Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 24, blz. 2749
Facturatie
VRAAG
Op grond van artikel 1, § 2, 9°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, moet door elke belastingplichtige bij de levering van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 KW, alsmede hun aanhangwagens, een factuur worden uitgereikt wanneer de verkoopprijs met inbegrip van de belasting op de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 2.500 frank.
Deze bepaling is een uitzondering op het principe geformuleerd in § 2 van hetzelfde artikel 1 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 waarin de belastingplichtige ontheven wordt van de uitreiking van een factuur wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor privé-gebruik (particulieren). Deze bepaling die enkel betrekking heeft op de levering van onderdelen, toebehoren of uitrustingsgoederen bestemd voor om het even welk landvoertuig, voorzien van een motor, motorfietsen uitgezonderd, zorgt voor heel wat praktische problemen in de sector gespecialiseerd in de kleinhandel van deze auto-onderdelen, -toebehoren en uitrustingsgoederen.
De moeilijkheden waarmee deze gespecialiseerde firma's worden geconfronteerd zijn onder andere te wijten aan de extra formaliteiten die van hen worden geëist bij contante verkopen aan particulieren. Het opstellen van een factuur, overeenkomstig de bepalingen bepaald in artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, neemt vanzelfsprekend veel tijd in beslag en er is vooral ook het feit dat voor elke verkoop van een goed, dat aan deze bepaling is onderworpen en waarvan de prijs meer dan 2.500 frank bedraagt, telkens de naam en het adres van de klant moet worden gevraagd. Bovendien weigeren veel particuliere klanten die niet op de hoogte zijn van deze wettelijke bepaling eenvoudigweg hun naam en adres op te geven, wat het opmaken van een factuur onmogelijk maakt. Deze weigering is in die zin begrijpelijk dat andere verkooppunten en meer bepaald grootwarenhuizen die ook autobenodigdheden verkopen, deze bepaling niet toepassen. Diezelfde klanten moeten daar aan de kassa hun identiteit niet kenbaar maken en ontvangen gewoon een kasticket. De totaalbedragen van de verschillende kastickets die in de loop van een dag worden afgeleverd, komen dan op een globale factuur terecht waarop alle contante verkopen die in de loop van die dag werden gerealiseerd worden vermeld en waarvoor geen factuur werd opgesteld.
1. Bent u het met mij eens dat men zich kan afvragen of de eis die in artikel 1, § 2, 9°, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 inzake de BTW wordt geformuleerd, vandaag de dag nog actueel is en nog langer moet worden aangehouden?
Op die manier ontstaat er een vorm van discriminatie ten nadele van de kleinhandel gespecialiseerd in auto-onderdelen, -toebehoren en uitrustingsgoederen. De kleinhandel in andere consumptiegoederen (elektrische huishoudtoestellen, gereedschap, meubels, kleding, enz.) is niet aan deze verplichting onderworpen.
Anderzijds lijkt het erop dat de grote distributie hieraan ontsnapt, zonder dat de Administratie reageert trouwens, wat de discriminatie ten aanzien van de gespecialiseerde firma's in de sector alleen maar doet toenemen: indien deze firma's aan hun particuliere klanten, hun naam en adres moeten vragen om een factuur op te stellen dan is de kans groot dat deze laatsten zich eerder tot een grootwarenhuis zullen richten waar zij hun identiteitsgegevens niet moeten geven.
2. De Administratie had destijds aan de beroepsorganisatie Comaubel, de toenmalige vertegenwoordiger van de sector, beloofd om op een formele manier vast te leggen wat diende verstaan te worden onder "onderdelen, toebehoren en uitrustingsgoederen bestemd voor landvoertuigen, voorzien van een motor en hun aanhangwagens" door in overleg met de betrokken sector een uitgebreide lijst op te stellen van de goederen die onder de voorgenoemde bepaling vallen. Er zijn moeilijkheden met de interpretatie van deze tekst. Gezien de evolutie van de handel verkopen de firma's gespecialiseerd in auto-onderdelen, en -toebehoren ook goederen die niks te maken hebben met auto's (verf, GSM, gereedschap, enz.).
Zou het niet goed zijn, mocht de Administratie voor de belastingplichtige een nauwkeurige lijst met de geviseerde goederen opstellen, tenzij u natuurlijk van mening bent dat dit artikel helemaal uit het koninklijk besluit nr. 1 kan worden geschrapt en op die manier een einde wil maken aan de discriminatie tussen auto-onderdelen, -toebehoren en andere consumptiegoederen?
ANTWOORD
Betreffende de door het geachte lid aangekaarte problematiek, heb ik de eer het volgende mee te delen.
Krachtens artikel 1, § 2, tweede lid, 9°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, is de ontheffing van facturering, voorzien voor de goederen geleverd en de diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, niet van toepassing op de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor voertuigen, alsook op de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 2.500 frank.
Er wordt vooreerst verduidelijkt dat onder het voormelde bedrag van 2.500 frank, drempel waarboven een factuur verplicht moet worden uitgereikt, dient te worden verstaan de totaalprijs, BTW incluis, per handeling.
Anderzijds is het nuttig op te merken dat de voormelde bepaling niet alleen de handelaars in onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor voertuigen - ongeacht of het gaat om ondernemingen gespecialiseerd in de kleinhandel van die stukken dan wel om grootwarenhuizen -, maar ook de garagisten en de herstellers van voertuigen beoogt.
De door deze bepaling gestelde problematiek, aangehaald door het geachte lid wat betreft de kleinhandelaars, is, in feite, verbonden met de op garagisten toepasselijke regeling aangaande hun verplichtingen (gedetailleerde facturering, houden van verschillende registers).
In dit verband deel ik het geachte lid mee dat ik de bevoegde Administratie de opdracht heb gegeven om de verplichtingen en formaliteiten die vandaag de dag worden opgelegd aan de garagisten aandachtig te onderzoeken.
Zodra dit onderzoek zal zijn afgerond, zal ik een beslissing nemen van toepassing op het geheel van de betrokken sector, met inbegrip dus van de kleinhandelaars.
Deze beslissing zal zo spoedig mogelijk het voorwerp uitmaken van een publicatie.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.