Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/024 d.d. 11.05.2015, blz. 257
Btw-boetes
VRAAG
Alle ondernemingen moeten elke maand een aangifte in de belasting over de toegevoegde waarde (btw) indienen, ten laatste op de 20e dag van de maand die volgt op de maand waarop de aangifte betrekking heeft.
In een aantal geval moet de onderneming om de drie maanden aan die verplichting voldoen. Vroeger gaven de administratieve btw-diensten blijk van begrip en stelden ze zich soepel op tegenover laattijdige indieners.
Sinds enige tijd merken heel wat zelfstandigen echter dat er veel strikter wordt opgetreden tegen laattijdige aangiften. Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen heeft die vaststelling al aangekaart in de media.
Los van deze hardere aanpak zijn ook de boetes voor wie zijn aangifte laattijdig of niet indient, aanzienlijk opgetrokken. Voortaan bedraagt de boete wegens het niet-indienen van de btw-aangifte 1.000 euro tegenover 500 euro voordien en de boete wegens laattijdige indiening 100 euro per maand vertraging tegenover 25 euro voordien.
Die bedragen zijn niet min en kunnen de financiële situatie van de onderneming bezwaren, terwijl er alleen sprake is van een vergetelheid of van een administratief probleem, wat naar mijn mening verschoonbaar is, gelet op de talrijke administratieve vereisten die de ondernemingen worden opgelegd.
Die aanpak lijkt me bovendien volledig haaks te staan op het regeerakkoord. In het regeerakkoord staat immers: "Het btw-boetesysteem en de nalatigheidsinteresten worden hervormd met als uitgangspunt de goede trouw van de belastingplichtige, in plaats van de kwade trouw."
1. a) Waarom voeren de btw-diensten een meer repressief beleid?
b) Hoe rechtvaardigt u dat nieuwe standpunt?
2. Vindt u niet dat die strenge aanpak opnieuw een rem zet op de competitiviteit van de ondernemingen en vooral van de kleine en middelgrote ondernemingen, die het meest dynamische onderdeel van ons economisch weefsel vormen?
ANTWOORD
(van de minister)
In het kader van de tijdens de begrotingscontrole 2012 door de vorige regering genomen maatregelen werd het systeem van de niet-proportionele geldboeten gewijzigd op datum van 1 juli 2012 om de belastingplichtigen ertoe aan te zetten om hun verplichtingen na te komen, en meer bepaald hun aangifteverplichtingen. Vanaf 1 juli 2012 werd het bedrag van de geldboeten dan ook opgetrokken en beloopt het voortaan tussen de 50 euro en 5.000 euro.
De voorziene geldboete beloopt bij laattijdige indiening 100 euro per aangifte en per maand vertraging met een maximum van 1.000 euro en in het geval van niet-indiening 1.000 euro. De maximale geldboete van 1.000 euro zal bijgevolg slechts worden toegepast in het geval de belastingplichtige zijn aangifte met meer dan 10 maand vertraging indient of in het geheel niet indient.
Voor zover de belastingplichtige bijzondere omstandigheden denkt te kunnen inroepen die de niet-indiening of de laattijdige indiening van een periodieke btw-aangifte zouden kunnen rechtvaardigen, mag hij een verzoek om kwijtschelding of vermindering van deze geldboeten richten aan de bevoegde gewestelijke directeur. De bevoegdheid om een fiscale geldboete te verminderen, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden eigen aan elk specifiek geval, ligt namelijk niet bij de taxatieambtenaar die de geldboete heeft opgelegd.
Zoals in het regeerakkoord is aangekondigd, zal deze problematiek herbekeken worden in het kader van een algemene hervorming van het systeem van de geldboeten op het stuk van de btw.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.