---
title: "Parlementaire vraag 2179 · Aankoop en verkoop van goederen door buitenlandse belastingplichtigen"
description: "Aankoop en verkoop van goederen door buitenlandse belastingplichtigen. Parlementaire vraag nr. 2179 van 17 juni 2002 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2179-aankoop-verkoop-goederen-buitenlandse-belastingplichtigen-cd9b"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/2179-prestations-achat-revente-marchandises-assujettis-70a0"
---

# Aankoop en verkoop van goederen door buitenlandse belastingplichtigen

**Nummer**

2179

**Datum**

17 juni 2002

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-68, blz. 3802-3803**

*Aankoop en verkoop van goederen door buitenlandse belastingplichtigen*

## **VRAAG**

Kan een in België gevestigde belastingplichtige die goederen met BTW aankoopt en die vervolgens met BTW verkoopt, de BTW op de aanvoer aftrekken van de BTW die verschuldigd is op de levering en de Staat het verschil betalen tussen de verschuldigde BTW en de af te trekken BTW, als de hele operatie plaatsgevonden heeft in de loop van dezelfde maand ? Als in de eerste aangifte die volgt op de verwerving van de goederen de BTW niet wordt afgetrokken, hoe lang heeft men dan nog de tijd om dat wel te doen ?

Wanneer en hoe kan een buitenlandse belastingplichtige die niet over een vestiging in België beschikt en die in België goederen aankoopt en weer verkoopt aan een in België gevestigde belastingplichte (die over periodieke BTW-aangiften beschikt) de terugbetaling van de Belgische BTW krijgen als hij de aankoop van de goederen heeft belast ? Wat is de termijn waarover die buitenlandse belastingplichtige beschikt om een aanvraag tot terugbetaling in te dienen ?

Wat is de beweegreden die de discriminatie tussen de in België gevestigde belastingplichtigen en de belastingplichtigen die in het buitenland zijn gevestigd, rechtvaardigt ?

## **ANTWOORD**

Overeenkomstig [artikel 47 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-47) wordt het recht op aftrek uitgeoefend in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin het recht op aftrek is ontstaan.

Wanneer de formaliteiten waaraan het uitoefenen van het recht op aftrek onderworpen is, niet tijdig worden vervuld en, meer in het bijzonder, wanneer de factuur werd uitgereikt na het verstrijken van de voorgeschreven termijn, wordt dat recht, op voorwaarde dat sinds het ontstaan ervan niet meer dan twee jaar zijn verlopen, uitgeoefend in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de formaliteiten worden vervuld. Wanneer de belastingplichtige zijn recht op aftrek niet heeft uitgeoefend binnen deze termijn, kan hij het daarenboven nog uitoefenen binnen vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop het recht op aftrek is ontstaan via een speciale procedure waarbij een aanvraag tot machtiging wordt ingediend bij het hoofd van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert (zie [artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art4) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, en punt 375 van de BTW-Handleiding, bijgewerkt op 1 december 2000).

De belastingplichtige die in België gehouden is tot het indienen van een maandelijkse of een driemaandelijkse BTW-aangifte oefent zijn recht op aftrek globaal uit door de aftrekbare belasting toe te rekenen op het totaalbedrag van de belasting verschuldigd voor het aangiftetijdvak (zie artikel 4 van voornoemd koninklijk besluit nr. 3).

Wanneer het bedrag van de aftrek kleiner is dan de belasting die verschuldigd is over de door de belastingplichtige verrichte leveringen van goederen en diensten, is hij er toe gehouden om overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 4o, van het BTW-Wetboek en volgens de modaliteiten van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, het verschil aan de Staat te betalen.

Wanneer het bedrag van de aftrek meer bedraagt dan de belasting die verschuldigd is over de door de belastingplichtige verrichte leveringen van goederen en diensten, wordt het overschot in de regel overgedragen naar het volgende tijdvak. Dit overschot kan evenwel worden teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van [artikel 76 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) en het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

Ongeacht of hij binnen of buiten de Europese Unie is gevestigd, kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, die hier te lande niet voor de BTW is geïdentificeerd en die er derhalve ook geen periodieke BTW-aangiften indient, teruggaaf verkrijgen van de BTW die de aankoop heeft bezwaard van goederen bestemd om te worden wederverkocht met toepassing van de verlegging van de heffing van de belasting naar de medecontractant, voorzien in artikel 51, § 2, 5o, van het BTW-Wetboek, rekening houdend met dezelfde beperkingen en uitsluitingen van het recht op aftrek die van toepassing zijn op de in België gevestigde belastingplichtigen.

De belastingplichtige waarvan sprake kan de teruggaaf van de voorbelasting aanvragen bij de dienst teruggaaf van het Centraal BTW-Kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (CKBB), gevestigd Zaveltoren ­ 25e verdieping, J. Stevensstraat 7 te 1000 Brussel, volgens de in de aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 omschreven procedure.

De bovenbedoelde aanvraag tot teruggaaf moet in drie exemplaren worden ingediend op voormeld kantoor voor het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan. De aanvrager dient bij zijn aanvraag het bewijs te voegen waaruit blijkt dat hij de hoedanigheid van belastingplichtige bezit overeenkomstig de bepalingen van het BTW-Wetboek. Bij de aanvraag moeten eveneens de van de leveranciers ontvangen originele facturen en creditnota's, evenals de dubbels van de uitgaande facturen en van de uitgereikte creditnota's, worden gevoegd.

Het bestaan van deze procedure, die verschilt van deze waaraan een in België gevestigde belastingplichtige onderworpen is met oog op het recupereren van de voorbelasting, is gerechtvaardigd omwille van het feit dat de belastingplichtige die niet hier te lande is gevestigd en die geen enkele handeling verricht waarvoor hij schuldenaar is van de belasting, in regel niet voor de BTW kan worden geïdentificeerd in België.

Wat betreft de aan de voormelde niet in België gevestigde belastingplichtige toegestane termijn om de teruggaaf van de voorbelasting aan te vragen, deze werd teruggebracht van vijf naar drie jaar op grond van [artikel 82bis van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-82bis) en van [artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-dd24) van 2 april 2002 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen. Deze maatregel had als doel de berekening van de toe te passen termijnen inzake de vordering tot teruggaaf en de vordering tot voldoening van de belasting en haar toebehoren uniform te maken. Aldus werd de termijn om de teruggaaf van de voorbelasting aan te vragen aangepast aan deze voorzien door [artikel 81bis, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis), hetwelk bepaalt dat de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten, voortaan verkregen is bij het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.

De aandacht van het geachte lid wordt gevestigd op het feit dat de termijn van vijf jaar zoals die heden van toepassing is op in België gevestigde belastingplichten met betrekking tot de uitoefening van hun recht op aftrek, voorzien in [artikel 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art4) van voormeld koninklijk besluit nr. 3, eveneens en wel zo spoedig mogelijk zal worden teruggebracht op drie jaar, zodat er op dit vlak geen verschil meer zal blijven bestaan met een niet in België gevestigde belastingplichtige, die hier te lande niet voor de BTW is geïdentificeerd en die er derhalve ook geen periodieke BTW-aangiften indient.

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 3 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 2 voorkomens

[KB nr. 31 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-dd24) 1 voorkomen

[WBTW art. 47](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-47) 1 voorkomen

[WBTW art. 76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) 1 voorkomen

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 82bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-82bis) 1 voorkomen
