---
title: "Parlementaire vraag 205 · Maatstaf van heffing. Toezicht. Geneesmiddelen. Dieetprodukten. Schoonheidsmiddelen. Produkten voor lichaamsverzorging"
description: "Maatstaf van heffing. Toezicht. Geneesmiddelen. Parlementaire vraag nr. 205 van 22 december 1995 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/205-maatstaf-heffing-toezicht-geneesmiddelen-dieetprodukten-9bd7"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/205-base-imposition-secteur-pharmaceutique-representant-6b2e"
---

# Maatstaf van heffing. Toezicht. Geneesmiddelen. Dieetprodukten. Schoonheidsmiddelen. Produkten voor lichaamsverzorging · Maatstaf van heffing. Toezicht. Geneesmiddelen. Dieetprodukten. Schoonheidsmiddelen. Produkten voor lichaamsverzorging.

**Nummer**

205

**Datum**

22 december 1995

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 21, blz. 2253-2255**

**BTW-Revue nr. 120, blz. 363**

*Maatstaf van heffing - Toezicht - Geneesmiddelen - Dieetprodukten - Schoonheidsmiddelen - Produkten voor lichaamsverzorging.*

## **VRAAG**

In de praktijk wordt de toepassing van [artikel 26 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26), betreffende de maatstaf van heffing, wisselvallig toegepast in verband met de onderstaande heffingen, alhoewel er in het laatste lid staat: "Belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen."

In bepaalde sectoren worden heffingen bij de verkoop van goederen opgelegd, dit is inzonderheid het geval in de farmaceutische sector waar volgende heffingen worden toegepast:

•APB-heffingen (algemene farmaceutische bond);

•DGO-heffingen (dienst geneesmiddelen onderzoek).

Behoren deze APB- en DGO-heffingen bij de maatstaf van heffing of zijn deze bij een beslissing ervan vrijgesteld ?

## **ANTWOORD**

Op grond van artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 30 maart 1976 tot oplegging van een bijdrage bestemd om de controle op de geneesmiddelen en de opdrachten voortvloeiend uit de toepassing van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen te financieren, wordt een bijdrage van vijftig centiemen geheven ten laste van de officina- apotheker voor elke verpakking van een farmaceutische specialiteit en geprefabriceerd geneesmiddel die hij zich aanschaft zowel onder bezwarende titel als om niet.

Aangezien bovengenoemde bijdrage verschuldigd is in hoofde van de officina-apotheker maar slechts verplicht wordt geïnd door de groothandelaars-verdelers van farmaceutische specialiteiten die ze samen en op dezelfde wijze innen als de prijs van deze specialiteiten, dienen bedoelde bijdragen die overigens afzonderlijk worden vermeld op de factuur, in de relatie tussen de groothandelaar-verdeler en de officina- apotheker in hoofde van eerstgenoemde te worden aangemerkt als sommen voorgeschoten door de leverancier of de dienstverrichter voor uitgaven die op grond van [artikel 28, 5°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28) niet behoren tot de maatstaf van heffing van de BTW.

Betreffende bijdrage is de vergoeding voor de Algemene Farmaceutische Bond (APB) die belast is met de controle op de deugdelijkheid en de conformiteit van de geneesmiddelen. Deze bijdrage is bijgevolg de prijs van een in [artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) bedoelde dienst die aan de belasting is onderworpen tegen het normale BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt.

Ter voldoening van de aldus in hoofde van de APB verschuldigde BTW heeft de administratie in het verleden om praktische reden een regeling uitgewerkt (z. besl. van 1 maart 1973 en 14 augustus 1973 nr. ET7334; BTW-Revue nr. 15, blz. 198-200), die als volgt dient te worden toegepast:

1° de APB reikt geen factuur uit aan de apothekers voor de bijdrage die zij verschuldigd zijn;

2° de belasting die tegen het thans geldend tarief van 21 % over de bijdrage verschuldigd is, wordt aan de Staat betaald door de producenten en grossiers-verdelers in plaats van door de APB, door opneming in hun periodieke BTW-aangifte. Om reden van vereenvoudiging wordt de belasting evenwel slechts werkelijk geheven voor de klanten die, zoals ziekenhuisapotheken en legerapotheken, de belasting niet mogen aftrekken.

Anderzijds is de bijdrage voor de APB met betrekking tot het toezicht op dieetprodukten, schoonheidsmiddelen en produkten voor lichaamsverzorging verschuldigd door de producenten van die produkten. Die bijdrage is de vergoeding voor een dienst bedoeld in [artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18). Deze handeling is onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 21 % en de APB moet hiervoor aan de producenten een factuur uitreiken.

De som die de producenten van bovengenoemde produkten aan de kopers aanrekenen om de bijdrage te dekken die zij betalen aan de APB is een last van de verkoopprijs en zou dan ook aan de prijs moeten worden toegevoegd voor de berekening van de verschuldigde belasting.

Daar echter de producenten deze som aan hun klanten dikwijls afzonderlijk van de prijs van de produkten waarop zij betrekking heeft, aanrekenen en grossiers-verdelers op hun beurt deze som aanrekenen aan hun klanten-apothekers door ze met de bijdrage voor de farmaceutische specialiteiten in één bedrag op te nemen in de factuur die zij hun uitreiken, mag in de relatie van de producenten of de grossiers-verdelers tot hun klanten een zelfde regeling toegepast worden als die uiteengezet hierboven. Bijgevolg wordt deze belasting slechts geheven in het geval waarin zij verschuldigd is door een klant die deze niet integraal mag aftrekken.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen

[WBTW art. 28](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28) 1 voorkomen
