---
title: "Parlementaire vraag 206 · Inkomstenbelastingen. Onderhoudsuitkeringen. Bedrijfsvoorheffing"
description: "Inkomstenbelastingen. Onderhoudsuitkeringen. Bedrijfsvoorheffing, bedrijfsleider. Parlementaire vraag nr. 206 van 21 januari 2000 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/206-inkomstenbelastingen-onderhoudsuitkeringen-bedrijfsvoorheffing-verherstraeten-7b47"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/206-impots-revenus-pensions-alimentaires-precompte-6b7f"
---

# Inkomstenbelastingen. Onderhoudsuitkeringen. Bedrijfsvoorheffing

**Nummer**

206

**Datum**

21 januari 2000

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2000, nr. 153 , blz. 19543-19544**

*Inkomstenbelastingen - Onderhoudsuitkeringen - Bedrijfsvoorheffing*

## **VRAAG**

Overeenkomstig artikel 104 van het WIB 1992 zijn onderhoudsuitkeringen, betaald aan kinderen na een echtscheiding, voor 80% van het betaalde bedrag aftrekbare bestedingen. Indien het om een hoog bedrag gaat, bijvoorbeeld omdat er voor verschillende kinderen moet betaald worden, dan geeft de fiscale aftrek aanleiding tot een serieuze terugbetaling. Omdat met de onderhoudsuitkeringen geen rekening gehouden wordt bij de bepaling van de bedrijfsvoorheffing, gebeurt de terugbetaling pas bij de eindafrekening, ten vroegste anderhalf jaar na de betalingen. Ondertussen is het voor de onderhoudsplichtige vaak heel moeilijk om financieel het hoofd boven water te houden.

1.

a) Acht u het mogelijk dat bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing rekening gehouden wordt met de fiscale aftrek voor onderhoudsgelden?

b)Zo neen, waarom niet?

2\. Hoe wordt rekening gehouden met de problemen voor de onderhoudsplichtige veroorzaakt door de voorfinanciering van de belastingteruggave?

3\. Zal bij de aangekondigde grote fiscale hervorming rekening gehouden worden met de geschetste problemen?

## **ANTWOORD**

Bij het opstellen van de reglementering inzake bedrijfsvoorheffing die wordt berekend en verschuldigd is door de schuldenaar van de inkomsten, wordt van het principe uitgegaan dat, behalve bepaalde sociale inhoudingen en sommige buitengewone beroepskosten - die door de schuldenaar van de inkomsten gekend zijn - enkel de gezinslasten -die toch een min of meer constant karakter hebben en waarvoor een forfaitaire toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend - in aanmerking kunnen worden genomen voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

De onderhoudsuitkeringen daarentegen worden alleen na onderzoek door de belastingdienst van de terzake gestelde voorwaarden (onder meer regelmatige en daadwerkelijke betaling van de uitkeringen), van het totale netto-inkomen afgetrokken bij de regularisatie van de belastingtoestand van de onderhoudsplichtige in de inkomstenbelastingen. Het zou voor de schuldenaars van inkomsten een te omvangrijke, complexe en delicate taak zijn om bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing rekening te houden met diverse elementen die van belang zijn voor de vaststelling van de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting, bijvoorbeeld met de van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen (zoals de onderhoudsuitkeringen), de uitgaven die recht geven op een belastingvermindering, enzovoort. Dit zou ongetwijfeld ook aanleiding geven tot problemen op het vlak van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zeker indien de verkrijgers van de inkomsten bepaalde persoonsgebonden gegevens aan de schuldenaars van de inkomsten kenbaar zouden moeten maken.

In die omstandigheden acht ik het niet mogelijk een wijziging van de bestaande reglementering inzake bedrijfsvoorheffing door te voeren.
