Vrijstellingen van btw beoogd door artikel 44 §2, 2° en 12° · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

22 6 september 2024

Zoeken

Vrijstellingen van btw beoogd door artikel 44 §2, 2° en 12°

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/22-vrijstellingen-btw-beoogd-artikel-44-a41c

Nummer
22
Datum
6 september 2024

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

27 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 22 van de heer Vincent Van Quickenborne d.d. 06.09.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 56/002 d.d. 08.11.2024, blz. 183

Vraag nr. 22 van De heer volksvertegenwoordiger Vincent Van Quickenborne van 06 september 2024 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale Loterij:

Vrijstellingen van btw beoogd door artikel 44 §2, 2° en 12° van het Btw-Wetboek.

VRAAG

Overeenkomstig artikel 44, § 2, 2° van het Btw-Wetboek zijn van btw vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend. Hiertoe behoren onder andere de instellingen die de gehandicaptenzorg tot doel hebben.

Volgens artikel 44, § 2, 12° van hetzelfde Wetboek zijn van btw vrijgesteld de diensten en de leveringen van goederen door lichamen waarvan de handelingen overeenkomstig de punten 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11° zijn vrijgesteld, in samenhang met activiteiten die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden.

Volwassenen met een beperking kunnen bij een door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap vergunde zorgaanbieder terecht voor dagondersteuning (begeleiding en permanentie in groep overdag). Deze ondersteuning kan verschillende vormen aannemen: atelierwerking, activiteiten in een dagcentrum, uitstappen in groep, begeleiding in groep, dagbesteding bij een groenezorginitiatief, enz.

Bij de atelierwerking wordt dagondersteuning geboden in de vorm van arbeidsgerichte activiteiten en wordt een zinvolle tijdsbesteding aangeboden. In verschillende ateliers maken de volwassenen met een beperking onder begeleiding van hun begeleiders diverse eenvoudige producten (wenskaartjes, kaarsen, decoratie, wafels, enz.) of voeren ze heel eenvoudig productiewerk uit voor bedrijven.

De opbrengst van zowel de verkoop als van de dienstverlening wordt integraal gebruikt om bij te dragen in de werkingskosten van de dagbesteding en om activiteiten in het dagcentrum te organiseren.

Is de vrijstelling beoogd door artikel 44 § 2 of door artikel 44 § 12 van het Btw-wetboek van toepassing op:

- de verkoop van de in de ateliers gemaakte eenvoudige producten in een winkeltje van het dagcentrum zelf;

- het eenvoudige productiewerk als dienstverlening aan bedrijven?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale Loterij van 08.10.2024:

Overeenkomstig artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek, dat de omzetting in nationaal recht vormt van artikel 132, lid 1, sub g en h, van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard erkend worden.

Artikel 132, lid 1, sub g en h, van richtlijn 2006/112/EG bevat geen definitie van het begrip 'nauw samenhangend'.

Uit een vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zie onder meer arrest C-434/05, Horizon College, van 14 juni 2007 gelezen in samenhang met het arrest C-79/09, Commissie t/Koninkrijk der Nederlanden, van 25 maart 2010) volgt dat, in het door u beoogde geval, volgende criteria in acht moeten genomen worden om na te gaan of de verkoop van de in de ateliers gemaakte producten in een winkeltje van het dagcentrum en het productiewerk voor bedrijven onder de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek valt:

- de handelingen worden verricht door de in artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek beoogde publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend

- de nauw samenhangende handelingen zijn van zodanige aard of kwaliteit dat zonder die handelingen niet op een gelijkwaardige wijze de vrijgestelde hoofdhandeling - in casu de gehandicaptenzorg - kan worden verzekerd

- een dergelijke handeling niet in hoofdzaak ertoe strekt extra opbrengsten te verschaffen voor de instelling doordat de uitvoering van deze handeling wordt verricht in rechtstreekse mededinging met die van commerciële ondernemingen welke aan de btw zijn onderworpen.

Uit de feitelijke omstandigheden zal moeten blijken in welke mate aan deze criteria is voldaan opdat ze kunnen worden beschouwd als nauw samenhangend met maatschappelijk werk, met sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren.

Artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek, is de omzetting in het Belgisch recht van artikel 132, lid 1, punt o), van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. Dit artikel stelt van de btw vrij de diensten en de leveringen van goederen die door bepaalde instellingen worden verricht, waarvan de handelingen zelf vrijgesteld zijn op grond van die richtlijn, wanneer ze worden verricht in samenhang met activiteiten die bestemd zijn om financiële steun te verkrijgen en die uitsluitend ten bate van henzelf georganiseerd zijn, mits die vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden.

De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek is slechts van toepassing indien aan een aantal voorwaarden cumulatief is voldaan (zie ook circulaire 2017/C/ 23 van 17 april 2017). Een van de voorwaarden bepaalt dat kwestieuze werkzaamheid geen economische activiteit van de belastingplichtige mag vormen.

De vrijstelling is bijgevolg niet van toepassing op handelingen die deel uitmaken van een doorlopende of regelmatig terugkerende activiteit die concurrentieverstoring zou kunnen veroorzaken ten opzichte van handelaars of dienstverrichters uit de betreffende sector. Indien de verkoop van de in de ateliers gemaakte eenvoudige producten in een winkeltje van het dagcentrum zelf en het eenvoudige productiewerk als dienstverlening aan bedrijven regelmatig plaatsvindt wordt dit aangemerkt als een economische activiteit. In dat geval is de toepassing van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek uitgesloten.

Indien u een specifiek geval beoogt, zal ik niet nalaten dit verder te laten onderzoeken indien u mij de concretere elementen bezorgt.

Tot al wat kan dienen merk ik nog op dat rubrieken XXIIIbis en XXXV van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 voorzien in de toepassing van een verlaagd btw-tarief van 6 % voor de levering van bepaalde goederen (rubriek XXIIbis) en de diensten (rubriek XXXV) verricht door erkende inschakelingsondernemingen die niet bedoeld zijn om systematisch winst te maken, die hoofdzakelijk op vrijwillige basis worden beheerd en bestuurd en waarvan het sociale doel bestaat in de inschakeling op de arbeidsmarkt van werklozen, over het algemeen laag- of middelmatig geschoold, die vaak van de traditionele arbeidsmarkt zijn uitgesloten.

Voor de overige voorwaarden van voormelde rubrieken XXIIIbis en XXXV verwijs ik naar tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 dewelke u kan raadplegen via de fiscale gegevensbank www.fisconetplus.be.

Aangehaalde teksten

4