Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-59, blz. 3296-3298
Verlaagd BTW-tarief - Verbouwingswerken
VRAAG
Wie een woning van méér dan 15 jaar oud verbouwt, betaalt op de werken 6 % BTW en niet de klassieke 21 %.
Er heerst in de sector echter veel verwarring rond het volgende: wat valt er precies onder de noemer verbouwing? En dan denkt men vooral aan het plaatsen van kasten, gootstenen, e.d. die vastgehecht worden aan het gebouw.
Over deze kwestie bestaat heel wat rechtspraak (bijvoorbeeld vonnis van de rechtbank van Oudenaarde van 5 mei 1997, weerlegd in hoger beroep bij vonnis van 10 mei 2000).
In dit laatste vonnis wordt gestipuleerd dat het verlaagd tarief van 6 % enkel wordt toegestaan voor de levering en plaatsing van keukens, met uitzondering van de toestellen en de kasten, geplaatst in daarvoor speciaal uitgespaarde ruimten. Vooral dit laatste begrip, namelijk "speciaal uitgespaarde ruimten" is erg vaag en leidt op het terrein vaak tot onduidelijkheden, misverstanden en achteraf tot onverwachte herzieningen.
Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen:
a) Wat is nu in feite de precieze regeling: wanneer geldt bij verbouwingswerken aan woningen van méér dan 15 jaar het BTW-tarief van 6 % en wanneer dat van 21 %?
b) Door enorme evoluties in de bouw- en verbouwingssector lijkt de bestaande regeling aan een evaluatie en eventueel een aanpassing toe. Tegenwoordig worden kasten, toestellen, afvoeren, ... immers hoe langer hoe meer ingewerkt in het geheel en maken dus een integraal onderdeel uit van het onroerend goed. Overweegt de geachte minister een dergelijke evaluatie met het oog op een mogelijke bijsturing achteraf?
c) Omdat nieuwbouw voor vele Belgen hoe langer hoe moeilijker wordt, zijn velen aangewezen op de aankoop en renovatie van een bestaande woning. Vindt de geachte minister het uit dit oogpunt niet eveneens de moeite waard de bestaande regeling opnieuw onder ogen te nemen?
ANTWOORD
Onroerende handelingen die betrekking hebben op een privé-woning kunnen het verlaagd BTW-tarief van 6 % genieten onder de voorwaarden van:
- rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake BTW-tarieven, als het gaat om een gebouw dat meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik werd genomen;
- de tot en met 31 december 2002 geldende tijdelijke bepaling van artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20, inzake BTW-tarieven, als het gaat om een gebouw dat meer dan vijf jaar geleden voor het eerst in gebruik werd genomen.
De in deze vraag beoogde handelingen hebben betrekking op de levering met aanhechting aan een gebouw van bepaalde roerende goederen (kasten, gootstenen, keukentoestellen, ...).
Overeenkomstig § 3, 2°, van voornoemde rubriek en van voornoemde tijdelijke bepaling worden beoogd, prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.
Indien het aan het gebouw aangebrachte goed niet onroerend uit zijn aard wordt, komt de levering met aanhechting ervan slechts in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % voor zover dat goed genoemd wordt in de limitatieve opsomming van § 3, 3° en 4°, van voornoemde rubriek XXXI en van voornoemde tijdelijke bepaling. Zo wordt inzonderheid in § 3, 3°, e), van voornoemde rubriek XXXI en van voornoemde tijdelijke bepaling bedoeld, iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust.
Benevens de levering met aanhechting aan een gebouw van kasten waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust, komt de levering met plaatsing van kasten in een privé-woning dus slechts in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 % als deze kasten op zodanige wijze worden geplaatst dat ze onroerend uit hun aard worden in de zin van artikel 518 van het Burgerlijk Wetboek. Meubilair wordt bij plaatsing in een gebouw in principe niet onroerend uit zijn aard, ook al is het vervaardigd volgens de afmetingen van een muur en ongeacht overigens de wijze van aanhechting aan het gebouw.
Onroerendmaking uit zijn aard wegens inlijving in een gebouw doet zich evenwel voor in de twee volgende gevallen:
1° wanneer een reeks kasten, speciaal daarvoor ontworpen en gemaakt, blijvend definitief aangehecht aan het gebouw, een scheidswand vormt tussen twee vertrekken. In dit geval behelst de onroerendmaking uit zijn aard ook de binneninrichting van deze kasten-scheidswanden (bekleding, schotten, leggers);
2° wanneer een opbergkast definititief is ingelijfd in een speciaal daartoe voorziene ruimte in de constructie.
In dit tweede geval is vereist dat een ruimte - dat wil zeggen een nis - speciaal in een muur (of, desgevallend, in het dak) is ontworpen en ingericht met als enige specifieke doel het plaatsen van een opbergkast derwijze dat het bestaan van de ruimte zonder dergelijke opbergkast nutteloos zou zijn en zelfs een invloed zou hebben op het esthetisch aspect van het vertrek dat onafgewerkt zou blijken te zijn. Het is eveneens noodzakelijk dat deze opbergkast gemaakt wordt in functie van deze ruimte (dus op maat gemaakt) en dat ze definitief ingelijfd is, hetgeen inhoudt:
- dat de kast niet bestemd is om te worden verwijderd ingeval het gebouw zou worden verkocht of verhuurd;
- dat ze in geen geval kan worden verwijderd zonder beschadiging en dat ze in de veronderstelling van verwijdering als dusdanig niet als gewone kast zou kunnen dienen wegens haar bijzondere kenmerken en inzonderheid wegens de onafgewerkte staat van de ingelijfde delen van de opbergkast.
Volgens de rechtsleer en jurisprudentie worden keukentoestellen bij levering met plaatsing in een woning in de regel niet onroerend van aard. Gelet op hetgeen voorafgaat kan de levering met aanhechting ervan aan een gebouw in principe slechts het verlaagd tarief van 6% genieten voor zover die goederen genoemd worden in § 3, 3° en 4°, van voornoemde rubriek XXXI en van voornoemde tijdelijke bepaling. Dat is dus enkel het geval voor zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken (of badkamer) is uitgerust. Bijgevolg wordt de levering met plaatsing van alle andere keukentoestellen niet beoogd in voornoemde rubriek en voornoemde tijdelijke bepaling. In dat geval is dan ook het normale BTW-tarief van 21 % van toepassing.
Sedert 1 januari 1993 kunnen de lidstaten enkel een verlaagd BTW-tarief toepassen voor de leveringen van goederen en diensten opgesomd in een limitatieve lijst vastgesteld door de Raad van de Europese Gemeenschappen en opgenomen als bijlage H bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG (onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven).
De levering met plaatsing van kasten, meubels en keukentoestellen komt als dusdanig niet voor in die limitatieve lijst en evenmin in de bijlage K van de richtlijn 1999/85/EG van de Raad van 22 oktober 1999 tot wijziging van de richtlijn 77/388/EEG (tijdelijke bepaling inzake arbeidsintensieve diensten), zodat het niet mogelijk is voor die handelingen het verlaagd BTW-tarief van 6 % in te voeren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.