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 1 voorkomen
