---
title: "Parlementaire vraag 208 · Vrije beroepen. Boekhoudkundige verplichtingen"
description: "Vrije beroepen. Boekhoudkundige verplichtingen, vrij beroep. Parlementaire vraag nr. 208 van 24 september 1971 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/208-vrije-beroepen-boekhoudkundige-verplichtingen-vandamme-6742"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/208-professions-liberales-obligations-comptables-vandamme-a200"
---

# Vrije beroepen. Boekhoudkundige verplichtingen

**Nummer**

208

**Datum**

24 september 1971

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Vrije beroepen - Boekhoudkundige verplichtingen*

## **VRAAG**

Bepaalde beoefenaars van een vrij beroep zoals architecten, landmeters, accountants, belastingconsulenten moeten BTW kwijten.

Zij zijn verplicht twee boekhoudingen bij te houden:

a) voor de BTW;

b) voor de directe belastingen (enkel aangifte van de werkelijke ontvangsten).

1° In het nieuw model van dagboek, vastgesteld bij ministerieel besluit van 4 februari 1971, staat vermeld: "Ontvangsten". Betekent zulks dat de beoefenaars van vrije beroepen slechts hun werkelijk ontvangen erelonen aan de BTW-administratie moeten aangeven, dus op het ogenblik van de betaling door de kliënt?

2° De rechterkant van ieder folio van het dagboek is voorzien voor "bedrijfsuitgaven, boek voor inkomende rekeningen".

In het ministerieel besluit van 4 februari 1971 staat onder artikel 9: "De bedrijfsuitgaven worden in het dagboek ingeschreven, post per post, hetzij bij het ontvangen van de factuur of van het bewijsstuk, hetzij op de datum van betaling, wanneer voor de overeenkomstige uitgave geen factuur of bewijsstuk geleverd werd."

Tot nu toe was het zo dat in de directe belastingen enkel de datum van betaling ook de datum van inschrijving was.

Moet uit artikel 9 besloten worden dat zulks thans niet meer het geval is?

3° Heel wat ondernemingen, ook bij beoefenaars van vrije beroepen, houden de boekhouding met computers of minicomputers bij.

Mag deze voor de BTW bijgehouden boekhouding in de plaats gesteld worden van het dagboek, voorzien in het ministerieel besluit van 4 februari 1971? Of moeten zij teruggrijpen naar de pen, in plaats van naar moderne middelen?

## **ANTWOORD**

1° Het ministerieel besluit van 4 februari 1971, tot vastlegging van het model van het ontvangstbewijsboekje en van het dagboek te gebruiken door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn ( Belgisch Staatsblad van 19 februari 1971), wijzigt niets aan de regeling die het tijdstip van de verschuldigdheid van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt ten aanzien van de dienstverrichtingen.

Welnu, de incassering is slechts een oorzaak van verschuldigheid van de belasting in de volgende gevallen: wanneer voor het tijdstip waarop de dienst voltooid is de prijs of een deel ervan wordt gefactureerd of de prijs of een deel ervan volgens contract moet worden voldaan (Wetboek van de BTW, artikel 22, leden 2 en 3), of wanneer de handeling is verricht met een particulier die niet handelt in de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en geen factuur wordt uitgereikt (koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, art. 15).

Ten aanzien evenwel van de prestaties die verricht worden door architecten, landmeters en ingenieurs, in het kader van hun beroep, werd aangenomen dat in 't algemeen de belasting slechts verschuldigd wordt naarmate van de incassering van de honoraria (z. aanschrijving van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, nr. 50, van 2 april 1971). Die oplossing werd aanvaard omdat deze belastingplichtigen geregeld diensten verstrekken aan niet-belastingplichtigen. Zij kan niet worden uitgebreid tot andere vrije beroepen zoals accountants, belastingconsulenten en experten, die vaak hun diensten aan andere belastingplichtigen verstrekken.

2° Krachtens artikel 44, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, zijn aftrekbare bedrijfsuitgaven of -lasten die welke de belastingplichtige verantwoordt tijdens het belastbaar tijdperk te hebben gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.

Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel 44 worden beschouwd als gedaan of gedragen tijdens het belastbaar tijdperk, de uitgaven die het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verworven en als zodanig werden geboekt.

Er werd steeds aangenomen dat de boeking die is verricht in het dagboek dat moet worden gehouden op grond van de artikelen 226 of 226bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, beantwoordde aan het bepaalde in artikel 44, lid 2, van dat Wetboek.

3° Voor het tot stand komen van het ministerieel besluit van 4 februari 1971, werd contact genomen met de betrokken beroepsverenigingen die nooit gewag hebben gemaakt van toestanden zoals die welke door het geacht lid worden gesignaleerd.

De Administratie van de directe belastingen is echter bereid de concrete gevallen te onderzoeken die haar mochten worden voorgelegd.
