Voetbalclubs. Gemengde belastingplichtigen. Gedeeltelijk recht op aftrek · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

215 25 maart 1983

Zoeken

Voetbalclubs. Gemengde belastingplichtigen. Gedeeltelijk recht op aftrek

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/215-voetbalclubs-gemengde-belastingplichtigen-gedeeltelijk-recht-6447

Nummer
215
Datum
25 maart 1983

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Voetbalclubs - Gemengde belastingplichtigen - Gedeeltelijk recht op aftrek

VRAAG

Onlangs werden meerdere voetbalclubs geconfronteerd met een eigenaardige toepassing van de BTW-wetgeving: op basis van artikel 46, § 1, van de wet van 3 juli 1969 zouden zij volgens de interpretatie van sommige controleurs naast een aantal handelingen die aanleiding geven tot BTW-aftrek, er ook stellen die hier niet voor in aanmerking komen. Resultaat: meerdere clubs dienen aanzienlijke achterstallige bijdragen te betalen.

Ons inziens daarentegen is deze interpretatie niet van toepassing op de voetbalclubs, omdat de diensten die zij leveren (toekenning van het recht op toegang tot sportmanifestaties, het schenken van dranken,...), onderworpen zijn aan de BTW; bijgevolg zouden alle uitgaven die noodzakelijk zijn om deze diensten te leveren (aankoop van schoenen, ballen, spelers, enz.) ook aftrekbaar moeten zijn.

Gaarne vernam ik van de achtbare heer Minister of, en in hoeverre, hij onze zienswijze ter zake deelt. Zo neen, waarom niet?

Zo ja, welke maatregelen zal hij nemen om te voorkomen dat verdere aanslagen zullen worden gevestigd?

ANTWOORD

Zoals het geachte Lid terecht opmerkt hebben voetbalclubs die tegen betaling van toegangsgeld aan toeschouwers het recht verlenen tot toegang tot hun sportinrichting en bovendien een voor het publiek toegankelijke drankgelegenheid uitbaten, de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige zodat zij in principe, overeenkomstig de gewone regels, de BTW in aftrek kunnen brengen die werd geheven van de aan hen geleverde goederen en gepresteerde diensten die worden gebruikt voor het verrichten van bovengenoemde met BTW belastbare handelingen.

Evenwel zijn bepaalde door sommige voetbalclubs gestelde handelingen van de BTW vrijgesteld zodat, overeenkomstig artikel 46 van het BTW-Wetboek, in hun hoofde slechts gedeeltelijk recht op aftrek bestaat. Dit is inzonderheid het geval voor voetbalclubs die geen winstoogmerk hebben en diensten verstrekken aan personen die er aan lichamelijke opvoeding of aan sport doen voor zover de ontvangsten uit die vrijgestelde werkzaamheid worden gebruikt tot dekking van de kosten ervan. Zo ook is het verlenen van het recht door voetbalclubs om in hun sportcomplex op een welbepaald uit zijn aard onroerend goed reclame aan te brengen, een handeling buiten de werkingssfeer van de BTW die ieder recht op aftrek van voorbelasting uitsluit. In dit verband verwijs ik naar het antwoord op de vragen nr. 203 van 4 oktober 1982 Z. Revue nr. 56. blz. 54, nr. 12, art. 18, § 1, 4°, B.T.W.-Wetboek.

en nr. 109 van 14 januari 1983 Z. Revue nr. 57, blz. 170, nr. 14, art. 18, § 1, 4°, B.T.W.-Wetboek.

respectievelijk van de heer Senator Peeters en de heer Volksvertegenwoordiger Denys (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat nr. 6, 1982, blz. 156; bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 14, 1983, blz. 915).

Bovendien wordt er de aandacht op gevestigd dat artikel 45 § 3, 3°, a), van het BTW-Wetboek, behoudens enkele uitzonderingen, het recht op aftrek uitsluit van de belasting geheven van kosten van logies, spijzen en dranken, als bedoeld in artikel 18, § 1, 10° en 11°, van hetzelfde Wetboek. Bovengenoemde uitsluiting van het recht op aftrek geldt inzonderheid ook voor voetbalclubs die dergelijke kosten maken ter voorbereiding en uitvoering van voetbalwedstrijden waaraan zij deelnemen Z. Revue nr. 48, blz. 288, nr. 274, art. 45, § 3, 3°, B.T.W.-Wetboek.

In zover bepaalde aanslagen lastens verenigingen in strijd zouden zijn met de regels hierboven bedoeld ben ik bereid, aan de hand van concrete gegevens, deze te laten onderwerpen aan een grondig onderzoek door de bevoegde administratie.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 181 voorkomen
WBTW art. 451 voorkomen
WBTW art. 461 voorkomen